Bloedstollend oorlogsverhaal geeft stof tot nadenken

In tegenstelling tot Annie M.G. Schmidt behoort Jacques Vriens met zijn warme, levendige vertelstem tot het selecte groepje auteurs waarvan je kippenvel krijgt. Zijn werk treft de lezer als een mokerslag. Over een genie gesproken…

 

Vriens is al lang geen onbekende meer in het literatuurwereldje en heeft al heel wat luisterboeken op zijn naam staan. Van jongs af schreef de auteur toneelstukken die hij zelf opvoerde. Zijn eerste boek verscheen in 1976. Vanaf 1993 leefde hij alleen van zijn pen en won hij tal van prijzen waaronder de Prijs van de Nederlandse Kinderjury, de Kinderboekwinkelprijs en de Zilveren Griffel.

 

De auteur schrijft voor kinderen van alle leeftijden. Jonge lezers weet hij te boeien met verhalen over ondernemende kleuters en huisdieren. Voor de oudere kinderen put hij vooral uit zijn ervaring als leerkracht en de belevenissen in het hotel van zijn ouders. Hoewel zijn verhalen meestal vrolijk van toon zijn, komen in Oorlogsgeheimen ook ernstige onderwerpen als pesten, racisme, verlies en geweld aan bod.

 

De verzorgde taal en korte zinslengte maken dit boek geknipt voor kinderen vanaf negen jaar. De gevarieerde woordenschat en het gebruik van de tegenwoordige tijd verlevendigen de plot. In zeer kleine, prettig leesbare hoofdstukken verhaalt de auteur over de avonturen die de elfjarige Tuur met zijn familie en buurmeisje Maartje in de Tweede Wereldoorlog beleeft. Ze wonen in een door Duitsers bezet dorpje in Zuid-Limburg. Al meteen moet Tuurs familie in een schuilkelder onderduiken, wat het verhaal erg spannend maakt. Tal van geheimen roepen vragen op. Wat hoort Tuur toch op zolder en waarmee houden vader en broer Leo zich stiekem bezig? Hoe worden Joden in concentratiekampen behandeld? Wanneer kan je spreken van wettige zelfverdediging en in welk geval van meedogenloos geweld? Wie kan je in tijden van oorlog nog vertrouwen en vanwaar al die wreedheid? Nieuwsgierig en vertwijfeld zoekt Tuur een antwoord op al die vragen.

 

Aanvankelijk beschouwt onze jonge held de oorlog als een groot avontuur waaraan hijzelf nauwelijks deelneemt. Maar op een dag vertelt zijn buurmeisje Maartje dat zijzelf ook een groot en gevaarlijk geheim draagt. Wanneer Maartjes geheim door de Duitsers ontdekt wordt met de dood tot gevolg, realiseert Tuur zich wat oorlog in feite betekent en welke onomkeerbare schade de vijand aanricht. Zijn kinderlijke nieuwsgierigheid maakt plaats voor angst, verdriet en woede.

 

Ook op school wordt onder de kinderen een minioorlog uitgevochten tussen NSB’ers en moffenhaters. Leerkrachten stellen zich partijdig op in deze strijd. Het boek illustreert hoe onschuldige kinderen meegesleurd worden in de avonturen van hun ouders en NSB’ers te vriend trachten te houden uit angst voor ernstige straffen waaronder hun hele gezin kan lijden.

 

Diepgaand en realistisch omschrijft de auteur Tuurs emoties: of het nu gaat om kinderlijke blijdschap, prille verliefdheid, hartstochtelijk verdriet, pure razernij of verstikkende angst, alles vertolkt Vriens even levensecht. Aan de stem van elk personage hoor je al meteen hoe Tuur erover denkt: de agressieve toon van Nijskens doet de lezer huiveren. Van tante Anna’s schorre, felle oude vrouwtjesstem krijg je lachrimpels en de lieve stem van moeder accentueert haar tederheid. Wat het verhaal zo mooi maakt, is dat Tuurs persoonlijkheid groeit: ondanks alle pijn stelt hij zich niet haatdragend op, wat de lezer erg ontroert. Het pleidooi voor verdraagzaamheid aan het einde van het verhaal strekt tot nadenken.

 

Met een portie humor verlicht Vriens deze zware thematiek. Hoor je hoe Maartje aan het adres van haar schoolmeester brutale opmerkingen ventileert en hoe Tuurs demente tante voor niemand haar mond houdt, kan je een glimlach nauwelijks onderdrukken. Geen wonder dat de auteur met dit toegankelijke, bloedstollende oorlogsverhaal waarin ernst en humor met elkaar versmelten, de Archeonprijs voor het beste historische jeugdboek van de afgelopen twee jaar in de wacht sleepte: het boek is niet alleen spannend, maar laat ook een diepe indruk na op de jonge lezer.