Theo Thijssen: De auteur die naar kinderen keek

Samen met de Vlaamse overheid organiseert Luisterpunt (de Belgische bibliotheek voor personen met een leesbeperking) een campagne om het luisterboek bij ouderen te promoten. In Nederland daarentegen valt het luisterboek al lang niet meer uit de literaire wereld weg te denken. Aan de basis van dit succes ligt Jan Meng, verteller van de Harry Potter-luisterboeken. Met zijn levendige verteltechniek brengt hij verhalen echt tot leven. Gefascineerd door de talrijke stemnuances van deze meesterverteller, ontdekten de Nederlanders al vlug de rijkdom van het gesproken boek. In het kader van zijn nieuwste luisterboek ‘Kees de jongen’ van Theo Thijssen laten we Meng zelf aan het woord.

 

‘Kees de jongen’ is één van je lievelingsboeken. Wat maakt het verhaal zo bijzonder?

“Voor mij is het één van mijn lievelingsboeken, omdat het mij aan mijn vader herinnert; die las mij het verhaal voor. Toen heb ik er niks van begrepen, denk ik, want ik was veel te jong, maar mijn vader voelde zich met het Amsterdam van Theo Thijssen verbonden: daar woonden wij en gaf hij les. Bij zijn overlijden heb ik ‘Kees de jongen’ herlezen. Daarom heeft het boek voor mij een emotionele waarde; ook de inhoud spreekt me aan. Ondanks het open einde straalt het boek optimisme uit: het beschrijft de imaginaire wereld vol wensdromen die je in je ellende op kan roepen. Verder speelt het zich af in mijn buurt: ik woon hier om de hoek van de kinderbewaarschool in de Berenstraat waar Kees zijn broertje Tom ophaalde. De school is nu niet meer in gebruik, maar de oude naam staat nog steeds vermeld op de deur van het gebouw. Het Theo Thijssen-museumpje, Thijssen’s geboortehuis met gratis toegang, ligt evenmin hier ver vandaan. Een vriend van mij, Jan Carmiggelt, is daar directeur. Ik kom er niet vaak, maar loop voortdurend in de omgeving waar Theo Thijssen het verhaal geschreven heeft en waar hij Kees situeert.”

 

Is Theo Thijssen met zijn werk ‘Kees de jongen’ bij jou in de buurt even beroemd als ‘Alleen op de wereld’?

“De meeste mensen kennen ‘Kees de jongen’ enkel als film of theatervoorstelling. De auteur Theo Thijssen is niet zo beroemd in Nederland, maar in 2007 werd tijdens de actie ‘Nederland Leest’ zijn boek ‘De gelukkige klas’ op grote schaal verspreid. Hoewel die actie de auteur bekender maakte, verwarren sommige luisterboekensites hem nog steeds met J.P. Thijsse: tekenaar en natuurbeschermer in de eerste helft van vorige eeuw. Het boek ‘Kees de jongen’ is dus bekender dan de auteur zelf. In zeker opzicht lijkt het verhaal wel een beetje op ‘Alleen op de wereld’ met die petieterige woninkjes van de Amsterdamse Jordaan in alle armoede.”

 

Wat maakt het verhaal moeilijk om in te spreken?

“De toon van Theo Thijssen is eigenlijk niet mijn toon; ook zijn zinsbouw verschilt van de mijne. Ik heb er in het begin moeite mee gehad om de juiste toon te vinden.”

 

In welk opzicht kan je je met Kees, het hoofdpersonage, en zijn gezinssituatie identificeren?

“Ik kan me goed voorstellen dat Kees een eigen wereld creëert om zijn ellende te vergeten. Ook zijn liefde voor Rosa Overbeek wordt mooi omschreven: Kees begrijpt niet helemaal wat in hem omgaat, maar raakt in de war zodra hij haar ziet. Dat verwarrende geluksgevoel zet hem aan tot een heleboel fantasieën en geeft hem eigenwaarde. Die fantasierijkheid bewonder ik in Kees.

Met de gezinssituatie van Kees kan ik me zeer goed identificeren, ook al speelde mijn jeugd zich een halve eeuw later af. Ik herken de eenvoud en armoede bij Kees: hoewel mijn vader onderwijzer was, hadden we weinig geld, omdat het salaris van onderwijzers pas in de jaren ’60 opgetrokken werd. We hadden thuis een kachel die ’s morgens aangestoken moest worden, geen warm water, geen wasmachine, geen ijskast: we leefden heel simpel. Net zoals ik vroeger vindt Kees die eenvoud normaal. Hij stoort zich niet aan de dingen die er niet zijn, maar geniet des te meer van wat hij heeft.”

 

Kees verkiest in Zwembadpas te lopen. Welke symbolische betekenis schuilt daarachter?

“Ik zou niet weten of daar een symbolische betekenis achter zit, want ikzelf liep ook gewoon vier keer per dag naar school of naar het zwembad. Bij het lopen van diezelfde weg keek ik zoals Kees voortdurend rond: naar de tegels of naar de bellen tegen de muur bijvoorbeeld. Dat prikkelt de fantasie. Met de Zwembadpas maakt Kees zich bovendien specialer dan hijzelf is: zijn moeilijke thuissituatie wil hij voor de buitenwereld verborgen houden. Misschien symboliseert de Zwembadpas daarom de drang zich van anderen te onderscheiden en te dagdromen.”

 

Wat is je favoriete passage uit het boek?

“Twee passages vind ik bijzonder mooi. Het afscheidsgesprek van Kees met vader heeft me erg aangegrepen. De warmte en de liefde die vader en zoon voor elkaar voelen, ontroeren me. Ook de afstandigheid uit die tijd raakt me. Mensen knuffelen elkaar tegenwoordig veel meer dan toen en uiten hun emoties. Maar wanneer Kees’ vader begint te huilen en zijn zoon omarmt, weet die zich geen houding te geven. Hij probeert zich flink te houden, precies omdat hij voelt dat er iets heel ergs te gebeuren staat waarin hij niet wil geloven. Pas later hoort hij in een gesprek tussen oom en tante het slechte nieuws en maakt hij zich kwaad.

Mijn andere favoriete passage is het einde van het boek: die laatste zinnen kan je op verschillende manieren interpreteren. Je weet niet wat er met Kees zal gebeuren, maar wat er ook gebeurt, hij, Kees, zal zich redden. Want hij is en blijft een bijzondere jongen zoals ook Rosa Overbeek op haar manier zich van andere meisjes onderscheidt. Theo Thijssen ziet in ieder kind iets bijzonders en Kees is daarvan de verpersoonlijking.”

 

In tegenstelling tot zijn tijdgenoten stelt Thijssen het kind centraal. Hoe profileert hij zich t.o.v. leerkrachten die kinderen anders benaderen?

“Hij stoort zich aan die onpersoonlijke benadering. Als satire op die afstandelijkheid schrijft hij het kortverhaal ‘Meneer komt zelf’. Dat heb ik ook voorgelezen. In het verhaal krijgt een onderwijzer bezoek van het hoofd der school, meneer Zelf, een soort inspecteur. Die weet niets over de kinderen. Zelfs hun namen kent hij niet. Ik bewonder in Theo Thijssen dat hij kijkt naar elk kind als individu.”

 

Je bent jaarlijks nauw betrokken bij de ‘Theo Tijssen-dagen’, georganiseerd als eerbetoon aan de auteur. Wat houdt dat precies in?

“Ik organiseer dat niet: het Theo Thijssen-museum of de Theo Thijssen-stichting doet dat. Ik ben geen lid daarvan. Soms vragen ze me als vrijwilliger te helpen door o.a. de Zwembadpas-wedstrijd te verslaan of als spreekstalmeester hun activiteiten aan te kondigen op zo’n dag. Dat doe ik met plezier.”

 

Welke andere boeken van Thijssen zou je nog willen inspreken?

“Eigenlijk vind ik zijn mooiste boek ‘Het grijze kind’. Daar kan ik mij het beste mee identificeren. Ik zou het dolgraag willen inspreken.”

 

Welke nieuwe luisterboeken mogen we binnenkort nog van jou verwachten?

“Binnenkort staat het luisterboek Super Jan van Harmen van Straaten op het programma. Het zal gelijktijdig met het gedrukte boek verschijnen. Ik weet nog niet waarover het gaat, omdat het nog niet uitgekomen is, maar ook Dieuwertje Blok doet mee. Die leest de nieuwsberichten.”

 

Hoe staat het met je project ‘Meesters uit de wereldliteratuur’?

“Dat hele idee om de literaire canon in te spreken, is afgeblazen. Maar ik heb ook andere boeken voorgesteld. Zo wil ik nog steeds graag Gerard Durrlacher voorlezen; zijn verhalen ontroeren mij zeer, maar ik weet niet of uitgeverij Meulenhof dat wil. Zo’n dingen heb ik niet allemaal zelf in de hand.”