Konijn met pruimen

Ik ben Alice en ik moet u iets bekennen. Ik ben vreemdgegaan. Zo, dat is eruit. Nu weet u het… Niet dat ik bij Jimmy niet aan mijn trekken kom. Niet dat ik Jimmy wil kwetsen. Maar ik was toe aan iets nieuws, een beetje spanning en avontuur en het was sterker dan mijzelf.

Het begon allemaal bij de buurvrouw. Sorry dat ik het zo zeg, maar die Chinezen eten alles en mijn buurvrouw? Die kweekte ook nog eens alles zelf: honden, katten, konijnen, muizen. Het zou mij niet verbazen als bij haar het coronavirus was ontstaan. Elke dag aten haar katten een deel van mijn vissen op. Letterlijk, een deel. Koppen, vinnen, staarten, afgerukt. Mijn vijver, dat was precies Oekraïne, dus ik zet pieken aan de rand en die kat was zo stom om erop te springen. Dood, dus mijn buurvrouw naar de rechtbank, omdat ik haar kat had vermoord en zo heb ik hem ontmoet: meester Leboeuf, mijn advocaat. Deftige uitspraak, strak in het pak, met oog voor mij en mijn zaak. Hij noteerde elk woord met zorg. Hij vond ook dat katten niet thuishoren tussen zijn keurig aangelegde plantsoenen van architect Dufond. De kat zou mij dankbaar moeten zijn, omdat ik haar van haar schuldgevoel had bevrijd, omdat zij mijn vissen toch ook had gedood. De buurvrouw moest beloven geen honden en katten meer te houden. Konijnen nog wel, want konijn met pruimen vond hij wel te pruimen. Eerst konijn met pruimen, daarna gehakt van de buurvrouw. Eerst vreemd eten, daarna vreemdgaan… Gewoon een stapje verder, gewoon, omdat het kan. Ik werd er helemaal wild van.

Het archief der wetteksten was zijn lievelingsplek. Voor spinnen was het er aangenaam toeven, dat voelde je al meteen aan de spinnenwebben die daar hingen. Zelden werd er een dossier van de kast gehaald, zei hij me in vertrouwen. Her en der piepte een muis. Her en der brandde een kaars, zodat de stapel aan dossiers toch op natuurlijke wijze zou verkleinen. Overal hoorde je gevloek, gezucht en gekreun. Wij waren niet de enigen die daar waren. Wij waren niet de enigen die moeite hadden met de complexiteit van de wet. Nooit had ik gedacht dat kartonnen dozen zo zacht zouden aanvoelen.
               “Oh, Pierre!” ik schreeuwde het uit. “Oh, Pierre! Mijn stoere stier!”
               “Het is: Meester Leboeuf,” verbeterde hij en op dat moment vond ik dat best sexy.

Ik kreeg toch een schuldgevoel. Dat vreemdgaan kon zo niet langer blijven duren, dus ik zei:
               “Jimmy, doe je mee? Aan partnerruil, het wordt echt leuk. Zijn vrouw Angel is een Filipijnse. Ze kan geen Nederlands, maar neuken kan ze des te beter en ze is twintig jaar jonger.”
               Hij twijfelde. Ik moest hem echt overtuigen en hij deed het uiteindelijk alleen voor mij.

Daar stond ik dan voor de spiegel (ik voel mij verbonden met alle vrouwen van de wereld, dus ik sta ook voor de spiegel). Wat moest ik aantrekken? Ik had eigenlijk niets stijfs en niets deftigs. Of had hij het toch liever sexy? En wat met mijn kapsel? Hield hij van lang haar, kort haar, assorti? Moest het van boven even lang zijn als van onder? Hield hij van foef met parfum of had hij het toch liever naturel? Problemen, problemen en nog eens problemen en we waren nog niet eens begonnen.

Ik maakte garnaalcocktails, iets waar Jimmy altijd dol op is, maar Pierre Leboeuf had minstens toast met kaviaar verwacht. Het konijn met pruimen vond hij wel te pruimen en hij grapte dat mijn pruim hem ook wel smaken zou. Dat was het eerste grapje die avond en het was dan nog niet eens grappig.

Ik naar de keuken voor het dessert. Het dessert, daar knapt geen enkele man op af. Ik kleedde me uit en bracht hem een latté macchiato in mijn kanten lingerie. Hij dronk van de koffie en zei niets. Ik ging tegenover hem zitten, dronk ook van mijn koffie en zei niets. Ik bekeek hem nog eens goed. Hij was niet een beetje mollig. Hij was echt vadsig. Mijn stoere stier was veranderd in een gruwelijk rund.

En toen sloot ik mijn ogen. Zijn stoel kraakte. Ik hoorde hem opstaan. Ik voelde zijn adem langs mijn wang. Ik rook de geur van koffie en nog iets dat ik niet kon thuisbrengen. Het deed me denken aan de wierook van meneer pastoor. Hij kuste me vol op de mond en zweette alsof hij de marathon gelopen had. Hij gooide mij op tafel. Ik was bang dat de tafelpoten zouden breken, zo hard gingen we op en neer. Ik wilde zeggen: “Nee, die lieve Jimmy is toch veel liever, veel mooier, ik mis hem, ik wil hem terug, ik wil…” Maar het was al te laat. Krak, de tafel zakte door zijn poten en daar lagen we dan op de grond. “Miauw,” hoorde ik. Godverdomme, dat was de buurvrouw die alweer een nieuwe kat had gekocht. Het beestje brak zijn nek onder ons gewicht. De buurman liep gealarmeerd langs de achterdeur naar binnen, omdat hij de kat had horen schreeuwen en toen hij ons bezig zag, wilde hij meedoen. En de buurvrouw, die dreigde opnieuw met een rechtszaak toen ze dat zag.

Jimmy had het best naar zijn zin gehad met die Filipijnse en stelde voor dat we zouden ruilen. Elke week. Ik wilde natuurlijk niet laten merken hoe teleurgesteld ik was en zei meteen:
               “Awel, ja.”
               Veel te snel was het maandag en daar zat ik dan. In een villa waar ik mijn eigen kamer amper kon vinden. Het huis was gevuld met leegte. De vloer verspreidde een onaangename kilte.
               “Jij kookt,” zei meester Leboeuf. “Maandag spaghetti, zo zijn de kinderen het gewend.”
               Kinderen? Ik wist niet eens dat hij kinderen had, maar ik zou mijn best doen. Hij las het recept woord voor woord, zodat ik zeker niets kon vergeten en ik volgde het tot op de milligram.
               “De spaghetti van ons mama is toch veel beter,” zei de jongste van de drie.
               Pierre sabelde in de rechtbank, de kinderen sabelden met hun eten, de spaghetti vloog in het rond… Daar zat ik dan met die vervelende kinderen. Ik maakte hun huiswerk, terwijl ze speelden op de Nintendo. Meester Leboeuf werkte aan één stuk door en ik noteerde wie er had gebeld en waarvoor. Ik was gewoon zijn secretaresse. Eindelijk was de avond voorbij en ik zei:
               “Jimmy, ik heb het wel gehad.”
               “Maar ik niet. Ik heb met Angel gepland dat we dit elke week blijven doen. En het geeft niets als je Pierre niet leuk vindt. Hij vindt je ook prima als babysit én als administratieve kracht.”