In stukjes

Hallo, ik… Ik ben Ellen Kil. Begin al maar met medelijden met mij te krijgen, want ik ben een vrouw😊. Bij… Bij mij gaat alles in stukjes. Ik… Ik praat in stukjes. Mijn gsm is stuk. Mijn tand is stuk. Mijn ogen zijn ook stuk, maar toch vinden alle mannen mij een lekker stuk😊.

Sorry dat ik wat later ben. Er was weer zo’n stuk onbenul dat een stukje van zijn weg wilde afsnijden door over de sporen te lopen om zijn trein te halen. En wat gebeurde er? Ze moesten hem in stukjes van de sporen schrapen. Resultaat: alweer een uur te laat. De politie is nog steeds bezig met het sporenonderzoek. Pikant detail: de man was dronken en werd aangereden door een boemeltrein. Nu, ik vind het niet erg dat die mens dood is. Ik vind het vooral grappig dat hij kreeg wat hij vroeg. Hij wilde een stukje van zijn weg afsnijden en voilà: hij ligt in stukjes uiteen. Ja, ik kan het mij permitteren om daar grappen over te maken, want ik ben blind, ik kom overal mee weg.

Ik heb mijn tand gebroken door tegen een paal te lopen, terwijl ik mijn zusje aan het pesten was. De directrice op school dacht dat we tikkertje aan het spelen waren en hup: ik kreeg een nieuwe tand van de verzekering. Mijn telefoon heb ik laten repareren in een louche winkeltje waar ook van die gele pillen lagen. Ik rook meteen dat ze joints verkochten, maar ja, ik heb niets gezien.

Een tijdje geleden stelde ik mij kandidaat voor Down The Road. Maar ik kreeg als antwoord: dat is enkel voor mensen met Down. Ja, hoe kon ik dat nu weten? Ik heb dat nooit gezien.

Ik kom overal mee weg. Dat besefte ik al toen ik klein was. Het begon allemaal in Van Gastel: een exquise bloemenzaak in Brasschaat. Alle snobs kwamen daar om zo van die flamboyante kerstbomen te kopen. Ik tikte tegen één van die dure vaasjes en daar ging de hele rij. Tingelingeling, tingelingeling. Allemaal glazen vazen, allemaal aan scherven. Je had het moeten zien. Het was één groot domino-effect. Dat kende ik natuurlijk, omdat ik graag met blokken speelde. En het werd nog beter. De houdertjes vielen er met een klap bovenop. In één minuut was het hele rek leeg. Verkopers snelden toe. Mijn moeder stond daar maar te staan met open mond: wie zou dat betalen? Ik deed alsof ik huilde, maar wat had ik plezier! Mijn lieve zus die het altijd voor mij opneemt zei: “Mijn zus? Die is wel blind.” Ik werd geknuffeld en getroost en kreeg zelfs een snoepje. Tegen mijn moeder zeiden ze: “Trekt u zich daar allemaal maar niets van aan, madam, dat is voor de verzekering.”

Sindsdien ging het van kwaad naar erger. Als klein meisje ging ik met mijn ouders elke week naar de spelotheek. Dat was een soort bib waar je speelgoed kon ontlenen. Mijn lievelingsspeeltje was een driewieler waarmee je tegen de muren kon bonken. Ja, ik had dat natuurlijk niet gezien. Er was ook een grote trampoline waarop ik de kanarie heb gezet, zodat dat beestje ook eens kon springen. Ik hoorde hem piepen. Ik hoorde hem van links naar rechts tegen de tralies van zijn kooitje bonken. Ik hoorde echt wel dat hij het echt niet leuk vond en dat maakte het voor mij des te leuker. Na een poosje was hij stil. Ik zette het kooitje braaf terug op zijn plaats en wachtte tot mijn moeder thuiskwam. Het arme mens schrok zich dood! Heel de kooi zat vol met bloed. Ze zei dat het vogeltje ziek was geworden. Samen hebben we het in de tuin begraven, maar niet nadat ik het eerst nog even had laten springen. In de vogeltjeshemel horen trampolines nu eenmaal thuis en mijn moeder moet hebben gedacht dat ik de kanarie ‘per ongeluk’ naar de hemel had laten reizen. Ik huilde tranen met tuiten en één dag later kreeg ik al een nieuwe kanarie cadeau.

Op een dag kwam er hoog bezoek in de spelotheek: koningin Fabiola en ik mocht eens voelen hoe ze eruitzag. Ik betastte haar hoge hakken, haar zachte panty’s, haar nog zachtere dijen. De rok ging een stukje omhoog en de security trok mij een stuk naar achteren. Ik schakelde meteen over op ‘arme dutskes-modus’. “Oh, sorry, ik was mij er niet van bewust.” En mijn ouders hadden niet door dat ik het expres deed en maakten zich boos op de security en hun bruut gedrag. De security excuseerde zich met tranen in de ogen. Uiteindelijk mocht ik als enige met de koningin op de foto en haalde ik de voorpagina van elke krant. Ja, ik kom overal mee weg. En zeg nu zelf: ik mag toch ook voelen wat anderen zien? Maar soms heb ik me weleens vergist. Er bestaan echt lelijke mensen.

Zo is mijn vriend ook echt lelijk, maar ja, ik heb daar geen last van. Ik kan dat toch niet zien. De meeste mensen zijn tegen huiselijk geweld, maar mijn vriend? Die komt er juist op af. Hij wil niets liever dan bij mij zijn, zodat ik aan de tv zijn vingers kan plooien tot piramides. Ik heb dan ook een geweld-ige vriend. Maar zijn kat vind ik iets minder geweldig. Als ik ze wil aaien, geeft ze gewoon over op mijn schoot. Overal haren, in de tuin dode muizen, het hele huis stinkt naar de kattenbak, ze komt nooit als ik haar roep, zou u dat nu leuk vinden? En het ergste is dat mijn vriend nog meer aandacht heeft voor dat rotbeest dan voor mij. Wat zou u doen in mijn plaats? Met mijn witte stok heb ik ze tot moes geslagen. Daarna heb ik ze op de oprit onder zijn auto gelegd. Hij reed er overheen en ze hing in stukken uiteen. Hij weet nog altijd niet dat ik het heb gedaan en daar komt als voordeel bij dat hij nu als straf al die blikken kattenvoer zal moeten opvreten.

Nu heb ik de smaak pas echt te pakken en elke dag kies ik een nieuwe kat uit het asiel. Waarom vermoord ik katten? Gewoon, omdat het kan, omdat ik ermee weg geraak. Waarom zou ik niet gewoon puur sadistisch mogen zijn? Ik kan het iedereen aanraden die een stressdag heeft gehad en eens goed wil ontstressen. Het gaat volgens een vast patroon: maandag een straatkat, dinsdag een Perzische, woensdag een gestreepte… Meestal neem ik een gewone kat, maar eens in de maand, als ik echt een hele, slechte dag heb gehad, dan kies ik voor een Siamese. Ze zeggen dat katten zeven levens hebben, maar dat is niet waar. Of misschien wel op sterk water, maar mijn vriend is taxidermist, die is daar niet mee opgezet.

Ik houd wel van honden. Ik geef ze elke dag een stukje vlees. Ik roep ze: “Eten, eten, eten.” En dan – raar maar waar – kiezen ze daarna altijd voor de hemel. Ja, ik houd echt van honden, in hotdogs bijvoorbeeld, want ik eet graag gezond. Patatjes bijvoorbeeld, met een knapperig korstje, in frietvet gebakken. Bij mij kun je van de vloer eten: er valt altijd wel een stukje te rapen. Ik kan een museum beginnen, zoals die van Schone Kunsten: bij mij zijn er overal zwarte strepen op de vloer.

Ik kan winden laten op bevel en zo kent iedereen mij snel. Dan blijft het even stil en dan krijg ik wat ik wil. Ik maak graag grappen over pis en kak, dan voelt iedereen zich op zijn gemak en voelt niemand zich uitgesloten. U vraagt zich waarschijnlijk af hoe ik werk gevonden heb? Vroeger kon je overal aan de slag. Nu stellen ze toch wel heel hoge eisen. Nu moet je ook nog sociaal zijn. Gelukkig ben ik een sociaal geval en krijgen ze daarvoor subsidies, dus vind ik overal werk.

Ik werk in een rusthuis, ik heb suikertantes bij de vleet. Die oudjes zien mij allemaal als die ‘lieve, onschuldige verpleegster’ en verwennen mij met lekkere koekjes, omdat ik blind ben. Maar ik word overal ingehuurd om insuline in te spuiten. Ik word ervoor betaald om mensen koud te maken nog voor ze koud zijn. Ik doe het voor een prikje. Ik geef ze een prikje voor een prikje. En niemand verwacht dat van mij. Ja, omdat ik blind ben, kom ik overal mee weg. Mensen vergeven mij alles.

Nee, ik werk niet in een rusthuis. Ik ben HR-manager met een exit-strategie en ik neem mijn job erg serieus: “U hebt ervaring als judoka? Wat dacht u van het front in Oekraïne?” Maar ik voel me vooral geroepen als onderwijzer: “Dag lieve kindjes, vandaag gaan we het hebben over de trein: ‘In een klein stationnetje lag hij daar in stukjes. De maag en de darmpjes netjes op een rij. En het machinistje draaide aan het wieleke. Hakkehakketuutttuut, weg was hij.’ En welke huisdiertjes hebben jullie? Zijn er van jullie die poesjes hebben? Ik houd ook van katjes, vooral als ze dood zijn. Mijn vriend had een puppy en nu ligt hij helemaal uitgerokken voor de deur. Hij is nu een tochthond.”

Mensen denken echt niet dat ik zo gemeen kan zijn. Als ze mij zien met mijn witte stok, waarmee ik tegen ieders schenen schop, dan zeggen ze spontaan: “och arme.” Maar ik ben helemaal niet ‘och arme’. Er zijn veel dingen die nog veel erger zijn. Zoals mensen die wel kunnen zien, maar zonder visie. Of mensen met én corona én HIV én de apenpokken. Ja, de zieken? Die moet je helpen.

Iedereen vindt het geweldig dat ik bloed ga geven. Maar eigenlijk wil ik niets liever dan gewoon naar de cinema, want je kunt sparen voor een cinematicket. En dan ga ik nog liefst van al naar pornofilms, hardcore porno. Is dat voor u te pervers? Mij niet gelaten. We leven in een vrij land. U denkt ervan wat u wil. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het heel leuk vind en als u het niet leuk vindt, dan liegt u.

U zou het niet denken, maar ik heb 4000 vrienden, op Facebook. Mijn beste vriend is Poetin, want die maakt ook alles stuk. Vraag maar aan de betogers. Ja, daar mag je niet om lachen, maar ik kom overal mee weg. Dus zeg ik nu in het Russisch: do svidaniya. tot ziens, en hopelijk niet in stukjes😊.

Advertentie

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

3 gedachten over “In stukjes”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: