Het bankje

Mijn jas was nat, niet alleen vanwege de regen die met bakken uit de hemel viel. Ik had een broodje broccoli besteld en de saus liet kleverige, vette vegen achter op mijn nieuwe jeans, het voelde aan als duivenpoep. Mike met wie ik in mijn vrije tijd viool speelde, zat er al even mooi bij als ik en zocht in zijn tas naar papieren doekjes om zijn broek schoon te vegen, terwijl de treinen af- en aanreden. Mensen komen en mensen gaan. Sommigen komen nooit meer terug, zo gaat dat nu eenmaal onderweg. Hoe graag je ook wil, je kan niet meer terug naar vroeger, want je bent al veel te groot om je te verstoppen. Je kan niet terug naar die goede, oude tijd toen kinderen nog op straat speelden, niet meer terug naar je jonge jaren, toen het eten nog op tafel stond en toen jij je alleen maar zorgen hoefde te maken om je resultaat op school. Je kan niet meer terug naar die onbezorgde kindertijd toen je nog met vuurpijlen een vuilnisbak kon laten ontploffen en misschien is dat maar goed ook.

“I’m so scared,” zei een meisje naast mij. Ik schatte haar hooguit een jaar of achttien. Een kind nog dat nood had aan twee zachte armen om zich heen, armen die haar zouden troosten, die haar zouden beschermen. Mike besteedde meer aandacht aan de smurrie op zijn broek dan aan het gesprek op onze bank. Hij merkte op dat mijn jeans nieuwer was dan die van hem en dacht dat ik daarom zo verdrietig keek: vanwege die vettige saus die van die vuile vegen achterliet.
               Ik dacht weer aan hoe ik me zelf had gevoeld: rechte tanden, gave huid, nette kleren, nog zo jong en zo onzeker. Was ik alleen maar mooi of was ik meer dan dat? Jaren heb ik het mij afgevraagd. Jaren heb ik het niet geweten. Jaren heb ik me klein en nietig gevoeld als iemand me zei hoe mooi ik wel niet was. Of knap, nog zo’n woord waarvan ik gruwde, een woord waarvoor ik wegliep. Tot mijn vriend me uitlegde dat hij me niet met zijn ogen uitkleedde. Als hij zei: “Jij bent mooi.” Dan bedoelde hij in feite: “Jij bent ‘gewoon’ tof” en tof is best oké. Tof is iets waar je fier op mag zijn.

“You don’t have to be scared,” troostte een wat oudere vrouw die ik herkende uit mijn studententijd, maar haar naam ken ik niet. Ik bedoel: haar echte naam. Ik weet niet eens hoe ze eruitziet, hoe graag ik het ook zou weten. Iedereen noemde haar Honey, Honey Pony, maar meer kan ik echt niet zeggen.
               “They know it’s your first time,” ging ze door met haar honingzoete stem. “Think about the money. Just lay down and open your legs. That’s all you have to do. Just smile and relax.”
               Ik was misselijk. Het broodje wilde niet meer smaken, maar ik nam stoïcijns een hap.

“Hey, dat is lang geleden!” Een man die ik van haar noch pluim kende, begroette Mike met een schouderklop. “Hoe gaat het, ouwe makker van me? Werk jij nog altijd in Bobbejaanland?”
               “Nou en of, Pierre. Het werk zit er alweer op voor dit jaar. Half jaartje vakantie nu.”
               “Nou,” de man die Pierre bleek te heten snoof duidelijk hoorbaar, “ik had toch nood aan wat meer stabiliteit. Ik werk nu hier, bij de NMBS en ze zoeken nog massa’s personeel.”
               Ik luisterde al lang niet meer. Mijn gedachten gleden af naar het meisje en mijn oren hingen zowat in haar schoot. Haar stem trilde. Zou haar lichaam ook zo trillen, zoals het mijne had gedaan?
               “Have fun. Life is too short to be unhappy,” hoorde ik de wat oudere vrouw zeggen en de haartjes op mijn armen kwamen recht overeind. “This is your chance. You will make fortune.”
               “I want to go home,” snikte het meisje. “B… But m… my parents even won’t believe me if I say… They… They think I’m here to study. I thought they would give me a sponsorship to study.”
               “Your parents will be very proud of you. You will make fortune, lots of fortune.”

Mikes vroegere collega Pierre had ook voor mij een paar tissues gescoord en begon ongevraagd de saus van mijn jeans te deppen. Ik schrok en rilde zo hevig dat hij het moet hebben gezien. Hij kwam nu wel erg dicht bij mijn kruis en ik duwde zijn hand weg. Ik voelde terug die grijpgrage handen van toen. Het broodje viel op de grond. Ik wilde het oprapen en voelde mijn knieën knikken.
               “Oh sorry.” Hij maakte uitgebreid zijn excuses en drukte de prop papier in mijn hand. “Je doet dit natuurlijk liever zelf. Het is natuurlijk niet, omdat je blind bent… Ik wilde niet…”
               Ik weet niet of het hem echt speet. Misschien was het eerder de boze blik van Mike die hem tot inkeer bracht. Mike was al jaren een echte vriend voor mij geweest op wie ik kon bouwen.
               Ik moet om hulp roepen. Ik moet de politie bellen. Waarom doe ik niets? Ik moet, ik moet…
               “Mike,” ik maakte mijn zin niet af. Hij moest een foto nemen, maar met mijn telefoon zou het niet lukken. Die werkt heel anders dan een gewone telefoon en eer ik dat had uitgelegd…

“But I don’t want to do it with everyone. Perhaps they are drunk. I’ve always dreamed to fall in love.”
 Mike gaf me aanwijzingen over de saus op mijn broek en hoe ik die het best kon uitvegen:
               “Beetje hoger, ja, nog een beetje hoger, ja, nu heb je het allemaal wel gehad, denk ik.”
               Ik slikte iets weg. Kon ik mijn verleden ook maar zo gemakkelijk wissen.
               “Perhaps one of the men will fall in love with you,” suste Miss Honey met haar zeemzoete stem. “Perhaps he will marry you. Perhaps he will make you some children. Keep on dreaming.”
               “But it is too early to make children. I am so scared. I’m so scared!”
               “Ssst. Everybody is watching you. We can tell your parents that you do not want to study, that you don’t do your best at school. They were so proud. We can put you on the plane back home, back to the rice fields, but look at all this luxury. They will have a better life, too. It’s up to you.”

“Sanne?” Ik hoorde mijn naam en spitste mijn oren. “Sanne heeft me net uitgelegd hoe ik…”
               “Zwijg,” siste ik tussen mijn tanden. Op weg naar het station had ik hem aangemoedigd om aan zijn composities te werken in plaats van echt naar werk te zoeken, omdat ik oprecht in hem als artiest geloof, maar dat kon mij de kop kosten en ik wilde niet meer dat meisje zijn van toen.
               “Ik heb je gezegd hoe je moet solliciteren en ik zal er persoonlijk op toezien dat dat ook daadwerkelijk gebeurt. Persoonlijk, hoor je mij? Ik ben niet zo iemand als jij die zijn ogen toeknijpt.”
               “Maar… Maar je zei toch dat?”
               “Waarover heb je het? Er staan tal van vacatures open in de horeca, bij de NMBS…”
               Pierre klaagde over zijn weinige vakantiedagen wegens gebrek aan personeel en het meisje verdween. Waarom heb ik mijn hand niet op haar schouder gelegd? Waarom gaf ik haar geen kom soep, nam ik haar niet mee naar huis, betaalde ik haar studie niet? Waarom zei ik niet dat het leven altijd een uitkomst biedt? Stommiteiten zijn er om gemaakt te worden, toch? Zou ik niet beter naar de politie stappen? In het station hangen overal camera’s en camerabeelden liegen niet. Maar stel dat ik me heb vergist? Misschien leeft ze alleen maar in mijn dromen. Het enige wat ik zeker weet, is dat ze bang was. Maar misschien was ze alleen maar bang voor het vertellen van haar verhaal.

Advertentie

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

Eén gedachte over “Het bankje”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: