De leraarskamer

“Arno heeft al vier keer een rode nota gekregen, omdat hij te laat kwam,” zegt de schoolpsycholoog.
               “Ja, dat klopt, hij komt ook elke keer te laat.”
               “Arno heeft autisme, Arno mag dat.”
               “Op zijn werk,” zeg ik al met mijn vingers trommelend, “zal hij toch ook op tijd moeten komen.”
               “Voor Arno gelden andere regels.” Ze zucht. “Arno kan niet eens werken.”
               “Dus u geeft hem al bij voorbaat op?”
               “Arno heeft faalangst. Voor hem moet dit schooljaar een succesverhaal zijn.”
               Succes is een proces van jaren. Zoiets bereik je niet zomaar op één-twee-drie. Onze kinderen hoeven dit niet te proberen. Een kind heeft nood aan regelmaat en structuur, een ouder die het goede voorbeeld geeft. Ja, Arno heeft faalangst. Het ettertje heeft autisme. Ja, hij mag alles. Met driftige halen verwijder ik de nota’s uit zijn agenda. Nog één dag en het is vakantie. Nog één dag en juf Hilde komt eindelijk terug. Nog één dag en ik kan eindelijk op zoek naar ander werk.

De deur zwaait open. “Ik heb de moeder van Arno aan de lijn,” zegt de directeur, terwijl hij met de telefoon in de aanslag zich een weg door de leraarskamer baant. En ja hoor, ik krijg een hele litanie:
               “U verbetert zelfs zijn -dt-fouten. Hij weet niet eens waar de spellingscontrole staat.”
               Ik wil zeggen dat hij de spellingscontrole niet eens mag gebruiken en zucht haast onhoorbaar.
               “En dan die accenten op alle letters die u corrigeert,” raast ze door. “U had hem weleens kunnen uitleggen hoe hij die op het toetsenbord moet vormen. Hij kan dat toch niet weten. U bent de leerkracht. U houdt gewoon geen rekening met zijn beperking. Hij heeft autisme, hij…”
               “Mevrouw, mevrouw…”
               “Hij is doodongelukkig. Hij voelt zich helemaal gefaald en dat allemaal dankzij u. Hij…”
               “Mevrouw, ik heb er toch geen punten voor afgetrokken. Ik heb alleen…”
               “Al dat rood op zijn test? U hebt geen idee hoe dat hem heeft ontmoedigd! Hij gaat stoppen met school en dat is allemaal uw schuld. U bent zelf blind en u toont geen spoor van begrip.”
               “Heel naar dat hij wil stoppen met school,” zeg ik meelevend, maar in feite ben ik opgelucht dat ik dat vervelend ventje nooit meer zal zien. Het zijn de leerlingen waar de meeste energie inkruipt die het minste resultaat opleveren. “Weet dat we hem met open armen zullen ontvangen als hij op zijn beslissing terugkomt,” zeg ik. “Hij is altijd welkom op deze school en ik heb hem graag.”
               “Dit ontroert me echt,” snikt ze. “Hij is een fijne jongen, ziet u? En het feit dat hij altijd te laat komt, is mijn schuld. Ik kan hem niet op tijd naar het station brengen, ziet u?”
               Ik wil haar zeggen dat hij als 18-plusser toch ook met de fiets naar school kan en niet meer gebracht en gehaald moet worden, dat zij als ouder ook op tijd moet komen en dat zij met haar betutteling hem eerder de kans op zelfstandigheid ontzegt dan aanmoedigt, maar ik houd mijn mond. Er is al meer dan genoeg gezeurd. Met een zucht verbreek ik de verbinding en loop naar de koffieautomaat. Eindelijk ben ik alleen in de leraarskamer. Eindelijk een momentje voor mezelf.

Oh nee. Daar is Jeroen alweer, die geile bok van wiskunde uit de eerste graad. Hij heeft alleen oog voor zijn vrouwelijke collega’s en ik voel me in zijn bijzijn als vrouw loslopend wild.
               “Ik ben zo blij,” zegt hij. “Jessy mag blijven! Ik heb het net van de directeur gehoord.” Jessy is zijn dertig jaar jongere stagiair. “Jessy en Jeroen,” zegt hij, “de twee J’s, klinkt dat niet geweldig?”
               Ik knijp mijn ogen tot spleetjes, hij is zo door de liefde verblind dat hij het niet eens ziet.
               “Ik heb haar maar zes dagen gekend. Ongelooflijk dat er daarin zoveel prachtige, intense momentjes waren. Sinds 11 april doe ik het met wat mails. Uitkijken tot ze in september bij ons begint.” Hij lacht zijn vette lach zoals alleen hij dat kan. “Ik had er veel voorover gehad om gissteren bij haar te zijn toen ze afstudeerde en wacht nog steeds vol spanning op nieuws van haar.”
               Ik geeuw. Dat een man van achteraan in de vijftig op een groen blaadje valt, daar is op zich niets mis mee, maar wat heeft dat te maken met mij, met de leerlingen, met ons werk?
               “Ik heb haar gsm-nummer gevonden in haar masterproef die ik heb verbeterd,” gaat hij door, “maar ik heb daar nog geen misbruik van gemaakt. Al heel mijn leven ben ik single. Ik heb nog geen ervaring. Doorgaans weet ik wel wat ik kan, maar in de liefde ben ik zo onzeker. Hoe kom ik over?”
               Redelijk wanhopig en puberaal, wil ik zeggen, maar hij wacht mijn antwoord niet eens af:
               “Ik mag niet te veel willen,” zegt hij. “Dat schrikt alleen maar af. Ik heb haar wat mails gestuurd en verder durf ik echt niet te gaan. In dit ‘me to-tijdperk’ kun je maar beter voorzichtig zijn.”
               Waarom moet ik dit weten? Ik vermoed dat hij ook veel meer van me wil dan goed voor me is. Ik zou hem niet graag willen tegenkomen in een donker steegje of met hem vastzitten in de lift, dus neem ik altijd de trap. Telkens weer vraagt hij waarom ik dat doe. “Dat is beter voor mijn conditie,” zeg ik keer op keer. Hij heeft zijn medisch rugzakje, ik het mijne en dat zou ons binden, denkt hij. Hij gaat er al vanuit dat ik ook niemand kan krijgen, gewoon omdat ik blind ben.
               “Dat iemand als Jessy mij bij de eerste toevallige en gemaskerde ontmoeting direct zo waardeerde en mij de moeite waard vond, doet mij zoveel deugd en geeft me zoveel zelfvertrouwen. Na haar stage heb ik haar een foto gevraagd van ons twee om haar gezicht niet te vergeten, want de maskers mochten nog maar net af, en ik heb zelfs gedurfd om haar e-mailadres te vragen.”
               En zij heeft gedurfd het je te geven, wil ik hem toeschreeuwen, arme meid, dat is nog het ergst van al. Je zou je beter wat meer op je werk concentreren. Vleesjes bakken op de barbecue voor de laatstejaars? Je zou het dolgraag willen doen, alleen ben je vegetariër. Het strookt nu eenmaal niet met je principes. Een rondleiding geven in een museum? Om gezondheidsredenen moet je stress zo veel mogelijk vermijden. De printer met papier vullen? Je bent nu eenmaal niet zo technisch onderlegd. En zo krijg ik alle vervelende taakjes toebedeeld die jij liever kwijt dan rijk bent. Wedden dat je moeder nog de vaat komt doen en dat je nog nooit in je leven een hemd gestreken hebt?

De collega’s stromen bij mondjesmaat binnen en mopperen over de nieuwe naam van de school. De Kraanvogel is het geworden, was het niet beter de Groene Golf geweest? “Of Toekomstonderwijs,” mijn collega Jan kan er niet over ophouden. “De jeugd is onze toekomst. Dat had het moeten zijn.”
               Elke dag hetzelfde liedje. Elke dag veel geblaat en weinig wol. Gisteren hebben we hier nog tot tien uur ’s avonds gezeten. Zogezegd om te delibereren. In het echt om alweer eens te leuteren over de nieuwe naam van de school. Altijd wordt er te veel gepraat. Nooit wordt er eens iets beslist.

“Juf Helena!” Daar is de directeur alweer – in gedachten noem ik hem ‘dikke zeur’ en ik ben verbaasd dat hij zo vrolijk klinkt. Kennelijk is hij ook verliefd, laat me hopen niet op een stagiair.
               “Ik heb twee keer goed nieuws,” zegt hij. “Arno’s moeder heeft net gebeld. Hij zal toch niet stoppen met school en juf Hilde blijft nog tot eind december ziek, je contract wordt dus verlengd.”
               “Je mag blijven!” Jeroen loopt op me toe en vliegt me om de hals. “Proficiat, ik ben zo blij!”
               Ik houd mijn kaken stijf op elkaar, terwijl hij een natte zoen op mijn lippen perst. Ik kan de zweetvijvers onder zijn oksels ruiken en zijn adem is een mix van look en rotte vis.
               “En het klikt ook zo goed met Jeroen,” voegt de directeur er zeemzoet aan toe. “Dat is fijn. Jeroen is niet altijd even makkelijk om mee samen te werken, maar met jou lukt het prima.”
               Het klikt met Jeroen. Hoe durft hij! Hij heeft toch ogen! Hij ziet toch ook dat ik dit gedrag als ‘ongewenste intimiteit’ ervaar! Waarom doet hij niets? Waarom staat hij daar maar te staan?
               “Ik neem ontslag,” zeg ik. “Het spijt me echt. Ik heb al ander werk gevonden.”
               Ik ben hier weg. Het is genoeg geweest. Ik negeer de tranen van Jeroen en zijn smeekbede om te blijven, de verontwaardiging van de directeur en de complimentjes die hij toch niet meent. Het is zijn tactiek om me voor zijn karretje te spannen. De taart op tafel blijft onaangeroerd. Hij mag mijn reet likken met zijn contract. Zonder één woord pak ik mijn spullen en been de leraarskamer uit.

Thuis aangekomen heb ik al meteen spijt. Wat heb ik gedaan? Hoelang kan ik dit nog verborgen houden? Wat zal Andy wel niet denken? Dat ik niet kan instaan voor mezelf, dat ik ons gezin in de steek gelaten heb, dat ik een totale mislukking ben? Waarom had ik dit niet eerst met hem kunnen bespreken? Wat moet ik tegen andere ouders zeggen als ik straks weer aan de schoolpoort sta? Wat eerst aanvoelde als een overwinning, is nu een complete nederlaag. Ik probeer te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is, ga zwemmen, bak taart met de kinderen… Maar het lukt me niet om van het zonnetje te genieten en ik snauw tegen Andy, tegen de kinderen, de presentatoren op de radio…

“Ik ga even een wandelingetje maken,” zeg ik na het avondeten. Ik leg een briefje onder Andy’s hoofdkussen en snuif nog een laatste keer zijn geur op van zeep met een vleugje aftershave. Er staat in dat ik hem heel graag zie en dat het me spijt dat ik geen goede moeder en geen goede vrouw ben geweest. Er staat in dat ik hoop dat hij gelukkig wordt en dat het zo beter is, zonder mij.
               Nietsvermoedend stopt hij de kinderen in bed en geeft me de vrijheid die ik nodig heb.
               Nog nooit heb ik me zo alleen gevoeld. Het enige geluid is het tikken van mijn witte stok. Het spoor ligt er verlaten bij, treinen razen af en aan, maar ik heb zelfs niet het lef om te springen.
               “Wat je begint, moet je afmaken.” Vaders woorden van vroeger zinderen nog na. “Je hebt gewoon weer thee gedronken, zodat het lijkt dat je veertig graden koorts hebt. Buikpijn? Dat zal wel. Als je bang bent voor die test, had je maar wat beter moeten studeren. Jij gaat gewoon naar school.”
               Wedden dat Andy er ook zo over denkt? Als ik maar op tijd thuis ben. Als hij het briefje maar niet leest. Hij zal me een aansteller vinden, een klein kind dat alleen maar op aandacht kickt. Hij zal zeggen dat ik me als een vrouw hoor te gedragen en dat ik moet werken, net als iedereen.
               Een eenzame wandelaar zegt me gedag en ik forceer een glimlach. De vogels zijn gestopt met fluiten, zelfs de kippen kakelen niet meer. De kinderen lijken vredig te slapen. Andy vraagt niet waar ik ben geweest. Terwijl hij nog in zijn kantoor aan het werk is, trek ik het briefje onder zijn kussen vandaan. Ik heb geen geld meer, niet eens een baan, waar kan ik heen? Ik wil huilen om de mislukking die ik ben, maar weet niet eens bij wie. Hij zal me haten. Hij zal me de deur wijzen. Hij zal zeggen dat ik met hangende pootjes terug naar mijn werk moet gaan. Maar als hij dat doet, dan kan ik nog altijd springen. De dagen worden korter, over een week begint het schooljaar weer…

Om mij te verrassen trakteert hij op een weekendje aan zee. Hand in hand lopen we over het strand, terwijl de kinderen tikkertje spelen. Het ruisen van de zee, verse mosselen met friet, de seks, zijn hand die me leidt en die altijd zo warm en vertrouwd aanvoelt, het doet me allemaal niets meer.
               “Wat is er?” vraagt hij, terwijl de zon aan de einder verdwijnt. “Je bent zo stil?”
               Hoe langer ik wacht, hoe moeilijker het wordt. Ik kan niet eeuwig blijven zwijgen. Het is nu of nooit.
               “Ik durf het je bijna niet te vertellen.” Mijn stem beeft en hij legt een hand op mijn schouder. “Ik heb mijn baan opgezegd. Ik wil niet meer voor de klas staan en ik weet niet wat ik nog wel wil.”
               Ik heb hem teleurgesteld, dat weet ik nu al. De zee is als een stille getuige die mijn diepste angsten leest. Mijn knieën knikken, mijn tranen versmelten zich met de zilte zeelucht en ik voel hoe mijn voeten me dragen, nog steeds. Liesje heeft een mooie schelp voor mij en Andy zegt dat ze weer fijn mag gaan spelen. Hij laat mijn hand niet los en dat geeft me de kracht om door te gaan:
               “Ik ben bang dat je nu zal denken dat ik me zelden tot nooit voor iets engageer en ik moet eerlijk zeggen dat ik me schaam, zeker tegenover jou, omdat ik het ook niet fijn zou vinden als jij mij zou opgeven. Jij zou nooit opgeven. Je bent altijd zo toegewijd, zo’n harde werker en ik…”
               “Ssst.” Hij kust mijn tranen weg. “Je hoeft je helemaal nergens voor te schamen en zeker niet tegenover mij. Ik zou niet weten waarom dat nodig is. Je bent een knappe, jonge vrouw die opkomt voor zichzelf en je zal heus wel een andere werkplek vinden waar je je thuis voelt. Je hebt zo veel talenten. Ik ben zo blij dat het dit maar is. Ik begon me al af te vragen of je niet iemand anders had.”
               “Nee, gekkie.” Ik lach door mijn tranen heen en voel weer hoe zijn warmte voor me straalt.

Op een terrasje bestellen we twee glazen wijn, terwijl de kinderen in de speeltuin spelen. We proosten: op onszelf, op de liefde en op een nieuw begin. De wereld is weer wat lichter en voor het eerst in maanden voel ik me opgelucht, gelukkig zelfs. Mijn rots in de branding, hij is er nog steeds.

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

4 gedachten over “De leraarskamer”

  1. Mooi verhaal, over ogenschijnlijk banale dingen (wie maakt nu nooit eens zoiets mee?).
    Je kan het ook zo bangelijk waar vertellen dat ik me afvraag ‘schrijft ze nu echt enkel fictie?’ 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: