Strakke deadlines

“ABVV, met Joyce, goeiemorgen.” Het zonnetje had haar deugd gedaan en dat hoorde je aan haar stem. Ze zag er stralend uit, hadden haar collega’s verzekerd, mooi gebruind, fris en monter.
               De brief van meester Remy had zijn werk gedaan. Professor Lexus had geprobeerd om hem af te schepen en haar uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek in zijn praktijk. Hij hoopte haar daar te houden, maar daar stak meester Remy een stokje voor. Hij had schriftelijk om antwoord verzocht en Joyce leefde nog. Ze lag niet in het ziekenhuis, niet op de operatietafel. Nee, ze zat gewoon aan haar bureau. Gewoon aan het werk, gewoon telefoons beantwoorden, hoe zalig kon het zijn!
               Professor Lexus had alles ontkend. Hij had ontkend dat hij haar wilde gebruiken voor een of ander medisch experiment, ontkend dat hij haar DNA had gestockeerd in een labo waar onderzoek naar blindheid werd gedaan. Hij had ontkend dat hij had geprobeerd haar ouders te indoctrineren om haar wilsonbekwaam te laten verklaren en haar te laten opnemen in de psychiatrie, ontkend dat hij haar had willen platspuiten met antidepressiva tot ze eindelijk het licht zou zien. En als ze hem toch voor het gerecht zou slepen, wie zou de rechter dan geloven? Een gehandicapte of een arts met jaren dienst? Ze konden haar alsnog opsluiten in een gesticht. Het had haar weken gekost om dat te verwerken en alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, had hij haar huisarts gecontacteerd om zijn onschuld uit te schreeuwen, niet de oude, maar de nieuwe, daar kon ze dus ook al niet meer terecht. Ze mocht nu niet ziek worden, niet uitvallen, niet toegeven aan haar vermoeidheid, niet…

“ABVV, met Joyce, goeiemorgen.” Haar blijdschap was niet gespeeld. Elke werkdag was een feest, elk weerzien met haar collega’s. Om te vieren dat ze nog leefde, nam ze koekjes mee. Ze zong op het personeelsfeest en ontving het applaus met een lach. Ze was blij dat ze er nog was, blij dat ze er nog mocht zijn zonder zich af te moeten vragen voor hoelang nog. Het team was als een familie voor haar geweest, net toen haar echte familie haar in de steek liet, net toen ze die het hardst nodig had.

“ABVV, met Joyce, goeiemorgen.” Van haar teamleider moest ze een beetje meer pauzeren. Ze genoot van de vele verhalen van haar collega’s: hoe de schoonmoeder van Joeri erin slaagde dat er altijd een stuk speelgoed kapotging als zij kwam babysitten. De schoonvader van Glenn eiste dat hij in een rolstoel op de luchthaven werd vervoerd op zijn oude dag, gewoon omdat het kon, omdat hij te lui was om te lopen en iets aan zijn conditie te doen. Het zoontje van Alice kwam terug uit bosklasse: de tandpasta was ongeopend (het plastic folie zat nog op de dop), hij liep rond in zijn pyjamabroek en hij had ook nog eens luizen. De vrouw van Franky stofzuigde zelfs niet in huis en zijn zus? Die werd bijna blind en ze was altijd aan het zeuren in plaats van blij te zijn met het kleine beetje dat ze nog zag. Had Joyce geen witte stok op overschot om haar cadeau te doen voor Kerst?

“ABVV, met Joyce, goeiemiddag.” Nog vijf minuutjes en ze zouden weer een wandeling maken in de zoo met hun boterhammen in de hand. Nog vijf minuutjes en ze zou haar teamleider in vertrouwen nemen en om advies vragen voor iets wat ze nog nooit eerder had gedaan: iemand terechtwijzen.
               “Meester Remy en ik,” begon ze aarzelend, “hebben besloten het er niet bij te laten zitten.”
               “Pas op, een kinderwagen,” onderbrak hij haar. “Even vertragen.”
               “Vertragen, vertragen?” Ze slikte iets weg. “Wanneer gaat er eindelijk nog eens iets vooruit? We zijn nu al een half jaar bezig en nog steeds is er geen klacht. We hebben nog maar een week en dan sluiten ze het dossier. Eerst dreigt die arts me voor gek te verklaren en nu doet hij alsof er niets is gebeurd, alsof ik helemaal geen advocaat nodig had, alsof ik het allemaal maar verzin om in de belangstelling te staan. Als het aan hem lag,” ze veegde een traan weg, “dan was ik nu al dood.”
               “Waarom begin je er zelf niet aan,” vroeg haar teamleider, “aan die klacht?” Een team is sterker dan de zwakste schakel. Je bent een team om elkaar te steunen, zei hij altijd.
               En Joyce ordende de chaos aan argumenten die zich in haar hoofd had opgestapeld. Ze had met meester Remy te doen: misschien was de veelheid aan emotie ook hem te veel.

Negenentwintig mei. Nog twee dagen en het dossier moest ingediend zijn. Hij was er een paar dagen eerder aan begonnen en hij had nog tijd. Ze was met haar vader op vakantie geweest. Vier dagen om plezier te maken. Vier dagen om de kloof te dichten die professor Lexus tussen hen had doen groeien. Ze hadden afgesproken om niet over geneeskunde te praten, gefietst en gezelschapsspelletjes gespeeld zoals vroeger. Haar vader had weer gewonnen met yahtzee en zij had weer veel te lang gedoucht. Zulke dingen veranderen nooit. Helaas voor hem kon hij de boiler niet afsluiten zoals thuis. Gelukkig voor haar bleef het water na een halfuur nog steeds lekker warm. Ze hadden genoten van een eenvoudige friet en het tikken van de regen op het dak van hun trekkershut. Vers stokbrood op een houten picknicktafel met een handdoek als tafelkleed. Kruimels achterlaten voor de vogels. Slapen bovenaan in het stapelbed: hoelang was dat al niet geleden.
               Vader had haar willen steunen, maar moeder kon zelfs twee stenen laten vechten. Hij was één van de beste juristen die het land rijk was, misschien zelfs beter dan meester Remy. Als hij aanstuurde op onderzoek, konden de autoriteiten zijn verzoek niet naast zich neerleggen. Niet voor niets werd hij op zijn werk de pitbull genoemd, want nooit liet hij los. Kon hij haar maar helpen. Kon ze maar op zijn expertise terugvallen. Oh, wat miste ze hem op donkere dagen zoals deze.
               Thuis aangekomen, checkte ze haar e-mails. Ze had zich voorgenomen om in de vakantie haar post niet na te kijken en ten volle van het moment te genieten. Haar vader en zij, alleen erop uit, zulke momenten moest je koesteren. Eén woord van woede of verdriet, één woord van waarheid kon de sfeer voorgoed verzieken en zijn schuld was het niet. Hij had er bovendien geen zaken mee. Het zou allemaal wel in orde komen, had meester Remy beloofd, en zij had hem geloofd.
               Ze opende haar e-mail en scande de berichten. Geen mail van meester Remy. Ze drukte op de knop ‘vernieuwen’, drukte nog eens op ‘vernieuwen’. De aanklacht was er niet, nog steeds niet. In haar buik prikten allerlei fijne naaldjes. Ze rilde, voelde zich duizelig en had het koud.
               “Mag ik een fleece dekentje?” vroeg ze aan haar vader.
               Hij negeerde haar vraag, zetten kaas en chips op tafel, maar Joyce hoefde niet.
               “Wat krijgen we nu?” vroeg hij. “Voel je je niet goed?”
               “Ik ben inderdaad niet honderd procent. Ik weet ook niet wat het is.”

Dertig mei. Nog één dag en het was te laat. Zou ze zich ziekmelden op haar werk? Zou ze de klacht zonder hem indienen? Nee, meester Remy kon het veel preciezer verwoorden. Zij was veel te betrokken, veel te emotioneel. Hij moest erover waken dat ze niet overkwam als een halve gekkin.
               Negen uur. Ze zette zich in pauze. Deze pauze was cruciaal en moest ze zo productief mogelijk benutten. Ze was al een uur aan het werk. Zijn werkdag zou nu ook beginnen, wist ze.          “Goeiemorgen, met Joyce,” zei ze aan de telefoon op die vrolijke toon van altijd. “Fijn dat ik u zelf aan de lijn heb. Hebt u een fijn weekend achter de rug? Ah, daar ben ik blij om.”
               Hij klonk rustig als altijd en ze hoorde weer die glimlach in zijn stem.
               “U weet dat het dossier morgen moet ingediend zijn. Het zou fijn zijn als…”
               “Ik ben ermee bezig,” zei hij zelfverzekerd. “Vandaag krijg je het nog en ik kan me niet voorstellen dat we geen uitstel krijgen als dat nodig is. Ik bel de autoriteiten wel.”
               “Oké,” zei ze opgelucht. “Dan zal ik u maar laten werken.”
               Hij was haar rots in de branding. De rust in zijn stem was op haar afgestraald.

“ABVV, met Joyce, goeiemorgen.” Ze was blij met de drukte op kantoor, blij met de klanten die haar afleiding boden, blij met de gedachte dat meester Remy waarschijnlijk even hard aan het werk was als zij. Zijn stem had warm geklonken, vriendelijk en oprecht. Een man die ze kon vertrouwen.

Zes uur. Haar werkdag zat erop en die van hem waarschijnlijk ook. Eindelijk had ze tijd om haar mailbox te checken en ja hoor, daar lag het: haar klacht, haar dossier. Een wervend pleidooi, helder gestructureerd en uitgebalanceerd, louter feiten, van kwaad naar erger, elk woord met zorg gekozen, geen spat van emotie, nog beter dan ‘Hof Van Assisen’. Ze hoorde hem al pleiten in de rechtbank: het ritselen van zijn papieren, een scherpe toon, een boze blik in de richting van de tegenpartij… En de rekening? Die viel al bij al nog mee. Hij had haar zelfs twee werkuren cadeau gedaan.
               Ze had veel van hem geleerd: hoe je een klacht kon formuleren, hoe je voor jezelf opkwam. Je kon je alleen maar beroepen op feiten en de feiten bewezen meer dan genoeg. Het was niet aan haar om een oordeel te vellen. Dat zouden de autoriteiten in haar plaats wel doen. In stijl had hij haar terechtgewezen, niet door haar de les te lezen, maar gewoon door haar tekst te herschrijven, haar een voorbeeld te geven van hoe het moest. Hij had haar verzekerd dat ze oké was, dat hij geloofde in haar en in haar zaak en dat was van een volslagen onbekende wel een heel compliment. Ze had het gevoel dat ze zweefde, dat ze heel de wereld aankon, nu ze deze man had ontmoet.
               En Jordi? Die stond nog steeds aan haar zijde als een trouwe soldaat, hij had alleen de juiste wapens niet. Tenminste, niet altijd. Hij zorgde voor avontuur en romantiek. Hij ging met haar mee naar waar ook ter wereld. Hij ging met haar mee naar een speciaalzaak om iets uit te kiezen voor meester Remy. Hij wilde die advocaat weleens zien die was opgekomen voor zijn vriendin.

Eén juni. Voor het eerst in weken was ze eens niet meer wakker geworden in het holst van de nacht. Voor het eerst in weken besefte ze dat ze niet afhing van de goodwill van haar teamleider en enkele vrienden, want dat er ook wetten waren om haar te beschermen. Samen met Jordi liep ze naar meester Remy om te proosten op de goede afloop, blij dat er nog goede mensen bestonden, blij dat alles achter de rug was, blij dat de autoriteiten waren ingelicht voor het geval professor Lexus nog andere mensen aan een experimentele behandeling zou onderwerpen. Ze ontwaarde de drukte in de naburige eethuisjes en vroeg zich af of meester Remy hier elke namiddag ging lunchen. Het begon hard te regenen. Straks waren ze helemaal doorweekt. Zo kon je toch niet aankomen op een deftig kantoor. Ze scholen in een portiek en keken op de klok. Als ze maar niet te laat kwamen…

Gelukkig. Meester Remy was nog bezig. Ze namen plaats op twee gestoffeerde stoelen in een grote ruimte. Het was een sober kantoor, had Jordi achteraf verteld, hier en daar een plant, witte muren, niet overladen met kunst zoals ze had verwacht. Het had nog het meest weg van een bankfiliaal. Er speelde geen muziek zoals bij haar thuis, terwijl ze aan het werken was. In de verte raasde het verkeer. De kamer baadde in een oase van rust, waardoor elk woord nog meer gedragen werd. Soberheid, dat had ze met hem gemeen, ook al zat hij daar in een chique kostuum. Een paar flesjes Spa, meer was er niet, meer hoefde er ook niet te zijn. Ze hadden gewonnen. Ze had haar angst overwonnen. Ze zou de rest van haar leven ook winnen. Het recht stond aan haar kant.
               Hij had goedkeurend geknikt toen ze hem het pakje overhandigde dat ze met zorg gekozen had. Ondanks alle drukte was hij een halfuur met hen blijven praten. Ze had zich welkom gevoeld en gewaardeerd. Hij was een man die van eenvoud hield, een bezorgde vader. Het meest trots was hij op zijn dochter die voor patissier studeerde, helemaal alleen in de stad, was het daar wel veilig?
               Hij nam afscheid met een blik van verstandhouding die verder reikte dan woorden. Graag had ze zijn arm om haar schouder gevoeld, hem de hand geschud, gevoeld hoe warm en stevig die aanvoelde, maar ze had haar hand niet uitgestoken en afgewacht. Gewoon afgewacht, zoals altijd. “Vergeet niet,” zei hij aan de deur, “rechters zijn ook mensen. In heel mijn carrière heb ik nog maar één keer meegemaakt dat mijn cliënt een zwaardere straf kreeg dan ik had verwacht, maar dat is echt zeldzaam. De rechter was slechtgezind, maar dat zal jou niet overkomen: jij maakt mensen blij.”
               Zonder het zelf te weten, zonder het zelf te willen schonk ze hem haar meest stralende glimlach. Ze voelde zich veilig in zijn aanwezigheid, veilig en beschermd, een soort veiligheid die Jordi haar niet bieden kon, ook al zou hij bergen en oceanen voor haar trotseren: leren zwemmen, leren rijden, zelfs zijn hoogtevrees overwinnen om met haar de grootste glijbaan van Europa af te gaan.
               “En nu zien jullie elkaar waarschijnlijk nooit meer terug,” had Jordi gezegd.
               Meester Remy had nogal vreemd opgekeken, had Jordi achteraf verteld en hij zei:
               “Zien misschien niet, maar horen wel, als er nieuws is over uw zaak.”

Hand in hand huppelde ze met Jordi door het park zonder zich iets aan te trekken van wat de mensen wel niet zouden denken, een nieuw soort vrijheid tegemoet. De zon brak door de regen heen en Jordi trakteerde haar op een lekker vettig frietje dat ze met hun handen aten op een bank in openlucht. Zou meester Remy daar ook zo van genieten? Zou hij zijn vingers in de mayonaise dopen tot er geen enkele friet meer overbleef? Zou hij er zich ook niets van aantrekken als ze morste op haar nieuwe jas of als ze – bij het eten van een wafel – met haar neus vol slagroom hing? Vast niet.
               “Dit is wel een heel saai einde,” zei Joyce tegen Jordi. “Als we dit in een verhaal gieten, zal de lezer teleurgesteld zijn. Vijftig tinten grijs was boeiender geweest.” In gedachten stelde ze zich al voor hoe meester Remy haar meenam naar zijn ‘rode kamer van pijn’: boeien, zweepjes, een spijkerbed, hij had er de middelen voor. “De lezer wil dat meester Remy haar in de steek laat en dat ze alsnog belandt in de psychiatrie of dat hij haar vraagt om ‘in natura’ te betalen en dat jij…”
               “Een dienst voor een wederdienst,” zei Jordi fel. “Jij leest te veel detectives. Stel dat hij je meeneemt uit golfen en dat je bal na bal misslaat. Hij geeft je geen tweede kans zoals ik.”
               Petanque met Jordi was veel leuker. Bij hem kreeg ze tenminste een bal extra als ze slecht had gegooid. Hij deed alles om een wedstrijd spannend te houden. Bij hem was niets van korte duur.
               “Zouden we het verhaal niet net iets gruwelijker maken dan het is geweest,” zei Joyce. “Stel dat meester Remy contact heeft met de maffia en enkele van zijn mannetjes inhuurt om professor Lexus van kant te maken. Een trage dood, eerst een nagel eruit, dan een vinger eraf, dan zijn hele arm en daarna wil meester Remy ook jou uit de weg ruimen om mij voor zich alleen te hebben.”
               “En dan zou jij hem helpen, zeker.” Jordi lachte.
               “Anders ben ik medeplichtig aan moord, dus ik moet…”
               “Ik laat me niet zomaar van kant maken door jullie twee. Ik bevrijd me, ik sla hem neer met één of ander marmeren beeld en dan wil ik jou vermoorden, ik sluip naar je toe met een mes, maar jij bent zo lief. Ik vergeef je, we stelen zijn geld en we vertrekken samen naar de Bahama’s.”
               “Ja, dat zou een mooi einde zijn. Jij die me dan toch vergeeft. Zoiets had niemand verwacht.”

Joyce rustte uit in een luie stoel met een luisterboek, zoals ze in haar jonge jaren na de examens altijd deed. Voor het eerst kon ze zich weer op het verhaal concentreren. De nachten waren lang, de dagen kort. Eindelijk kon ze weer haar ogen sluiten zonder zich af te vragen wat er de volgende dag van haar worden zou. Ze wandelde met Jordi door de ongerepte natuur langs een touwenparcours en ineens overviel haar een immense tristesse. Ze dacht aan haar ouders die hun huis, hun thuis, hun hele hebben en houden hadden verkocht om haar te laten ‘zien’. Hun appartement aan zee waar ze samen zulke fijne tijden hadden beleefd. Hun oldtimers, hun paarden en dat alles voor een ingreep waar ze zelf nooit om had gevraagd. Zij hadden heel hun leven hard gewerkt en alles opgegeven voor haar. Ze zouden hun thuis opnieuw moeten opbouwen en nooit zou alles nog hetzelfde zijn. Zij vertrok met een gerust gemoed op vakantie, maar moeder en vader, waar konden zij nog heen?
               “Als je op reis bent,” zei moeder, “komen we je huis eens grondig schoonaken.”
               Joyce besloot er geen aandacht aan te besteden. Ze moest maar doen wat ze niet laten kon.
               “En we komen ook onze spullen bij jou installeren,” ging ze door. “Tot we een huis hebben gevonden, wonen we bij jou en dat kan nog heel lang duren. Ja, we komen bij jou wonen. Het is ook door jou dat we nu dakloos zijn, dus dit is nu wel het minste dat je aan ons bent verplicht.”
               Had ze het wel goed begrepen? Was ze nu helemaal gek aan het worden? Hoorde ze dit echt of was dit een psychose? Haar benen werden week. De grond zakte weg onder haar voeten. Haar mond viel open en het laatste wat ze kon uitbrengen, was een geluidloze schreeuw om hulp.

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

Eén gedachte over “Strakke deadlines”

  1. Straf verhaal, Ellen. Ik vraag me hypothetisch af wat nu mijn ergste nachtmerrie zou zijn van die enkele die je verteld hebt in jouw verhaal. (vijftig tinten grijs is er niét bij … )
    Ik heb je verhaal heel graag gelezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: