Ode aan mijn grootste fan

Vader, je wilde niet veel. Je wilde een huis voor je kinderen waarin ze zich thuis zouden voelen. Een tuin om in te spitten, een pad om over te fietsen en een weg om aan te timmeren. Een goed rapport was je mooiste verjaardagscadeau. Als jij zei: ‘het is goed,’ dan wist ik: het is ook echt goed.

Je kon van alles iets maken. Een kartonnen doos werd algauw ons speelgoedhuis, een berg zand onze spectaculaire glijbaan. Ik weet nog goed hoe je een uur kon slijpen aan één en dezelfde steen.

‘Als een Kil iets wil, doet hij het.’ Je daagde mij uit. Ik was na één strand al moe, maar jij liet me twee stranden ver lopen, door de golfbrekers te omzeilen, zodat ik het niet voelde. Om jou niet te laten winnen met ‘hartenjagen’ ging ik voor een ‘al’, wetend dat ik niet de beste kaarten had, hopend dat die van jou nog slechter zouden zijn. Net als jij zal ik altijd een doorzetter blijven en een dromer ook.

Je bent mijn trouwste supporter in wedstrijden, moeders grootste fan in de muziek. You’ll Never Walk Alone, speelde ze en jij zong mee. Gerry & The Pacemakers hadden het niet beter gekund.

Op mooie dagen zitten we in de tuin. We verbranden bladeren in een vuurkorf en braden burgers op de barbecue. Ik hoop dat het nog lang zo zal blijven duren, dat je nog lang mijn grootste fan zal zijn.