Schaar, steen, papier

Een steen is sterker dan een schaar, trotseert stormen en orkanen. Je kan er huizen mee bouwen, erin schuilen. Onfeilbaar, onwrikbaar fundament. Alleen diamant kan hem slijpen en splijten of het water na jaren tijd. En ik? Ik ben die schaar die wikt en weegt en buigt en breekt.

Als ik de schaar ben, ben jij het papier, onbeschreven, gaaf en glad. Ik kerf mijn letters in elke vezel, schrijf mijn naam op elke lijn. Ik knip je, verknip je, boetseer je naar hoe ik wil. De laatste plooien zijn nog glad te strijken; als het vel scheurt, straks niet meer. Voorzichtig plant ik een zoen op je hand en zie geen plooien meer.

Geen blok is je te veel, geen steen is je te zwaar. Jij breekt de rotsen als ik val. Inpakken en versmachten: dat is je talent; gewoon door er te zijn, door te komen als ik roep, door klaar te staan, dag en nacht. Dat is meer dan een schaar verdient. Als jij nog maar heel lang bij me blijft.