Een man in volle glorie

“Ik heb niemand om mee op reis te gaan,” zucht je aan de andere kant van de lijn, “dus moet ik die cadeaukaart wel verlengen. Kun jij dat voor mij regelen of ga je met me mee?”
               Al vanaf de eerste seconde ben ik in de wolken door je stem. Toch zeg ik nee. Waarom zou ik zomaar meegaan met de eerste de beste? Straks bindt hij me vast met armen en benen gespreid, een strook tape op mijn mond. Het lijkt me best eng of misschien is het juist spannend hem in me te voelen, weerloos en kwetsbaar, volledig overgeleverd aan zijn ritme, zijn taal, zijn poëzie.

Al vier jaar doe ik dit werk aan de receptie. Al vier jaar voel ik bij dit telefoontje het kiemen van de lente. Al vier jaar fantaseer ik over een afspraakje, hier in dit hotel, zoals zovele klanten doen. Mijn hart bonkt, ik adem gejaagd en zie mezelf in de spiegel stralen. Als mijn collega’s maar niets merken…
               “Wil je ditmaal echt niet met me mee?” vraag je nu al de vierde keer op rij.
               Ik aarzel. Je zal niet blijven smeken. Ooit raakt je geduld op. Ooit zegt iemand anders ja.
               “Je klinkt goed.” Je warme tonen stromen tot diep in mijn oren. “Als je er ook zo uitziet…”
               “Dat kan weleens tegenvallen,” lach ik, terwijl ik het bloed naar mijn hoofd voel stijgen.
               Lange tijd blijven we zwijgen. Lange tijd geef je mij de tijd om voor en tegens tegen elkaar af te wegen.
               “Ik…” De telefoon trilt tussen mijn vingers. “Het is goed.”
               “Mooi!” De klank van de zon in je stem verdrijft mijn laatste twijfels. We prikken een datum en ik kan niet wachten. Eindelijk is het zo ver. Eindelijk heb ik mijn eerste, echte date!

Uren staar ik in de spiegel, terwijl ik outfit na outfit probeer. Hoge hakken, een sensuele jurk en een al even passionele nacht, dat is wat je van mij verwacht. Ik weet niet of ik het kan. Ik ben al eenentwintig, maar ik ben nog maagd. Zal ik zeggen dat het mijn eerste keer is?

Ik strijk een laatste haarlok achter mijn oor en vraag – zoals afgesproken – naar tafel vier. Daar zit een heer met blauw hemd, wit geruite das, grijze haren en een gerimpeld voorhoofd. Hij wenkt me, maar mijn voeten blijven steken. Die frisse stem van aan de telefoon, is hij dat? Mijn mond valt open. Hij is geen knappe veertiger, zoals ik me had voorgesteld. Hij had mijn opa kunnen zijn!
               Als een kwieke tiener loopt hij op me toe. Geschrokken zet ik een stap naar achteren.
               “Ik ben misschien niet wie je dacht,” hij wankelt, “het spijt me, spijt me echt.”
               Ik denk aan mijn eigen opa: nog maar pas overleden, plots, aan een hartstilstand. Zestig jaar, veel te jong. We waren twee handen op één buik. Kon ik nog maar een hand op zijn schouder leggen. Konden we nog maar eens samen op stap: sneeuwballen gooien, luisteren naar oude verhalen, liedjes zingen van toen. Ik zie weer de pretlichtjes in zijn ogen, ijsjes, trampolines en alle dagen zon.
               “Blijf nog even.” Je klinkt zo broos dat ik je bijna wil omarmen. “Heel, heel even maar.”
               Ik ben bang dat je me zal zoenen, maar je steekt niet meer dan een getaande hand naar me uit en ik kan niet anders dan ze te schudden, houterig en droog. Je warmte stroomt door mijn aders.
               “Ga toch zitten.” Je schuift een stoel naar achteren. “Ga alsjeblieft toch zitten.”
               Daar is ze weer: die stem die mij betovert, die stem die mij vleugels geeft en ook rust. Ik kan het bijna niet geloven. Jij bent het. Je bent het echt. Je klinkt in elk geval nog even jong en ik ben hier nu toch. Ik lach tegen wil en dank. Blijkbaar ben ik niet de enige die af en toe iets kleins verzwijgt.
               We drinken samen een pastis en jij kiest biefstuk-friet, terwijl ik de vegetarische lasagne bestel. We hoeven niet hetzelfde te nemen. Je apprecieert me om wie ik ben. Terwijl je me onderdompelt in wielerweetjes en werelden die ik niet ken, dein ik mee op de golven van je stem en ik zweef. Het maakt niet uit waarover we praten. Laat me maar meesurfen op jouw melodie.

De nacht is gevallen. Je leidt me de trap op naar een kamer met zicht op zee en kingsize bed. Stiekem ben ik toch een beetje bang. Ik wil mijn diepste angst met niemand delen of misschien alleen met jou, open mijn mond en sluit hem weer. Terwijl je mij hongerig aankijkt, sla ik mijn ogen neer. Ik strijk langs het puntje van je neus, rode wangen, natte lippen. Je bent zo mooi als ik me had voorgesteld, ook al zie je dat zelf misschien niet. Ik laat mijn vingertoppen over je kale hoofd dwalen, streel de rimpels die zich tot een glimlach hebben geplooid, volg het spoor van grenzeloos optimisme en eeuwige jeugd. Zonder haast en een tikkeltje bevreesd geef je mij een eerste, echte zoen. Ik proef champignonroomsaus en nog iets waar ik niet genoeg van krijg. Sprookjeswoorden prikkelen mij van oor tot teen. Je ruikt naar kokos, heerlijk. Handen graaien onder mijn jurk, klimmen over mijn rug en tasten onder mijn beha. Ik voel me naakt, wil je behagen, je wegduwen en ophitsen tegelijk. Als je maar niet zegt dat ik iets moet doen aan die acne, domme taal en veel te kleine borsten.
               “Ze zijn mooi,” fluister je, terwijl je hevig in mijn tepels bijt. “Ga je nu blozen?”
               Ik weet niet of ik bloos of zweet. Mijn slip is het laatste kledingstuk dat nog bescherming biedt. Je duikt op je knieën en rukt hem uit. Mijn keel is droog. Ik lijk te verdwalen, lijk te stikken, maar ik wil je, hier en nu. Je vingers banen zich een weg en dan opeens gaat alles snel. Voor ik kan reageren, druk je me tegen het matras. Voorzichtig, alsjeblieft. Doe het met liefde. De vraag brandt op het tipje van mijn tong. Je hijgt zwaar. Iets scheurt diep in mij. Ik hap naar lucht, onderdruk een schreeuw en ik huil. Je kust mijn tranen niet weg, gromt en siddert, zet je tanden in mijn huid.
               Even snel als het begonnen is, houdt het ook weer op. Met grote ogen staar je mij aan: de tranen op mijn wangen, het trillen van mijn handen, het bloed op de witte lakens.
               “Gaat het?” Je stem klinkt zo breekbaar dat ik het niet erger wil maken en ik zeg ja.

Nu, vele jaren later, heb ik geen spijt. Nog steeds ben ik bang, maar niet meer zoals toen, die eerste keer. Ik ben bang je te verliezen. De tand des tijds heeft je veranderd en toch ook weer niet. Je bent nog steeds dezelfde: schor, maar niet minder opwindend, niet minder rijk aan kleur. De spanning en de onrust zijn vervlogen, de warmte is gebleven, je ogen vonken nog steeds van magie. De gretigheid heeft plaatsgemaakt voor vertedering. Je bent nog mooier dan vroeger, veel mooier dan je ooit bent geweest, ook al geloof je dat zelf misschien niet. Het verleden is zo betoverend dat we geen woorden meer zoeken voor de toekomst. Al zijn je passen minder snel, ik wacht en zie je later wel. Geef mij maar die oude wandelstok. Dan geef ik je een arm en een schouder. Zachtjes sluit ik de ramen en open de knoopjes van je hemd. Ik volg je rimpels met mijn tong, proef de glimlach om je mond en strijk je laatste zorgen weg. Wat ben ik blij dat je hier bent, blij dat we hier nog samen zijn.

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

Eén gedachte over “Een man in volle glorie”

  1. Sterk geschreven Ellen! Wat ik nog het tofste vind aan je mooie liefdesverhaal, is de originele premisse dat ook een stem erotiserend kan werken. Knap ook hoe je dat gegeven in je verhaal verweeft.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s