Tsundoku

De helaasheid der dingen: helaas nog niet gelezen. Het verdriet van België: ik word al verdrietig als ik die titel nog maar zie. Dostojevski: veel te dik. Van aardbei tot zweepje: wat mannen en vrouwen moeten weten. Ik heb geen zweep nodig om mijn vrouw te slaan. Tenminste, nu nog niet. De Playboy? Ja, die lees ik natuurlijk wel zonder dat zij het ziet, want dat is typisch iets voor het plebs, vindt zij. Een boek dient om te imponeren. Dat is hoe ik erover denk. Laat het lezen maar over aan anderen.

Zij leest wel terwijl ik werk, zoals het een vrouw aan de haard betaamt. Telkens vraag ik haar – schijnbaar geïnteresseerd – waarover het gaat. Zij de inhoud, ik de centen. Dat is toch een mooi compromis?

Elke week breng ik een dik pak boeken voor haar mee: “Lieve schat,” zeg ik dan, als ik thuiskom van zakenreis, “een cadeautje. Speciaal voor jou. Ik lees hem later wel, als jij klaar bent.”
               Ze denkt dat zij altijd als eerste aan de beurt mag, dat al het nieuws meteen in haar handen glijdt, dat ik zo attent ben om eerst haar honger te stillen. Ze moest eens weten hoe ik haar gebruik, misbruik, om te tonen hoe slim ik ben.

Op een dag ontmoet ik Dimitri Verhulst in de Rotary Club. Hij geeft een lezing over De helaasheid der dingen. De opbrengst gaat naar het Kinderkankerfonds. Ik kijk discreet op mijn horloge, knikkebol en val in slaap. Hoe kan je je nu op zo’n man concentreren! Hij ziet er sjofel uit, typisch een auteur. Hij hoort niet bij ons soort mensen. Om mijn vrouw te plezieren vraag ik na afloop een handtekening.
               “U hebt dat fantastisch bedacht,” zeg ik honderduit: “Dat scenario: hoe een man ontwaakt als een insect. De consternatie, de negatie, de discrepantie, je moet er maar opkomen.”
               Verhulst kijkt mij met grote, vragende ogen aan. “U bedoelt toch niet, Die Verwandlung van Franz Kafka? Dat was helaas nog voor mijn tijd.”
               Ik voel het bloed naar mijn hoofd stijgen. Ben ik hier niet de enige die niet leest?
               Mijn vrienden lachen in koor.
               Ik stamp naar buiten, verscheur het bierviltje van dat mislukt stuk auteur en gooi de snippers in de goot. Misschien moet ik de zweep vanavond toch maar eens laten knallen.