Een leugentje om bestwil

“Ik heb griep,” lieg ik tegen mijn vriend aan de telefoon. Ik doe een poging om te klinken alsof ik doodga en hij gelooft het nog ook. We zijn nog maar een maand samen en onze relatie bestaat uit seks, seks en nog eens seks.
Ik snak naar een goed en spannend verhaal, want dat heb ik al die tijd gemist. Mijn liefde voor literatuur is op dit moment groter dan die voor hem. Het is een liefde die hem niet zal raken. Diep vanbinnen voel ik me wel een beetje schuldig, maar hij woont in Lier, ik in Antwerpen. Hij zal er toch nooit achter komen. Terwijl ik mee zal deinen op de golven van de stem van mijn favoriete acteur, zal ik mijn spullen pakken om op reis te gaan. Een reis die ik alleen zal maken, zonder hem te zien voor ik vertrek. Met hernieuwde energie stort ik me op mijn taken op kantoor en in blijde verwachting loop ik naar het station. Het belooft een fijne avond te worden, helemaal voor mezelf.

Mijn vriend werkt aan het spoor. Zijn job is het begeleiden van minder mobiele reizigers. Klant is koning. Met dat principe hebben wij elkaar ontmoet. Hij bracht altijd koekjes voor me mee en van het een kwam het ander. Het is zijn vrije dag en niemand zal zich vragen stellen, zolang ik zelf niets zeg.

Aan de loketten wordt gebeld voor assistentie en wie staat daar! Zeg dat het niet waar is:
               Hij, verbouwereerd: “Je was toch ziek?”
               Ik, benauwd: “Jij moest toch niet werken?”
               “Hier zijn er echte zieken, dus ik kon evengoed bijspringen. Ik had toch geen plannen meer.”
               Ik weet niet wat zeggen. Onze trein is ontspoord. Mijn avond, die een gezellige lees- en luisteravond had moeten zijn, eindigt in mineur. Hij dacht eerst dat zijn collega’s hem wilden beetnemen. Ze plagen hem wel vaker door te zeggen dat ik eraan kom. Dan loopt hij op volle toeren naar de balie en dan staat daar ineens een oude dame die assistentie heeft gevraagd. De vraag is nu wie wie beetgenomen heeft. Waarom moest ik zo nodig liegen? Hij had het vast wel begrepen.

Intussen kennen we elkaar al meer dan zes jaar. Toen wist ik nog niet dat hij tot twee uur ’s nachts zou meeluisteren naar ‘Iene Miene Mutte’. Ik wist niet dat een hoorspel nog spannender kon worden door samen te griezelen in een donker bos. Ons leven werd een aaneenschakeling van activiteit en avontuur. En dat allemaal na een slechte leugen, een fikse ruzie, een goed gesprek en een goed boek.