Vorst

Vorst houd je niet tegen. Ik doe de deur dicht voor de warmte. Tegen de kou die snijdt door mijn ziel. Een mes van spijt. Spijt om gemiste kansen. Onvervulbare beloftes. Plannen dwangmatig opgeborgen. Voorgoed. Nu rest alleen nog tijd van spijt. Tijd om gedane feiten te vervloeken. Verspeeld in een mars zonder halte, zonder omzien, zonder in te zien: ik ben hier niet alleen. Oh boeken, oh winkels. Nieuw was nog niet nieuw genoeg. En jij? Jij kon wel wachten. Maar nu ben ik hier, in een lege kamer, en wacht, wacht, wacht…