Grote griezelhoed schept buitensporige verwachtingen

Een beroemd auteur met een groot, Nederlands drummer leek voor Uitgeverij Rubinstein dé ideale mix. Maar kan Berend Dubbe even gepassioneerd vertellen als drummen? En heeft Tove Jansson haar wereldreputatie echt verdiend? Daaraan valt sterk te twijfelen.

 

De Finse schrijfster, schilderes en illustratrice Tove Jansson (1914-2001) heeft een grillig parcours achter de rug. Oorspronkelijk schreef ze kinderboeken. Maar na het succes van een Engelse vertaling toverde ze haar Moemins om tot striphelden, op aanraden van de krant Evening News. Zestig jaar later wijdt het Brusselse stripmuseum een tentoonstelling aan deze speelse trollen. De verhaalserie is bekroond met de Hans Christian Andersenprijs en ligt al bijna veertig jaar in de Nederlandse boekhandel. Sinds 2007 stopt uitgeverij Clavis de reeks in een nieuw kleedje, met de vertaling van Maaike Lahaise.

 

In het vierde deel, De hoed van de tovenaar, nemen drie bevriende bosdieren een zwarte, hoge hoed mee naar huis “zonder te weten dat ze de Moemin-vallei hierdoor veranderen in een plek vol tovenarij en andere vreemde toestanden”. Plant of dier? Alles wat met de hoed in aanraking komt, ondergaat mysterieuze metamorfoses. Eierschalen worden bestuurbare wolken, Moem verandert in een griezel en een natuurramp teistert de vallei… Dan duiken Tofsel en Wifsel op met, in hun grijpgrage pootjes, een geheimzinnige koffer. Wat als de boze tovenaar hun geheim ontdekt? Blijft Troel hen nog steeds als partijdige rechter verdedigen of brengt hij hen ten val? Hoezeer je ook hoopt op wraak, na een griezelige confrontatie eindigt alles vredig en sereen.

 

De taal van Jansson is helder, beeldend en levendig, vol mooie beschrijvingen zonder veel omhaal. Met weinig woorden portretteert ze groeiende vriendschapsrelaties en hechte ouderliefde. Een brede waaier van gevoelens overvalt de jonge lezer. Als je leest hoe alle dieren na een lange winterslaap tot leven komen, krijg je lentekriebels. Bij het afscheid van Moem en Snuisterik raak je ontroerd en de hartelijkheid van mama en papa Moem charmeert jong en oud. Kinderen kunnen zich gemakkelijk herkennen in de kleurrijke personages, hun speelse plagerijen, en hun liefde voor tuinfeesten, boottochten en schatexpedities.

 

Bijzonder handig voor luie lezers zijn de verhaalsamenvattingen aan het begin van elk hoofdstuk: het toppunt van voorspelbaarheid. Het verhaaleinde voel je van op kilometers aankomen en de hoed, die niets dan chaos teweegbrengt, begint hoe langer hoe meer te vervelen. Als een schooljongen dreunt Berend Dubbe de tekst op, met aan het einde van elke zin dezelfde intonatie. De meeste personages krijgen geen eigen stem. Figuren als papa Moem, met zijn zware brulstem, steken daardoor onnodig scherp af tegen andere verhaalhelden. Alleen bij de tovenaar staat het dreigende stemtimbre in functie van het verhaal. Snif en Snuisterik, daarentegen, klinken nu eens schril, dan weer normaal: een inconsistentie, typisch voor amateurs. Toch is de verteller geen onbekende in het luisterboekenwereldje. Hij componeerde muziek voor verhalen van Dr. Seuss en grote titels, waaronder De kronieken van Narnia, het neefje, las hij in. Maar – hoe jammer ook – naam en faam gaan in De hoed van de tovenaar niet hand in hand.