De positie van het luisterboek in het literaire veld

0. INLEIDING

 

In dit onderzoek analyseren we de positie van het luisterboek uit het Nederlandse taalgebied in het literaire veld. We besteden enkel aandacht aan professionele luisterboeken. Boeken ingelezen door vrijwilligers voor personen met een functiebeperking komen hier niet aan bod.

 

De term ‘luisterboek’ plaatsen we voor ons onderzoek in een brede context; we bekijken niet alleen de receptie van door één vertelstem verhaalde literatuur, maar ook informatieve luisterboeken, verkorte werken en luisterboeken met meerdere vertelstemmen of achtergrondmuziek komen bij deze studie aan bod. Een strikt onderscheid tussen ‘luisterboek’ en ‘hoorspel’ blijkt immers onmogelijk te zijn, omdat veel luisterboeken kenmerken van beide genres vertonen.

 

Bij deze studie gaan we eerst dieper in op de productie van het luisterboek. Deze relateren we aan de theorie van Pierre Bourdieu en Jacques Dubois. Vervolgens bestuderen we hoe het luisterboek onthaald wordt. Hierbij toetsen we de literaire kritiek aan sociologische theorieën over de werking van literatuurkritiek; vooral Cees J. Van Rees, Wam De Moor, J. Slawinski en H.T. Boonstra komen aan bod, maar ook met andere theorieën als die van Remieg Aerts, Arnold Isenberg, Carel Peeters, René Marres en Marc Verboord worden verbanden gelegd.

 

In onze analyse houden we zowel rekening met kwantitatieve als kwalitatieve factoren. Jacques Dubois[1] stelt immers dat we ook de positie van literatuur kunnen analyseren op basis van kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Bij kwantitatief onderzoek wordt geteld en worden bepaalde parameters gemeten en geobserveerd die op empirische en betrouwbare wijze vastgesteld worden, zodat ze generaliseerbare vergelijkingen mogelijk maken; voorbeelden van dergelijke kwantitatieve parameters zijn verkoopcijfers, statistieken i.v.m. de hoeveelheid publicaties binnen een genre, het aantal recensies, de lengte van de recensie, enz. Aan de hand van waardeoordelen en de instituties die deze waarden aan literatuur toekennen, kan literatuur qua prestige en positie in het literaire veld geclassificeerd worden. Daarom laten we de door Dubois vermelde instanties die het literaire prestige van een werk bepalen aan bod komen. Ook hun onderlinge relaties bepalen volgens Verboord[2] het succes van een literair werk; we gaan na of dit ook voor het luisterboek geldt. Per type instantie selecteren we slechts enkele representatieve voorbeelden, omdat anders ons corpus te groot en onoverzichtelijk zou worden. Verder gaan kwantitatieve parameters in onze verhandeling steeds hand in hand met kwalitatieve, omdat louter op basis van kwantitatieve gegevens de waarde van informatie niet bepaald kan worden in humane wetenschappen; waardeoordelen blijven een subjectief gegeven, maar toch bepalen zij het literaire prestige van een werk. Daarom spelen waardeoordelen ook een zeer belangrijke rol in ons onderzoek.

 

Met deze studie trachten we na te gaan of literaire kritiek de productie van nieuwe luisterboeken mede bepaalt. Daarnaast gaan we na in welke mate het luisterboek onze literatuur vernieuwt. Tevens stellen we ons de vraag hoe het luisterboek door de literaire kritiek onthaald wordt en in hoeverre luisterboeken anders beoordeeld worden dan andere literatuursoorten. Tot slot maken we enkele bedenkingen over manieren om het luisterboek nog meer onder de aandacht te brengen, zodat aan dit genre een meer legitieme positie in het literaire veld toegekend wordt.

 

 

1. PRODUCTIE

 

In eerste instantie onderzoeken we waarom uitgevers kiezen voor een luisterboek. Primeert symbolisch of economisch kapitaal? Op welke basis wordt een voorlezer gekozen? Op welk doelpubliek richt de uitgever zich? Tot slot bestuderen we ook verkorte luisterboeken aan de hand van twee recensies.

 

1.1. Keuze voor een luisterboek

 

Meestal worden boeken eerst als gedrukt exemplaar geproduceerd. Wanneer het boek goed verkoopt bij het brede publiek, kan het als professioneel luisterboek op de markt verschijnen. Zo bestaan boeken als Witte tanden (2000) van Zadie Smith, Paravion (2003) van Hafid Bouazza, De Canterbury-verhalen van Geoffrey Chaucer en Gloed van Sandor Marai niet als professioneel luisterboek. Wel komen schrijvers als Bouazza en Benali in aanmerking voor de productie van radioboeken (cf. infra).

 

In de meeste gevallen verschijnt het luisterboek enkele jaren na de geschreven tekst. Bij bestsellers zoals de Engelstalige Harry-Potter-boeken komen het luisterboek en de gedrukte tekst gelijktijdig op de markt.

 

Tot slot vinden we ook verhalen die enkel en alleen als luisterboek hoorbaar zijn. Deze worden vaak ‘radioboeken’ genoemd. Vele worden geproduceerd door ‘deBuren’. “De Vlaamse en Nederlandse regeringen hebben samen het initiatief genomen om het Vlaams-Nederlands Huis deBuren op te richten als cultureel instituut en als een plek voor debat en reflectie waar even graag naar elkaar geluisterd als gepraat wordt.”[3] Vaak komen auteurs in dit huis voorlezen uit eigen werk of worden er radioboeken gemaakt. “Radioboeken kun je nergens lezen. Het zijn verhalen door Nederlandse en Vlaamse auteurs speciaal geschreven op verzoek van deBuren. Voor het eerst en voor het laatst lazen de auteurs bij deBuren hun werk voor.”[4] Laatst lazen auteurs als Eric De Kuyper, Al Galidi, Abdelkader Benali, Hafid Bouazza, Ivo Michiels en Joke van Leeuwen eigen werk bij deBuren.[5] Hun 55 gratis radioboeken zijn al 350000 keer gedownload.

 

1.2. Keuze voor een voorlezer

 

De criteria op basis waarvan uitgeverijen voor een voorlezer kiezen, verschillen van uitgever tot uitgever.

 

Uitgeverij Rubinstein selecteert voorlezers als volgt: “Voorlezen? Wij willen u geen valse hoop geven. De situatie is namelijk als volgt: voor Nederlandse boeken gebruiken wij zoveel mogelijk de auteur zelf; voor vertaalde boeken kiezen wij bekende Nederlanders of mensen die via radio of andere media al gekend zijn als goede verteller; en als laatste pas – en dat komt bijna nooit voor – benaderen wij ‘stemmen uit ons archief’, particulieren die zich aanmeldden als voorlezer.” In 2007 las ik dit op hun site. Nu is dit bericht van de site verdwenen.

 

“Roon Jonker van Uitgeverij Audiolect uit Warnsveld, die Nederlandse thrillers uitgeeft, geeft de voorkeur aan zogeheten stemartiesten, mensen met een goede voorleesstem, die ook worden ingehuurd bij de nasynchronisatie van films.”[6]

 

“De Bezige Bij brengt zowel audioboeken uit die worden voorgelezen door de auteur zelf, als luisterboeken die worden voorgedragen door geoefende voorlezers. In de reeks ZOEM zijn inmiddels bijna twintig titels verschenen. Naast publiekslievelingen als Annie van Kees van Kooten, Knielen op een bed violen van Jan Siebelink, Joe Speedboot van Tommy Wieringa en De vliegeraar van Khaled Hosseini zijn in de reeks ook klassiekers als Het bittere kruid van Marga Minco te beluisteren.”[7] Verdere details over de selectieprocedure zijn op de site niet vindbaar.

 

Uit deze vergelijking kunnen we concluderen dat meestal de voorkeur uitgaat naar auteurs of stemartiesten. Deze stemartiesten zijn meestal bekende Nederlanders. Dik Broekman van Uitgeverij Rubinstein stelt echter in een interview tijdens het programma Casa Luna dat bekendheid niet altijd primeert: “De basisvoorwaarde bij de selectie bestaat erin dat iemand vlot kan lezen. Langzamerhand hebben we een aantal lezers die daar heel goed in zijn. Ik noem een Bram van der Vlugt, een Cees Van Ede, een Dieuwertje Blok of een Jan Meng; ik kan zo nog een tijdje blijven doorgaan. Dan klikt het ook en dan worden daar ook meer dingen mee gedaan. Zo heeft Jan Meng met zijn stem het luisterboek groot gemaakt. Hij was geen bekende Nederlander. Dat het publieke figuren zijn, is niet belangrijk, maar soms helpt het of soms ligt een keuze van een lezer voor de hand. Soms denk je bij voorbeeld: dat is nou typisch een boek voor Adeline Van Lier.”[8] We moeten ons wel de vraag stellen of Dik Broekman hier eerlijk antwoord geeft; terwijl Jan Meng vroeger alle boeken van Roald Dahl inlas, wordt het nieuwe luisterboek Op weg naar de hemel door Jan Donkers verteld en ook voor Douwe Draaisma’s nieuwe werk geldt dit. Jan Meng vertelt hierover: “Ik hoor daar nooit iets over. Zo zag ik verleden jaar in de folder van Rubinstein staan dat Theo Thijssen’s boek, ‘Kees de jongen’, uitkwam. Zelf zit ik in het ‘Kees de Jongen-genootschap’, elke twee jaar werk ik mee aan de ‘Theo Thijssen-dagen’. Dan denken ze niet aan mij om dat boek in te lezen. Nu is het gedaan door Hans Dagelet, die Kees de jongen ook op het toneel speelt. Achteraf ben ik er misschien een beetje blij om, want hij kan dat vreselijk goed! Voor Douwe Draaisma’s tweede boek en voor de andere delen van De Kleine Kapitein hebben ze mij niet gevraagd.” Blijkbaar spelen er bij de selectie van een voorlezer toch ook andere factoren mee die voor ons verborgen blijven.

 

1.3. Opgelegde normen

 

In dit onderdeel gaan we aan de hand van de Harry Potter-luisterboeken na in welke mate de uitgever normen oplegt aan de voorlezer en in hoeverre de vertellers zich op elkaar baseren. Hiervoor vergelijken we de Engelstalige, Duitse, Nederlandse en Franse uitgaven van de Harry Potter-luisterboeken en zoeken we op of vragen we de verteller of hij zich op anderen baseert.

 

Bij het luisteren valt ons op dat de vertellers verschillende accenten leggen. In de eerste plaats verschillen de edities bij de creatie van ruimtelijke effecten. Terwijl bij de Nederlandse Jan Meng, de Amerikaan Jim Dale en de Franse Bernard Giraudeau geen echo’s gebruikt worden, gebeurt dit wel bij de Duitse Rufus Beck en de Britse Stephen Fry om ruimtelijke dimensies te creëren.

 

Daarnaast wordt in de Franse en Nederlandse uitgaven de uitspraak van eigennamen aangepast aan de doeltaal, terwijl in de Duitse uitgave de Engelse uitspraak steeds behouden blijft. In de Nederlandse uitgave worden vele eigennamen vertaald met een Nederlandstalig equivalent, waardoor een Engelse uitspraak ook niet vereist is. Namen als Hagrid of Harry worden niet hertaald en volgens Nederlandse uitspraakregels geprononceerd; het gebeurt immers vaak dat eigennamen naar de normen van de doeltaal uitgesproken worden. In de Franse vertaling worden de eigennamen meestal niet veranderd, maar ook hier geldt dezelfde regel.

 

Voorts merken we hoe de uitspraak van sommige woorden reeds hun semantische lading dekt. Zo horen we in Harry Potter en de Halfbloed Prins bij Beck en Meng aan de trage en a.h.w. slepende uitspraak hoe Harry langzamerhand door Necroten naar de rand van de rots in het water getrokken wordt (hfdst. 26). Woorden als ‘afkeer’ en ‘haat’ worden bij Meng met zulke felheid en krassende stem uitgesproken dat het venijn er quasi afdruipt. Ook geluiden als gesnik en gelach komen bij alle Harry Potter-vertellers aan bod.

 

Verder komen emoties op een andere manier tot uiting in de verschillende edities, want terwijl we bij Meng in hoofdstuk 28 van Harry Potter en de Halfbloed Prins bvb een hond horen janken, zal Beck dit niet doen. Ook Draco Malfidus klinkt anders: terwijl bij Meng in het zesde boek Draco Malfidus bang lijkt, klinkt hij bij Beck in het begin van hoofdstuk 27 meer zelfzeker.

 

Daarenboven spelen de Nederlandse, Franse en Duitse vertellers met het verschil tussen een rollende r en een huig-r om personages van elkaar te onderscheiden of hun evolutie te schetsen, maar deze verandering verschilt bij elk personage in de drie uitgaven. In de Engelse edities horen we deze verandering niet.

 

Ook verschillen de personages qua stemtimbre. Terwijl bij Fry en Meng Perkamentus – in het Engels Dumbledore – een iets diepere stem heeft, gebruiken Beck, Dale en Giraudeau een schorre stem. De huiself Knijster of Creature heeft in de Britse, Nederlandse en Duitse uitgave een scherpe ietwat lage stem, terwijl hij bij Dale dof klinkt. Hagrid’s stem vertoont dan weer in vier edities opvallende gelijkenissen; ze klinkt schor en zwaar, maar tegelijkertijd ook scherp; Giraudeau vertolkt Hagrid echter met een vrij doffe, stille, monotone stem die zich niet door schorheid kenmerkt. Daarnaast laat Giraudeau als enige Ron lispelen. Hierdoor komt Ron belachelijk over, wat totaal niet bij het verhaal aansluit. Professor McGonagol of Anderling spreekt bij Giraudeau bijna als oom Herman (in het Frans Vernon), waardoor ze saai lijkt en haar lieve en pittige karakter niet tot uiting komt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Franse Harry Potter-luisterboeken tot de vier eerste beperkt bleven, want andere vertellers als Meng weten professor Anderling veel levendiger te vertolken en hiermee bij het personage aan te sluiten; Meng vertelt over deze figuur het volgende: “Als een personage een beetje gekleurd is, is het altijd leuk om te vertolken. Professor Anderling is bvb streng, maar toch rechtvaardig. Je moet haar niet te streng en saai doen lijken, want ze is lief en streng tegelijk. Dat is moeilijk.”

 

Uit deze verschilpunten kunnen we concluderen dat de vijf vertellers zich niet op elkaar baseren. Jan Meng vertelt hierover het volgende: “Ik kreeg van niemand tips over boeiend vertellen: mijn vertelstrategie heb ik niet bedacht; het is gewoon mijn eigen ding. Wel heb ik als kind veel naar de radio geluisterd: ik was één en al oor voor hoorspelen en mensen met rare en mooie stemmen als die van de acteur die Paul Vlaanderen speelde en Jan Oradi die de ‘special effects’ verzorgde. […] Als ik een zwerkbalwedstrijd versla, is dat meer gebaseerd op een voetbalverslag uit de jaren ’50.” Enkel de Engelse uitgever geeft richtlijnen: “Toen kreeg ik van de Engelse uitgeverij het verzoek niet te veel stemmetjes te maken; dat heb ik toch gedaan, maar alleen als het in de tekst werd aangegeven.” Hoewel de Nederlandse uitgever geen normen oplegt, gebeurt dit dus wel in Engeland. Zo woonde J.K. Rowling bij Stephen Fry enkele opnames bij, maar ze heeft hem nergens moeten corrigeren en geniet ervan wanneer haar kinderen naar zijn audioboeken luisteren; deze samenwerking tussen auteur en verteller vormt eerder een uitzondering op de regel.

 

1.4. Doelpubliek

 

Als we op de site van ‘123luisterboek’[9] kijken, waar alle Nederlandstalige luisterboeken per categorie gerangschikt worden, valt ons het volgende op: de kinderboeken zijn volgens leeftijd geordend. In de categorie vanaf 2 jaar vinden we 37 luisterboeken, vanaf 4 jaar 73, vanaf 6 jaar 136 en vanaf 10 jaar 88. Verder worden de verhalen volgens genre ingedeeld. De site biedt 115 romans aan, 42 non-fictieverhalen, 7 fantasieverhalen, 26 sprookjes, 97 verhalen en 59 thrillers & spannende verhalen. Tevens bestaan er tal van informatieve luisterboeken, bvb over business en management, 11 over innovatie & organisatie, 12 over leiderschap, 14 over marketing en verkoop, 90 samenvattingen, 14 over verandermanagement, 5 over strategie en nog 32 over andere thema’s), 28 over lijf & geest en 26 over filosofie & religie. Verder biedt de site 47 theater- & muziekspelen aan, 19 poëzieluisterboeken, 15 radioprogramma’s en 54 hoorspelen aan. De hoorcolleges zijn opgedeeld in volgende categorieën: 23 geschiedeniscolleges, 13 colleges over kunst & cultuur, 6 over natuurwetenschappen, 10 over politiek & maatschappij en 36 over taal en letteren. Tot slot vinden we ook nog boeken top tiens, promoties en rangschikkingen op basis van originaliteit, prijs en verschijningsdatum op de site.

 

Opvallend genoeg staan de Harry Potter-boeken niet onder ‘fantasy’ gecategoriseerd; ze worden enkel vermeld bij de kinderboeken voor kinderen ouder dan tien en in de categorie ‘verhalen’. Een juist beeld van de productie van luisterboeken kan deze site ons dus niet geven.

 

Niettemin kunnen we uit deze statistieken concluderen dat de meeste populaire genres uit onze westerse literatuur eveneens in audioformaat te koop zijn. Het grootste deel ervan zijn ingesproken voor volwassenen of voor een doelpubliek van alle leeftijden. Slechts 334 luisterboeken maken deel uit van de specifieke jeugdliteratuur.

 

Tevens valt ons op dat in luisterformaat materiaal beschikbaar is dat niet in een andere vorm verschijnt. Voorbeelden hiervan vormen de hoorspelen, verkorte luisterboeken, hoorcolleges of radioprogramma’s.

 

1.5. Verkorting

 

Vaak worden geschreven boeken in verkorte vorm uitgegeven. Dit brengt verscheidene voordelen met zich mee. In eerste instantie vermindert het aantal cd’s. Hierdoor dalen de productiekosten en kan het boek sneller ingesproken worden. Verder geeft het mensen de mogelijkheid in weinig tijd een boek te lezen. Hoewel het volledige boek niet wordt ingesproken, krijgt de lezer toch een mooi beeld van het verhaal. Door het verhaal deskundig in te korten en enkel de essentie te behouden brengt het luisterboek zijn lezer ertoe het volledige werk juist te interpreteren. Bovendien geeft een goed luisterboek smaak naar meer en moedigt het zijn luisteraar aan de volledige tekst te lezen. Jan Meng vertelt hierover het volgende: “Een goed luisterboek – met liefde gelezen – kan net zo prikkelen als de strip. Vroeger werd ook altijd gezegd dat de strip kinderen lui maakte en dat ze niet meer wilden lezen. Stripverhalen waren verboden en dat soort dingen, maar nu wordt dit genre zelfs in het onderwijs gebruikt om verhalen te vertellen over de geschiedenis. Ik heb als kind heel vaak de ‘Illustrated classics’ gelezen. Die waren in het Nederlands vertaald. Daarbij hoorden Shakespeare’s Hamlet, Macbeth, Richard III, …. Dat was heel lelijk getekend, maar gaf smaak naar meer. Ook het luisterboek geeft smaak naar meer. […] Ik wil altijd al de klassieken onder de aandacht brengen. Zij vormen de basis voor de literatuur en de geschiedenis. In samenwerking met de universiteit van Amsterdam wil ik een reeks uitgeven: ‘Meesters uit de Wereldliteratuur’. Bij de verschillende faculteiten (Frans, Duits, Engels, Amerikaans) wil ik een aantal klassiekers laten inkorten door allemaal jonge, briljante studenten, alleen maar als voorsmaakje, zoals het bij mij met strips begon: mensen aanmoedigen om te lezen en enkel de essentie brengen.”

 

Deze verkorte luisterboeken worden niet altijd positief onthaald. Zo betreurt Ger Groot in een recensie uit NRC dat in Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2006) van Douwe Draaisma bepaalde hoofdstukken zijn weggevallen. Andere recensenten als Pieter Steinz juichen dergelijke verkortingen dan weer toe, bvb in een recensie over Het Bernini mysterie van Dan Brown: “Een uitkomst voor iedereen die graag kennis wil nemen van de spannende plot, en die geen geduld heeft voor de soms ellenlange uitweidingen van de over-didactische Dan Brown. De enigszins amechtige stijl van Brown en zijn filmische manier van vertellen (met veel parallelmontage, afwisseling van korte hoofdstukken vanuit het perspectief van telkens een ander personage) komen goed tot hun recht. En hoewel de romantische gedeeltes zo mogelijk nog gênanter zijn dan wanneer je ze leest, blijft de spanning goed bewaard.”

 

1.6. Pierre Bourdieu’s theorie over de literaire markt toegepast op de evolutie van het luisterboek[10]

 

In dit onderdeel passen we Bourdieu’s theorie over de literaire markt toe op de ontwikkeling van het luisterboek. Hierbij richten we ons hoofdzakelijk op de evolutie van Uitgeverij Rubinstein, omdat deze aan de basis ligt van het luisterboek in het Nederlandse taalgebied.

 

De literaire markt is volgens Pierre Bourdieu georganiseerd rond twee polen, namelijk symbolisch en economisch kapitaal. Symbolisch kapitaal gaat gepaard met prestige (en soms met een hogere moeilijkheidsgraad); meestal streven producenten van op prestige beluste projecten eeuwige roem na en zijn ze op duurzaamheid gericht. Andere producenten of projecten met economische doeleinden beogen dan weer tijdelijk succes en een snelle verkoop.

 

Uitgeverij Rubinstein begon als eerste met luisterboeken voor het grote publiek in het Nederlandse taalgebied. De eerste exemplaren werden door auteurs als Annie M.G. Schmidt, Simon Carmiggelt, Adriaan Van Dis en Renate Rubinstein ingelezen. Deze auteurs lazen elkaar regelmatig voor en Maurits Rubinstein wilde hun stem op cassette vastleggen. Volgens Jan Meng was de productie van deze luisterboeken gericht op eeuwig voortbestaan: “Zo’n schrijver die voorleest uit eigen werk, dat moet je beschouwen als een historisch document.”[11] Toen het luisterboek Nee heb je van Renate Rubinstein in boekhandel Athenaeum goed verkocht, begon de uitgeverij met andere luisterboeken, waaronder de klassiekers van Roald Dahl verhaald door Jan Meng. Later kreeg Jan Meng het idee de toen nog onbekende Harry Potter-boeken in te spreken. In het begin was de productie van het luisterboek eerder gericht op eeuwige roem en prestige dan op snelle verkoop. Vandaar ook de keuze voor goede, maar minder bekende vertellers als Jan Meng. Desondanks werden vanaf de jaren ’90 reeds vele bekende werken voorgelezen, zodat op lange termijn een goede verkoop in het verschiet lag, maar het luisterboek had zich toen nog niet met hoge verkoopcijfers op de literaire markt gepositioneerd.

 

Door het latere succes van de Harry Potter-luisterboeken begon het publiek zich meer en meer in andere luisterboeken te verdiepen; meer bekende Nederlanders lazen boeken; auteurs vertelden uit eigen werk en het marktaandeel van luisterboeken steeg met rasse schreden. Bestsellers leveren volgens Bourdieu kapitaal op dat vrij gemaakt kan worden om in nieuwe projecten en genres te investeren. Deze projecten kunnen zowel vernieuwend als commercieel getint zijn.

 

Bourdieu maakt binnen de productie een onderscheid tussen populaire werken die snel verkopen maar niet vernieuwend zijn, klassiekers die al jarenlang succes hebben en kans maken opgenomen te worden in de literatuurgeschiedenis, en avant-gardistische of vernieuwende literatuur. Momenteel kan het luisterboek in zijn geheel nog altijd beschouwd worden als avant-gardistisch, omdat nog steeds met de mogelijkheden van geluid geëxperimenteerd wordt en er steeds nieuwe genres binnen het luisterboek verschijnen. Bovendien moet het luisterboek zich nog altijd positioneren in het literaire veld. In verhouding tot andere literatuursoorten worden luisterboeken veel minder gerecenseerd (cf. infra). Vanwege de recente opkomst ervan staat nog lang niet vast of dit genre een plaats in de literatuurgeschiedenis zal bekleden en kan het nu nog niet als klassiek beoordeeld worden.

 

Critici zouden kunnen opwerpen dat het luisterboek niet tot de avant-gardistische literatuur behoort, omdat de productie van luisterboeken vaak aansluit bij de gangbare literatuur en dus niet vernieuwend werkt. Meer nog: geschreven teksten worden gewoon integraal voorgelezen! Deze critici verwarren voorlezen echter met oplezen en weten niet hoe het luisterboek de gedrukte tekst verrijkt. Vertellers als Jan Meng leggen heel wat vindingrijkheid aan de dag. In tegenstelling tot anderen houdt Meng zich niet altijd letterlijk aan de geschreven tekst. Door de tekst af en toe te verrijken met kleine woordjes uit het mondelinge taalgebruik, vertolkt hij het verhaal vloeiend en spontaan. Met tal van stemnuances benadert hij het verhaal steeds vanuit zijn eigen invalshoek. Daarom kan ook zijn werk als avant-gardistisch doorgaan. Verder nemen deze critici geen notitie van de genres waarin de verteller bewust afstand doet van een geschreven tekst. Zo verschijnen radioboeken enkel en alleen in gesproken vorm, want volgens het verhaal worden de manuscripten na het voorlezen ingemetseld; om die reden kunnen radioboeken zelfs binnen het luisterboek als avant-gardistisch beschouwd worden. Ook qua thematiek werkt het luisterboek vernieuwend; denk maar aan gemoderniseerde, aan onze tijd aangepaste sprookjes en verkorte werken waarin enkel de essentie wordt gebracht en reeds een tekstinterpretatie wordt gegeven. Bovendien worden volgens Jacques Dubois[12] in elk soort vernieuwende literatuur allerlei procedés uit oude literatuur hernomen, maar tegelijk ook verrijkt met nieuwe kenmerken. Door geen kenmerken uit gecanoniseerde literatuur over te nemen, verwerft een genre zelden prestige in het literaire veld; een dynamiek van overname en verandering kenmerkt immers onze hele literatuurgeschiedenis. In dit proces onderscheidt elke groep of school zich echter wel door principes die een eenheid binnen die groep creëren. Voor het luisterboek ligt het verschil met andere literatuur in de auditieve vorm; hiermee onderscheidt het zich van een gedrukte tekst. Door kenmerken uit gecanoniseerde genres over te nemen of bekende werken te vertolken, zal het gemakkelijker in de literatuurgeschiedenis opgenomen worden.

 

Hoewel het luisterboek vernieuwing brengt binnen de literatuur, bestaan er ook commerciële luisterboeken. Hierin doet de verteller niets anders dan een gecanoniseerde of succesvolle geschreven tekst op vlakke toon voorlezen. Deze kunnen inderdaad als achterhaald en commercieel beschouwd worden, maar dan wel binnen het luisterboek zelf. Het betere luisterboek heeft veel meer te bieden en mag hiermee niet vergeleken worden. Net als in elk genre treffen we ook binnen het luisterboek vernieuwende en commerciële tendensen aan, maar dat vertelt niets over het genre in zijn geheel.

Verder onderscheidt Bourdieu drie soorten uitgevers. Avant-gardistische uitgevers produceren nieuwe literatuur, grote uitgevers produceren klassiekers en commerciële uitgevers maken wat oud en achterhaald is. Enerzijds kan Uitgeverij Rubinstein als groot of avant-gardistisch beschouwd worden: de uitgeverij kent succes, maar blijft nog steeds vernieuwing brengen. Zo zal Willem Nijholt oude poëtische liedjes van Toon Hermans zingen die de auteur zelf nog niet uitgegeven had. Sprookjes als De nieuwe kleren van de keizer (dat in de Week van het Luisterboek van 2008 uitkwam) of Hans en Grietje worden in een modern muzikaal of humoristisch jasje gestoken en zo blijft het luisterboek evolueren. Anderzijds merken we dat steeds meer bekende Nederlanders in de wereld van het luisterboek bij Rubinstein verzeild raken en dat vooral bekende titels of auteurs worden uitgegeven. Dit getuigt dan weer van een hang naar commercialiteit. Bovendien worden bekende Nederlanders vaak niet de meest vindingrijke voorlezers. Zo zal Carice Van Houten in haar vertolking van Het Achterhuis van Anne Frank de geschreven tekst letterlijk en zonder veel variatie in haar stem voorlezen. Werd zij als voorlezer gekozen vanwege haar succes in de film Zwartboek of wordt haar enerverende voorleesstijl juist gewaardeerd vanwege de levensechtheid waarmee ze Anne’s verveling op enerverende wijze weergeeft?[13] In elk geval brengt haar vertelstrategie geen vernieuwing binnen het luisterboek.

 

Tot slot meent Bourdieu dat literatuur in verband gebracht moet worden met andere socioculturele factoren. Dit geldt ook voor het luisterboek. De opkomst van nieuwe media en de ermee gepaard gaande technologie als Ipods, cd-spelers en cassetterecorders, maakt dat ook mondelinge literatuur gemakkelijk vastgelegd en verspreid kan worden. Deze mediatisering kwam de populariteit van het luisterboek ten goede. Toch komt het luisterboek in academische milieus zelden aan bod vanwege zijn recente opkomst. De groeiende aandacht voor andere media binnen de literatuurstudie als film, strip en theater helpt het luisterboek toch langzaam maar zeker bij de verovering van een positie in academische kringen.


2. RECEPTIE VAN HET LUISTERBOEK IN HET LITERAIRE VELD

 

Literatuur en literaire kritiek stammen volgens Carel Peeters[14] uit dezelfde tijdsperiode. Het ontstaan van een nieuw genre gaat bij gevolg gepaard met een kritische beoordeling ervan. Sinds zijn ontstaan vanaf de jaren ’90 kwam het luisterboek geleidelijk aan in opmars bij het grote publiek. Succes gaat gepaard met media-aandacht en zo verschenen in 2004 de eerste uitgebreide luisterboekrecensies in NRC.

 

In dit onderdeel bespreken we de receptie van het luisterboek in het literaire veld. Hierbij houden we rekening met Isenberg’s[15] door C.J. Van Rees geciteerde stelling dat zowel leken als professionele instanties deel nemen aan literaire communicatie en het succes van een genre bepalen. Hoewel kunstcritici als enige de toelating krijgen bedenkingen te maken over de artistieke kwaliteiten van een werk, hebben ook anderen invloed op de receptie ervan. Daarom laten we hier niet alleen literaire critici aan bod komen.

 

Eerst gaan we na welke metaliteratuur over luisterboeken beschikbaar is. Hierbij maken we een onderscheid tussen primaire en secundaire metaliteratuur. Daarna bestuderen we het nut van het luisterboek in pedagogisch kader. Hierbij onderzoeken we in welke mate het luisterboek nog beter in ons bibliotheekwezen en het onderwijs geïntegreerd kan worden. Daarna gaan we dieper in op enkele evenementen die georganiseerd worden om het luisterboek te promoten. Tot slot gaan we na in hoeverre de productie van luisterboeken op de literaire kritiek afgestemd is. In alle onderdelen passen we theorieën over literaire kritiek toe op het luisterboek. Op die manier komen we tot een antwoord op de vraag of de literaire kritiek het luisterboek in al zijn dimensies aan bod doet komen.

 

2.1. Primaire metaliteratuur

 

Volgens C.J. Van Rees wordt primaire metaliteratuur hoofdzakelijk geproduceerd door journalisten. Dit soort kritiek volgt de literatuur op de voet en bekijkt literatuur niet vanaf een kritische afstand. Tot deze literatuur behoren dagbladen, weekbladen en zelfs recensies op internet die vaak een reflexieve kijk op literatuur missen.

 

2.1.1. Krantenrecensies

 

Volgens J. Slawinski[16] heeft een recensie een descriptieve, interpretatieve en evaluatieve functie. In het descriptieve of informatieve luik van een recensie geeft de auteur informatie over het werk: zijn inhoud en zijn ontstaansgeschiedenis. Hierbij komt informatie over de auteur, de vertaling en de receptie (of bekroning) van het werk aan bod. Bij luisterboeken wordt eveneens de verteller voorgesteld. Ook op uiterlijke kenmerken van het boek als grootte, cover en lettertype kan dieper ingezoomd worden. Bij luisterboeken wordt ook aandacht besteed aan het medium op zich. Tevens gaat de recensent dieper in op de context waarin het boek ontstond, aan de hand van observaties; in dit deel kan eveneens naar evenementen verwezen worden aan de hand waarvan het boek gepromoot kan worden; zo heeft een recensie ook een operatieve functie.

 

Bij de interpretatie recodeert of decodeert een recensent de tekst. Bij het decoderen stelt hij zich deskundig op door bijkomende informatie te geven en verbanden te leggen met andere teksten en tradities. Bij het recoderen associeert hij de tekst met denkbeelden uit het dagelijkse leven of vereenvoudigt hij de tekst. Ook labelt de recensent het boek met een aantal kernachtige bewoordingen die meer informatie geven over de tekst qua genre, hoofdthema’s en stijl.

 

In het evaluatieve deel geeft de recensent een waardeoordeel gebaseerd op assumpties: normen die volgens hem op een tekst van toepassing moeten zijn. Soms wordt dit deel gekenmerkt door een levensbeschouwelijke attitude; vaak heeft dit deel een postulatieve of normatieve functie.

 

Bij de interpretatie en de evaluatie kan een recensent zich onmogelijk neutraal opstellen: hij interpreteert het werk steeds vanuit een bepaalde achtergrondkennis (habitus) en zijn oordeel wordt beïnvloed door zijn opvattingen op literatuur. In sommige recensies reflecteert de recensent zelf over zijn achtergrondkennis. Slawinski noemt deze reflectie ‘metakritiek’.

 

Hieronder bestuderen we deze drie functies in de recensies uit NRC Handelsblad tot 30 mei 2008 over luisterboeken, omdat in dit dagblad veel recensies over luisterboeken zijn opgenomen in vergelijking met andere dagbladen. Per soort argumentatie binnen elke functie geven we één voorbeeld. Sommige argumenten kunnen we in meerdere categorieën plaatsen; als een luisterboek bvb een breed scala aan achtergrondgeluiden bevat en hierom positief beoordeeld wordt, kunnen we dit beschouwen als argument dat verband houdt met ‘ruimtelijke effecten’, ‘afspiegeling’ of ‘variatie’. In ons onderzoek delen we elk argument echter slechts bij één categorie in, zodat de opdeling overzichtelijk blijft en er zo’n gevarieerd mogelijk scala aan argumenten aan bod kan komen.

 

Bij de evaluatieve functie maken we gebruik van Boonstra’s categorieën[17], aangezien deze criticus een gevarieerder spectrum aan waardeoordelen bestudeert dan andere auteurs en omdat hij hierin een zeer verfijnd onderscheid aanbrengt. Toch dienen we deze theorie ietwat te verruimen, aangezien bij de beoordeling van het luisterboek ook nog andere criteria een rol spelen.

 

Daarna gaan we na of metakritiek eveneens in de recensies opgenomen wordt. Verder vergelijken we twee critici en onderzoeken we hoe de recensies structureel opgebouwd zijn. De plaats van deze recensies in de boekenbijlage van de krant bestuderen we niet, omdat we deze op internet niet terugvinden.

 

Tot slot vergelijken we de recensies van NRC Handelsblad met die uit De Standaard op basis van kwantitatieve factoren. Met dit onderzoek trachten we na te gaan of het luisterboek in België evenveel aandacht geniet als in Nederland.

 

2.1.1.1. Descriptieve functie

 

Bij het luisterboek vinden we eveneens informatie over de inhoud van het boek en de receptie van het werk. Zo schrijft Ger Groot over Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma: “Waarom kunnen we nog jaren later blozen om een ondergane vernedering? Waarom lijkt het leven met het stijgen van de leeftijd steeds sneller te gaan? […] Het enorme nationale en internationale succes van het boek liet zien dat die vragen nog steeds op een brede belangstelling konden rekenen.”

 

Ook anekdotes over de productie van een boek of informatie uit interviews met auteurs (of voorlezers) kunnen in een recensie opgenomen worden; zo ook bij het boek De God Denkbaar Denkbaar de God van Willem Frederik Hermans: “”Ik zou een andere roman van mij niet graag, zelfs niet gedeeltelijk, voorlezen,” zei Hermans onder meer; “want dat zijn geen boeken die zich voor voordracht lenen. Dit boek wel.””

Tevens komen verwijzingen naar ander werk van de auteur aan bod. Dit gebeurt o.a. in een recensie over Dimitri Verhulst: “er is alweer een nieuwe Verhulst. Op de dag dat bekend wordt of De helaasheid der dingen behalve lovende kritieken en 14 drukken ook een AKO-nominatie waard is, verschijnt Mevrouw Verona daalt de heuvel af, zijn achtste boek in zeven jaar. En het is een heel ander boek geworden.”

 

Naast informatie over de auteur geven de recensies ook informatie over de voorlezer, bvb over Ineke Sluiter: “Ze sprak eerder dit jaar op het Studium Generale van de Universiteit in Leiden en nu kan iedereen op elk moment van de dag en waar dan ook luisteren naar haar opmerkelijke, soms cynische en ontluisterende verhalen over de heldendichten Ilias en Odyssee van Homerus en de toneelstukken Agamemnon van Aeschylus en Koning Oedipus van Sophocles.”

 

Verder worden de werken thematisch benaderd: “Maar de verstoring van het dagelijks leven is ook een obsessie van haar schepster. In Dorresteins vorige roman, Zolang er leven is, verdwijnt er zomaar een baby. In Zonder genade (2001) draaien een man en een vrouw door wanneer ze hun zoon door zinloos geweld verliezen. En in Dorresteins beste boek, Een hart van steen (1996), slaat het noodlot toe in een modelgezin in vredig suburbia.”

 

Daarnaast lezen we soms informatie over het luisterboek als medium, bvb in een recensie over Hamlet van William Shakespeare: “Vroeger werden ze alleen voor blinden en kinderen gemaakt, nu beginnen ook het ziende en volwassenen de geneugten van het luisterboek te ontdekken. Een misverstand is nog wel dat de lezer zit te wachten op luchtige, korte verhaaltjes, terwijl deze lezer op lange autoritten juist de vuistdikke romans wil horen waar hij nooit aan toekomt.”

 

Voorts lezen we over de cover, bvb bij het boek Rafael van Jan Eilander: “Peter van Dongen maakt tekeningen zoals je die in oude jongensboeken tegenkomt: dikke klare lijnen met egale kleurvlakken zonder schaduw. Zijn omslag vertelt dan ook meteen dat Rafael van Jan Eilander (2004) een klassiek voetbalboek voor jongens wil zijn. Op de net verschenen luisterversie is de tekening van een jongen met de voet op de bal zelfs nog wat opgeblazen – zoals de hele cd door de enthousiaste vertelstem van de schrijver nog meer sfeer, emotie en spanning heeft gekregen dan het boek.”

 

Tot slot wordt ook naar prijzen verwezen. Zo citeert een recensie over The Audacity Of Hope van Barack Obama dat dit boek een Grammy won en vergelijkt de recensent het aantal Grammies van Obama met die van andere presidentskandidaten.

 

De descriptieve informatie over luisterboeken vertoont weinig verschillen met andere genres. Alleen komen hier ook het medium en uitleg over de voorlezer ter sprake.

 

2.1.1.2. Interpretatieve functie

 

Ook luisterboeken als De God Denkbaar Denkbaar de God van Willem Frederik Hermans worden gelabeld qua stijl en genre: “De God Onverkoopbaar” noemde uitgever G.A. van Oorschot het. Radiomaker Wim Noordhoek had het over “diep-ernstige slapstick”. En de schrijver zelf vertelde trots in een interview dat hij het had geschreven “in een soort apentaal […] mooie, gedragen, lyrische taal met een sterk muzikale inslag, geen gewoon proza.”

 

Tevens treffen we opmerkingen over de stijl aan, bvb bij een recensie over Dan Brown’s Bernini mysterie: “De enigszins amechtige stijl van Brown en zijn filmische manier van vertellen (met veel parallelmontage, afwisseling van korte hoofdstukken vanuit het perspectief van telkens een ander personage) komen goed tot hun recht.”

 

Verder wordt tekst ook gedecodeerd, bvb wanneer verbanden worden gelegd met ander werk van dezelfde auteur in een recensie over Paula Gomez’ Allemaal een doosje: “haar nieuwe verhaal Allemaal een doosje varieert op haar eerdere boek Tropenkind.” Tevens worden verbanden met andere werken gelegd: “Rafael is in zijn oervorm al een überjongensboek: een mengeling van de AFC’ers van J.B. Schuil en De Kameleon van H. de Roos, gesitueerd rond het sportcomplex van de Ajax-jeugd.”

 

Andere recensenten als Cornelia Saxe recoderen dan weer hun leeservaringen door het luisterboek Kaas van Willem Elsschot te associëren met taferelen uit het dagelijkse leven: “Als ik de warme stem van de voorlezer van het luisterboek Kaas, dat vorig jaar bij Audio Verlag verschenen is beluister, dan is het alsof ik weer met mijn grootvader voor zijn boekenkast sta.”

 

Uit dit alles kunnen we opmaken dat luisterboeken aan de hand van een breed scala aan argumenten geïnterpreteerd worden en gecategoriseerd worden op basis van literaire kenmerken als stijl, genre, thematiek, enz. Zoals Verboord[18] stelt, speelt de achtergrond van de criticus hierin een rol, want het aantal gekende teksten waartoe hij gereduceerd is, bepaalt zijn oordeel en associatievermogen.

 

2.1.1.3. Evaluatieve functie

 

In eerste plaats vinden we (mimetische) argumenten waarmee het luisterboek wordt beoordeeld in relatie tot de waarneembare en ideale werkelijkheid. Volgens het afspiegelingsargument is een boek goed als het aansluit bij de realiteit, zoals bvb in een recensie over Renate Dorrestein’s boek Echt sexy: “avonturen zijn te krankzinnig om serieus te nemen, waardoor ze als satire op de moderne limbocultuur hun doel voorbij schieten.” Dit soort argumenten, waarbij literatuur aan de werkelijkheid wordt getoetst, komt vaak voor in luisterboekrecensies. Bij abstraheringsargumenten wordt een boek positief beoordeeld als het afstand doet van de werkelijkheid en overloopt van symbolische waarden. Zo schrijft Ger Groot over Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt: “Het autobiografische geheugen is geen gangbaar onderwerp in de psychologie. Die wetenschap voelt zich niet erg op haar gemak bij een thema dat zich zo slecht leent voor wetenschappelijke generalisaties. Om precies dezelfde reden geniet het bij het bredere publiek grote populariteit.” Engagementsargumenten associëren een werk met eigentijdse problemen en oordelen over de betrokkenheid van een auteur daarbij. Ze kunnen een tekst bejubelen of bekritiseren vanwege een gebrek aan morele waarden. Een voorbeeld van zo’n engagementsargument vonden we in een recensie over Dimitri Verhulst: “Verhulst gooit de slechtheid van de mensheid en de ellende van het bestaan graag hard in het gezicht, maar zonder cynisch te worden.” Morele argumenten brengen de tekst in verband met politieke strekkingen of een morele boodschap. Zo beoordeelt NRC Rafael van Jan Eilander als een verhaal “met als overtuigende boodschap: blijf trouw aan je vrienden en blijf zo trouw aan jezelf.”

 

In een tweede reeks argumenten wordt het literaire werk in relatie tot de auteur beoordeeld. Expressiviteitsargumenten stellen het uitdrukkingsvermogen van de auteur in vraag. Een voorbeeld hiervan vinden we weerom in een recensie over Renate Dorrestein’s werk Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor: “Voor de lezer is er maar één verzachtende omstandigheid, en dat is de manier waarop ze haar verhaal vertelt: laconiek, in korte, snelle alinea’s en met veel meer humor dan je van haar zou verwachten.” Bij originaliteitsargumenten wordt een werk positief ontvangen, als het van enige originaliteit getuigt; bij gebrek aan originaliteit geldt in een recensie over Het Bernini mysterie van Dan Brown het tegendeel: “Wat eens te meer duidelijk wordt uit Het Bernini mysterie, is dat de meesterlijke plottenbakker Dan Brown niet al te veel variatie aanbrengt in de sfeer en de opbouw van zijn kunsthistorisch-esoterische thrillers.” Bij intentionele argumenten beoordeelt de recensent of de auteur zijn vooropgestelde doel bereikt. NRC stelt in een recensie dat de auteur van De God Denkbaar Denkbaar de God met zijn boek dit ideaal verwezenlijkt: “”Het boek is eigenlijk een voorloper van de clip,” zei Hermans in 1994, en juist die kwaliteit wordt door deze luisterversie versterkt.” Bij de kritiek op de auteurspoëtica wordt de tekst in verband gebracht met opvattingen van de auteur over literatuur: “„Ik had gezegd dat ik voortaan in het Frans zou schrijven. Want het lukte toch niet om de Nederlandstalige lezers te interesseren. Die lezen liever hun Nicci French, schrijvers die elk jaar hetzelfde kakken. Het was een stukje frustratie mijnerzijds”” Tot slot wordt over de receptie van de auteur verteld en geoordeeld: “Het voorrecht, of de verplichting, om zijn nieuwe roman een paar weken voor verschijning integraal op cd voor te lezen is een van de gevolgen van het succes dat Dimitri Verhulst (Aalst, 1972) dit voorjaar boekte met De helaasheid der dingen. Die ruige, bij vlagen melancholische en deels autobiografische roman over een jongen die opgroeit in een Vlaamse voorstad tussen zijn vader en veeldrinkende ooms, betekende zijn doorbraak in Vlaanderen. Een terechte doorbraak. […] Meer dan een andere hedendaagse schrijver zou hij kunnen doorgaan voor de 21ste-eeuwse opvolger van de legendarische Louis Paul Boon.”

 

In een derde soort argumenten wordt de voorlezer beoordeeld. Ook de manier waarop de verteller of andere redactieleden een verhaal bewerken, kan in dit deel aan bod komen. Dit soort argumenten geldt specifiek voor luisterboeken en komt bij Boonstra niet voor. Hierbij wordt dieper ingegaan op de expressiviteit van de verteller, de al dan niet realistische vertolking, de vertelsnelheid, de gebruikte stemnuances, de klankkleur van de vertelstem, het inlevingsvermogen van de verteller, ruimtelijke effecten als echo of achtergrondgeluiden en mogelijk weggevallen tekstdelen. In de eerste plaats wordt de expressiviteit van de verteller beoordeeld: “En hij [Dimitri Verhulst] leest zijn teksten met zachte, ingetogen stem, alsof hij ze zou willen zingen.” Een tweede reeks argumenten beschrijft of de verteller het verhaal al dan niet realistisch vertolkt; zo zal het boek De overgave van Arthur Japin vanwege een gebrek aan inlevingsvermogen van de verteller bekritiseerd worden: “Granny Parker, naar eigen zeggen de vertegenwoordigster van ‘een ruw volk van snelle meningen met een gekarteld oordeel over alles en iedereen’, klinkt ‘gewoner’, om niet te zeggen braver, dan je zou verwachten, en zeker dan je zou willen. De wereld rondom haar komt tot leven, maar zijzelf veel minder.” Een derde oordeel wordt uitgesproken over de vertelsnelheid, bvb in een recensie over Rafael van Jan Eilander: “Het soms wat gehaaste voorlezen benadrukt de sterke en de zwakke kanten van het boek.” Ook op de stemnuances wordt in diezelfde recensie dieper ingegaan: “Mijn favoriet is het zeer herkenbare schorre stemgeluid van de bloedfanatieke coach van een provincieclubje.” Tevens komt de klankkleur van de vertelstem aan bod. Zo schrijft NRC over Piet Vanderpas: “Hij praat rustig, en een beetje deftig – als een priester zonder zachte G, wat goed past bij de apostolische wereld die Brown beschrijft.” Deze klankkleur kan ook met andere stemmen vergeleken worden, bvb in een recensie over De God Denkbaar Denkbaar De God: “Hermans klinkt als een kruising tussen een ouderwetse doemprediker en de Boze Buurman uit Ja Zuster Nee Zuster.” Ook het inlevingsvermogen van de voorlezer wordt geprezen: “hij weet de sfeer van het Haagse milieu rond de eeuwwisseling overtuigend neer te zetten. Geen moment krijg je de indruk met een gedateerd verhaal te maken te hebben.” Zo ook in een recensie over Hirsi Ali: “Maar als ze iets grappigs vertelt, doet ze dat op lacherige toon en gaat het over iets verdrietigs, dan hoor je dat ook aan haar stem.” Vaak wordt een verteller onder vuur genomen wegens interpretatiefouten: “Het kan bozer, het kan soms op een ietwat hardere toon. Dan is namelijk echt te merken wat een personage voelt.” Ook andere achtergrondgeluiden komen aan bod, bvb bij Hamlet van Shakespeare: “De lezing wordt verluchtigd met prachtige hoorspelgeluiden, van het weerkaatst gedruppel in de grot waar de geest van Hamlets vader spreekt, tot het kletteren der degens van de duellerende Hamlet en Laertes.” Tot slot kunnen ook uitspraken gedaan worden over weggelaten tekstdelen bij verkorte luisterboeken: “Weggevallen zijn helaas mooie stukken over onder meer déjà-vu’s en de ervaring van bijna-gestorvenen, die hun leven op het allerlaatste moment als in één snelle film aan zich voorbij hebben zien gaan.”

 

In een vierde reeks argumenten wordt een literair werk beoordeeld als autonoom geheel. Om te beginnen kan een werk stilistisch beoordeeld worden, bvb Rafael van Jan Eilander: “Buiten de voetbalwedstrijden lijdt zijn proza aan bloedarmoede. Met sportclichés als ‘voor de winst gaan’, gemakzuchtige formuleringen als ‘Tessel is behalve geestelijk ook lichamelijk niet in orde’ en ontspoorde beeldspraak als ‘een propvol huis waar je je kont niet kunt keren’. Maar Eilander schrijft ook kale zinnen, waarmee het verhaal vaart krijgt.” Verder vinden we ook compositorische argumenten over de structuur van het werk. Zo schrijft NRC over Joep Leerssen’s Literatuurgeschiedenis: “voor de luisteraar in de auto of in de trein tekenen zich scherpe lijnen af, waarop hij zich duidelijk kan oriënteren.” Ook bij Douwe Draaisma’s eerste luisterboek, Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt, wordt over de structuur verteld: “Titels, tussentitels en alinea’s krijgen nauwelijks de tijd om op zichzelf te staan en dat maakt het beluisteren van deze cd’s nogal onoverzichtelijk. Sommige stukken zijn bovendien half op de ene, half op de andere cd terecht gekomen. Het titelhoofdstuk begint plompverloren ergens halverwege de eerste track van de laatste cd.” Ook beweringen als “geen touw aan vast te knopen” geven ons een beeld over de structuur. Taalfouten worden eveneens aan de kaak gesteld en dit doet zich vaker voor dan in gedrukte literatuur, bvb in Het Bernini mysterie: “Alleen luisteraars die wel eens in Italië komen, zullen zich verbazen over zijn uitspraak van Italiaanse woorden als chiesa (‘sjeeza’), prescelti (‘preeskeltie’) en può (‘póe-woo’). Het Latijnse woord Illuminati spreekt hij uit alsof het rijmt met “staatsie’, waardoor je voortdurend het idee hebt dat er iemand langskomt voor de feestverlichting.” C. J. Van Rees stelt bovendien dat een werk kan geprezen worden omwille van zijn variatie[19]. Deze aanvulling op Boonstra is ook bij het ordenen van argumenten uit luisterboekrecensies vereist, want Kester Freriks stelt in een recensie over Lowietjes smartegeld van Yvonne Keuls: “Al is dit een luisterboek, het is bijna een theatergebeurtenis met effecten en bijval van de toehoorders.”

 

Een volgende reeks argumenten beoordeelt het werk in relatie tot de lezer. Met emotionaliteitsargumenten wordt het boek positief of negatief gerecenseerd al naargelang het al dan niet emoties oproept; zo ook in een recensie van Ger Groot over Joep Leerssen’s Literatuurgeschiedenis: “Beide keren sprongen mij de tranen in de ogen – en zoiets kan je op de snelweg beter niet overkomen.” Ook typeert deze krant Granny als ‘spannend’ en ‘ontroerend’. Andere gevoelens als ergernis en rillingen die je over de rug lopen, komen eveneens aan bod. In identificatie-argumenten waardeert een recensent het boek als hij zichzelf erin kan herkennen of geldt het omgekeerde. Een voorbeeld van zo’n argument is het volgende uit een recensie over Ayan Hirsi Ali’s Mijn vrijheid: “ik moet de eerste broer nog tegenkomen die zijn zusje uitlegt dat de bloeding die zij heeft heel normaal is voor een meisje, terwijl hij haar ook nog eens geld geeft om maandverband te kopen.” In het geval van Renate Dorrestein’s boek Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor schrijft NRC: “Heel herkenbaar voor iedereen die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt – en wie heeft dat niet?” Didactische argumenten beoordelen het boek positief als het de lezer op gebied van kennis of ervaring verrijkt. Zo stimuleren de verhalen van Ineke Sluiter volgens de kritiek de luisteraar tot lezen. Andere recensenten voelen zich dan weer tevreden wanneer overdidactische passages wegvallen, bvb bij het Bernini mysterie (cf. supra in 1.5). Tot slot beschrijven recensenten in welk opzicht een werk hun verwachtingen overtreft of niet aan hun verwachtingen voldoet, bvb Wilfred Takken: “Een misverstand is nog wel dat de lezer zit te wachten op luchtige, korte verhaaltjes, terwijl deze lezer op lange autoritten juist de vuistdikke romans wil horen waar hij nooit aan toekomt.”

Tenslotte wordt het luisterboek beoordeeld in relatie tot andere werken. Relativiteitsargumenten achten een werk waardevol binnen bepaalde reeksen of voor bepaalde bevolkingsgroepen; hierbij kan ook een evolutie geschetst worden. Zo stelt Wilfred Takken: “Vroeger werden ze alleen voor blinden en kinderen gemaakt, nu beginnen ook het ziende [sic] en volwassenen de geneugten van het luisterboek te ontdekken.” Ook hier wordt een literair werk positief of negatief beoordeeld al naargelang het van originaliteit getuigt of kadert in een traditie, bvb in een recensie over Rafael van Jan Eilander: “Eilander heeft deze modernismen vermengd met tal van klassieke motieven: hoogmoed die omslaat in deemoed, de schurk die wordt gepakt, het winnende doelpunt kort voor tijd, de naarling op de voetbalclub en het geheim uit het verleden.” Andere critici leggen dan weer verbanden met oude legendes, bvb in een bespreking van Het Indische geluid: “Haar verhaal De olifanten gaat terug op een oude legende over olifanten die diep in het oerwoud met hun slurf een jonge vrouw uitkleden. Dan roept de vrouw uit, met de stem van Dermoût: ,,Dit is té erreg…!”” Verder kunnen auteurs of vertellers met anderen vergeleken worden. Zo vergelijkt Pieter Steinz Dan brown met Graham Greene. Ook het luisterboek De veldtocht van Napoleon van Mathijs Deen wordt vergeleken met het werk van Zamoyski.

 

Deze studie toont aan dat luisterboeken aan de hand van dezelfde criteria als andere literaire werken beoordeeld worden. Dit neemt niet weg dat het grote aantal afspiegelingsargumenten ons opvalt. In de veronderstelling dat het luisterboek een tekst tot leven zou moeten wekken, toetst de recensent de vertolking voortdurend aan de werkelijkheid. Verder moeten we bij de ordening van argumenten in luisterboekrecensies ook een nieuwe categorie argumenten inbrengen waarbij de voorlezer of de vertellers ter sprake komen. Dit soort argumenten is uniek voor luisterboeken. Tevens wordt meer aandacht besteed aan mogelijke taalfouten van de voorlezer(s).

 

Uit onze studie moeten we concluderen dat waardeoordelen in deze recensies onderbouwd worden met argumenten, maar de persoonlijke voorkeuren van de recensent komen hierin duidelijk naar voren. Achtergrondkennis, ideologie en levenswaarden spelen ook volgens Carel Peeters[20] voortdurend een rol in de literaire kritiek, hoewel de criticus zich daar niet altijd van bewust is. Critici worden beïnvloed door opvattingen uit hun eigen cultuur als ras, sekse en natie bij de beoordeling van een literair werk; om die reden vinden we een groot aantal morele argumenten, emotionele argumenten, engagementsargumenten en afspiegelingsargumenten in de recensies. René Marres[21] bekritiseert een louter morele beoordelingswijze in de mening dat literatuur vooral als ‘kunst om de kunst’ beschouwd moet worden. Dit neemt niet weg dat eigentijdse culturele opvattingen eveneens aan bod mogen komen, omdat deze aansluiten bij de leefwereld van de auteur of de criticus.

 

2.1.1.4. Metakritiek en andere criteria voor recensies

 

Ook bij luisterboeken reflecteren critici over hun eigen standpunten; zo ook Pieter Steinz in zijn recensie over De God Denkbaar Denkbaar de God van Willem Frederik Hermans: “Ik voorzie een grote toekomst voor De God Denkbaar als cultboek – bij een heel nieuw publiek, dat de in laserputjes gebeitelde zinnen op hun waarde schat: als het meesterwerk van een performance poet. Maar ja wie ben ik?”

 

2.1.1.5. Opbouw

 

In dit onderdeel beoordelen we de bestudeerde recensies qua opbouw aan de hand van Wam De Moor’s criteria.[22] In de eerste plaats stelt Wam De Moor dat een recensie logisch opgebouwd dient te worden en dat de kritiek het boek in al zijn dimensies tot zijn recht moet laten komen. Ook moet een oordeel met gepaste citaten geadstrueerd worden. Tot slot prefereert Wam De Moor een levendige en gestructureerde stijl. In onze recensies over luisterboeken zijn deze criteria meestal toegepast en bevat de titel reeds een oordeel.

 

Qua opbouw bestaan recensies bij voorkeur uit een inleiding, een middendeel en een conclusie. Dit geldt eveneens in onze recensies: eerst wordt het boek ingeleid; dan volgt een middendeel met meer informatie en tot slot lezen we een eindoordeel; zo ook bij Ger Groot over Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma: ” Glashelder en met een enorme culturele en wetenschappelijke eruditie weet hij de psychologie opnieuw spannend, herkenbaar en verrassend te maken.”

 

De recensies kunnen op verschillende manieren ingeleid worden. In eerste plaats vinden we vaak een inhoudelijke introductie waarin de thematiek van het verhaal kort wordt geschetst. Tevens kan een recensie beginnen met een citaat over het genre, een mening van een andere criticus, een anekdote of een stelling van de auteur uit een interview (cf. supra in bvb de recensie over De God Denkbaar Denkbaar de God). Ook kan in de inleiding een vertrouwd tafereel getekend worden, zodat een sfeerbeeld wordt opgeroepen; zo begint een recensie over Kaas van Willem Elsschot als volgt: “Mijn lievelingsmeubel in de woonkamer van mijn grootouders was de boekenkast.” De recensent associeert het verhaal voortdurend met haar grootvader, zodat een huiselijk beeld wordt opgeroepen. Verder kan de recensent over de impact van de schrijver vertellen, wat volgens Jacques Dubois[23] ook meer vertelt over zijn positie in het literaire veld. Zo zal een recensie over Dimitri Verhulst zijn carrière en succes gedetailleerd onder woorden brengen. Tot slot kan een recensie ook met een citaat uit de tekst of filosofische wijsheid ingeleid worden. Rafael van Jan Eilander wordt al meteen met klanken uit het luisterboek getypeerd: “Whap, jauts, klanggg, vroeeem – goal!” Zo komt weerom een duidelijk sfeerbeeld naar voren.

 

Qua articulatie en argumentatie nemen de recensies niet altijd een duidelijk standpunt in; de meeste recensies beoordelen het boek met voor- en tegenargumenten. Zo zal Ger Groot over Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma stellen dat hij het boek qua thematiek apprecieert, maar dat de voorleesstem niet bij het boek past en dat het luisterboek onoverzichtelijk ingedeeld wordt zonder pauzes tussen de alinea’s. Pieter Steinz bejubelt in een recensie over Het Bernini mysterie van Dan Brown dat door de verkorting overdidactische passages wegvallen en dat de voorleesstem mooi bij het verhaal aansluit, maar betreurt de foutieve uitspraak van Italiaanse woorden en de ernst van het boek. Deze gevarieerde argumentatie toont aan dat de criticus het boek alle kansen wil geven, maar zich toch ook vragen stelt bij wat hij hoort. Wam De Moor’s standpunt dat een recensent een eenduidig standpunt moet innemen, is niet in alle recensies van toepassing. De meeste recensenten scharen zich achter het standpunt van Carel Peeters[24]; deze stelt immers dat de criticus het boek en zijn eigen kennis tot hun recht moet laten komen en het boek niet nodeloos moet bekritiseren.

 

2.1.1.6. Vergelijking tussen twee critici: Ger Groot en Pieter Steinz

 

In NRC recenseren Ger Groot en Pieter Steinz meerdere luisterboeken. Zoals elke criticus hechten ook deze twee meer belang aan sommige literaire criteria dan aan andere. Hieronder schetsen we kort welke kenmerken in een luisterboek voor hen beiden primeren.

 

Van Ger Groot vonden we een recensie over Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt van Douwe Draaisma en over Literatuurgeschiedenis van Joep Leerssen. Groot waardeert een boek als het structureel scherp afgetekende lijnen vertoont. Verder bewondert hij verrassende verhalen of boeken die nieuwe thema’s aan bod doen komen. Bij Draaisma’s boek betreurt hij de te hoge vertelsnelheid en de weggevallen delen, terwijl hij bij Leerssen meent dat door de korte schets van de literatuurgeschiedenis juist heldere en duidelijke contrasten en evoluties worden geschetst. Daarnaast onthaalt hij Leerssen’s boek positief vanwege zijn ‘didactische’ rijkdom, omdat het de luisteraar aanmoedigt de voorgestelde werken te lezen. Tot slot apprecieert hij dit laatste boek vanwege de ingevoegde muziekfragmenten en de ontroerende verhaallijn bij Primo Levi en Louis Paul Boon.

 

Pieter Steinz recenseert zes boeken, namelijk Echt sexy en Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor, (beide) van Renate Dorrestein, De God Denkbaar Denkbaar de God van Frederik Hermans, De overgave van Arthur Japin, De veldtocht van Napoleon van Mathijs Deens en Het Bernini mysterie van Dan brown. Hiermee is hij de recensent die in NRC Handelsblad de meeste aandacht aan luisterboeken besteedt. In zijn recensies komen intentionele argumenten, emotionele argumenten en originaliteitsargumenten vaak aan bod. De veldtocht van Napoleon belicht volgens hem de politiek van deze veldheer vanuit een ‘originele invalshoek’. Op emotioneel gebied krijgt hij de ‘rillingen’ bij het luisteren naar dit verhaal. Tevens is de bedoeling van de auteur, namelijk Zamoyski’s vertelling aanvullen, volgens de recensent geslaagd. Ook in de recensie over Arthur Japin komen emotionele en intentionele argumenten ter sprake. Voorts waardeert Steinz een verhaal als de vertelstem aansluit bij de personages; Japin’s boek wordt bekritiseerd vanwege de gewone vertelstem waarin de ruwheid van het hoofdpersonage niet tot uiting komt. Tevens staat een luisterboek hem aan als het humor bevat en voorleesplezier hoorbaar is zoals bij Frederik Hermans. De rustige vertelstem, variatie en spanning worden in Het Bernini mysterie toegejuicht, terwijl dit luisterboek wel bekritiseerd wordt vanwege zijn gebrek aan humor, taalfouten en ongevarieerde verhaallijn. Als een boek herkenbaar is voor personen die een gelijkaardige situatie hebben meegemaakt en Steinz zich met de hoofdpersoon kan identificeren, beoordeelt hij het boek doorgaans positief. Aangezien dit niet het geval is bij Renate Dorrestein’s Echt sexy, zal dit boek een negatieve recensie krijgen. Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor prijst hij dan weer vanwege het realisme in het verhaal; toch ergert hij zich aan de hoofdpersoon met wie hij zich niet kan identificeren. Tot slot valt ons op dat deze recensent vaak veel informatie over de inhoud van het verhaal prijsgeeft.

 

Recensies van Steinz en Groot pleiten beiden voor een aangrijpend of ontroerend luisterboek vol variatie en met een rustige vertelstem. Verder recenseren ze een totaal ander soort boeken; terwijl Groot zich op informatieve boeken richt, zal Steinz verhalende literatuur onder de aandacht brengen. Bij gevolg beoordelen ze de boeken aan de hand van verschillende criteria. Terwijl Groot didactiek prijst, zal Steinz pleiten tegen een overdidactische aanpak. Verder acht Groot structuur veel belangrijker dan Steinz. Terwijl Groot het verhaal enkel introduceert, lezen we bij Steinz veel meer over de verhaallijn zelf. Tot slot vinden we bij Steinz een grotere variatie aan argumenten, wat ook voor zich spreekt, omdat we veel meer recensies van deze criticus geanalyseerd hebben. Beide recensenten leggen per boek immers een even breed scala aan argumenten voor.

 

2.1.1.7. Vergelijking tussen België en Nederland

 

In dit onderdeel vergelijken we De Standaard in een notendop met NRC. In NRC werden t.e.m. de maand mei in 2008 23 luisterboeken uitgebreid gerecenseerd in recensies van gemiddeld één pagina; in totaal zijn er dertig pagina’s met deze teksten bestreken. Daarnaast worden luisterboeken ook dikwijls geciteerd. De zoekterm luisterboek levert meer dan 300 resultaten op binnen het krantenarchief, terwijl De Standaard maar 31 artikels toont. In deze krant worden binnen de gevonden artikels 35 luisterboeken geciteerd, verspreid over 12 pagina’s. Slechts tien daarvan worden gerecenseerd. Tevens wordt het luisterboek in België haast niet gepromoot. Dit doet ons concluderen dat in Nederland het luisterboek meer onder de aandacht wordt gebracht dan in België.

 

Verboord[25] meent dat literaire critici zich op elkanders standpunt baseren om zichzelf te legitimeren. Dat literaire critici, bvb uit kranten, elkaar beïnvloeden, geldt voor de Belgische en Nederlandse luisterboekrecensenten niet, want op Alleen op een eiland na recenseren de NRC en De Standaard totaal andere luisterboeken. Dat beide recensenten het luisterboek positief beoordelen, kan louter toeval zijn.

 

2.1.2. Interviews met voorlezers

 

Niet alleen recensies, maar ook interviews brengen literatuur onder de aandacht. Daarom bestuderen we in dit onderdeel een aantal interviews met de vertellers van de Harry Potter-luisterboeken, omdat deze specifiek zijn voor het luisterboek en omdat over elk van deze vertellers een paar interviews gepubliceerd werden. Zo bleef het corpus klein en overzichtelijk. Om te bestuderen hoe interviews met voorlezers opgebouwd worden, baseerden we ons eerst op bestaande interviews met de Engelstalige en Duitse Harry Potter-vertellers[26]. Daarna hebben we Jan Meng geïnterviewd om nog meer over zijn inspreekwerk te weten te komen, omdat over de andere Harry Potter-voorlezers veel meer informatie bekend is.

 

Voordat we Jan Meng interviewden, stelden we ons de vraag hoe de andere interviews structureel werden opgebouwd en vergeleken we de antwoorden van de geïnterviewden om daaruit algemene conclusies te trekken.

 

In eerste instantie komen vragen over het boek aan bod: er wordt meer uitleg gevraagd over de thema’s, de personages, de vertaling, de lievelingsboeken of –passages van de voorlezer, spanning bevorderende elementen binnen het verhaal en zijn mening over de plot.

 

Een ander soort vragen gaat dieper in op de inspiratiebronnen van de voorlezer. Hieruit bleek dat de meeste voorlezers zich niet op de films of op andere uitgaven baseren. Mensen uit hun omgeving of radiopresentatoren hebben hen wel beïnvloed. Meestal wordt J.K. Rowling niet betrokken bij de opnames; enkel bij Fry kwam ze een kijkje nemen. Hoewel de meeste vertellers wel naar andere luisterboeken luisteren, komt hun verteltechniek niet daaruit voort. Tot slot worden ook vragen over de herwerking van de tekst gesteld: het inkorten van een luisterboek gebeurt door de redacteur; dit neemt niet weg dat vertellers soms iets aan de geschreven tekst wijzigen.

 

Om een boek in te spreken lezen de vertellers het boek vooraf en sommige voorzien het boek van annotaties, zoals bij een muziekpartituur. Verder stelden de interviews vragen over de duur van het inspreekwerk, veranderingen in stemtimbre bij een personage scholing en technische hulpmiddelen.

 

Over de receptie worden in het algemeen weinig vragen gesteld, maar als een boek prijzen in ontvangst mag nemen of als de voorlezer door de auteur van het boek gewaardeerd wordt, worden die opmerkingen uiteraard geciteerd.

 

Tot slot stellen de interviewers vragen over de toekomstplannen van de vertellers. Hierbij kunnen nieuwe luisterboeken of andere projecten aan bod komen. Tevens geven voorlezers vaak informatie over de rest van hun carrière.

 

Opvallend genoeg vonden we ook een mp3-gesprek tussen J.K. Rowling en de Engelse verteller Stephen Fry[27]. Hieruit blijkt dat in sommige gevallen auteur en verteller samenwerken en dat Rowling eveneens opnames bijwoont.

 

Kort samengevat worden in de bestaande interviews vragen gesteld over het boek zelf, mogelijke inspiratiebronnen en toekomstplannen van de voorlezer, de receptie van zijn werk, over het fenomeen ‘luisterboek’ of over het inspreekwerk. In het interview dat wij zelf van Jan Meng afnamen, hebben we ons ook op deze structuur gebaseerd. Verder hebben we – in onze drang om meer te weten te komen – geprobeerd geen vragen uit eerdere interviews met Jan Meng over te nemen. Meng gaf tijdens ons gesprek meer uitleg over het inspreekwerk, zijn verteltechniek, de receptie van zijn werk en van het luisterboek in het algemeen, over verdere toekomstplannen en over zijn loopbaan als boekhandelaar en verteller[28]. Aangezien normaliter niet dieper op de receptie van iemands werk wordt ingegaan, hebben we dit thema in ons gesprek met Jan Meng bewust beter uitgewerkt. Ook wilden we meer weten over zijn houding tegenover de associatie van het luisterboek met een leeshandicap (cf. infra, 2.1.4.).

 

2.1.3. Internet

 

Internet vormt volgens Remieg Aerts[29] een anonieme gemeente in onderling gesprek. Ondanks de chaos op het net vereist dit medium evenzeer reflectie. Om even na te denken over het internet en de manier waarop luisterboeken hier beoordeeld worden, namen we een kijkje op de site van ‘123luisterboek’. Hier mogen de kopers steeds reacties bij luisterboeken plaatsen die als ‘recensies’ worden beschouwd. We bestuderen enkel de Harry Potter-recensies om ons corpus beperkt en overzichtelijk te houden.

 

Doorgaans beperken de beoordelingen zich van één tot drie regels. Mijn recensie over Harry Potter en de Relieken van de Dood overtreft met zijn vierenveertig regels de andere. Alle alinea’s verdwijnen sporadisch uit elke ingestuurde tekst, waardoor de tekst als één blok op de site terechtkomt en overzicht mist. Als we de citaten inhoudelijk bekijken, vallen ons verscheidene aspecten op.

 

In de eerste plaats is de telegramstijl en een aantal schrijffouten in sommige tekstjes frappant. We lezen: hij ‘woord’ verteld i.p.v. wordt, ‘tonaties’ i.p.v. intonatie, ‘leesfoten’ i.p.v. leesfouten, ‘zien al uit’ i.p.v. kijken al uit, ‘voor gelezen’ i.p.v. voorgelezen, en zo kunnen we nog lang doorgaan.

 

Tevens valt het toenemende aantal recensies bij latere Harry Potter-luisterboeken op: we vonden twee beoordelingen over Harry Potter en de Steen der Wijzen, één over Harry Potter en de Geheime Kamer, drie over Harry Potter en de gevangene van Azkaban, twee over Harry Potter en de Vuurbeker, drie over Harry Potter en de Orde van de Feniks, negen over Harry Potter en de Halfbloed Prins en acht over Harry Potter en de Relieken van de Dood. We zien dus geen duidelijke evolutie, maar wel valt het ons op dat de laatste twee Harry Potter-luisterboeken vaker gerecenseerd worden. De oorzaak van deze toename ligt in de groeiende populariteit van het internet. Terwijl vroeger boeken steeds in de boekhandel verkocht werden, worden ze tegenwoordig als maar vaker op internet besteld.

 

Opvallend binnen de commentaren zijn recensies of meningen van deskundigen, zoals een stemdeskundige en een onderwijzeres. Beide laten ze zich positief uit over Meng’s verteltechniek.

 

Op deze site recenseert niemand één Harry Potter-luisterboek negatief. Jan Meng wordt beschouwd als meesterverteller en de boeken worden beleefd alsof je er werkelijk inzit. Hieruit kunnen we alleen maar besluiten dat Jan Meng voor iedereen als ware kunstenaar doorgaat.

 

In tegenstelling tot sommige weblogs[30] worden de beoordelingen bij 123luisterboek vrij ongenuanceerd geuit: ze zijn doorgaans amateuristisch, worden niet met argumenten onderbouwd en bespreken het literaire werk meestal uiterst kort. Om die reden zouden specifieke luisterboekentijdschriften op internet geen overbodige luxe vormen; in tegenstelling tot krantenrecensies kunnen zulke tijdschriften de luisteraar meteen de mogelijkheid geven een geluidsfragment te beluisteren. Ook tijdschriften die integraal op cd te beluisteren zijn of gedrukte tijdschriften met een bijgeleverde cd vol geluidsfragmenten zouden een representatieve kijk op de beschikbare luisterboeken kunnen geven; zo gaat internet niet ten koste van andere media. Momenteel zijn dergelijke tijdschriften nog niet verkrijgbaar, dus de stelling van Aerts over de behoefte aan geordende informatie gaat zeker voor het luisterboek op. Gratis weblogs komen voor dit soort tijdschriften niet in aanmerking: vanwege hun beperkte webruimte kunnen ze niet groeien. Bovendien kunnen vaak geen geluidsfragmenten op de weblog worden opgeslagen. Ook de lay-out wordt voor een deel bepaald door de eigenaar van de provider. Tot slot staat er steeds reclame op weblogs; dit oogt niet professioneel.

 

2.1.4. Associatie van het luisterboek met een leeshandicap

 

Hoewel professionele luisterboeken sinds hun opkomst in de jaren ’90 een breed doelpubliek beogen, worden ze nog steeds met een leeshandicap geassocieerd, omdat ze in het Nederlandse taalgebied aanvankelijk enkel voor deze doelgroep door vrijwilligers of bibliotheekmedewerkers ingesproken werden. Zo las ik een samenvatting van het Nederlandse radioprogramma ‘De Ochtenden’ van 19 mei 2008 waarin allerhande personen geïnterviewd werden over het nut van braille en spraak: “Op de 300.000 blinden en slechtzienden in ons land blijken er slechts 1500 actieve braillegebruikers te zijn. Oud-directeur Matthijs Balfoort van de blindenbibliotheek spreekt van de ‘mythe van het braille’. ,,De groei van blinden zit in ouderen. Die leren geen braille meer, die gebruiken gesproken boek. Jonge blinden worden heel weinig geboren, ze zijn dan ook vaak meervoudig gehandicapt.’’ Balfoort hoopt dat er beter wordt nagedacht over slimmere oplossingen, die voor veel meer blinden en slechtzienden effect hebben. “De kosten voor de gezondheidszorg rijzen de pan uit. De kosten van braillemaatregelen moeten veel kritischer worden afgewogen tegen het effect.” Johan Hahn, directeur van Viziris – een koepel van blindenorganisaties – erkent dat braille erg veel aandacht krijgt in verhouding tot andere oplossingen. ,,De situatie is scheefgegroeid. Er moet een inhaalslag gemaakt worden. Viziris is bezig om liftfabrikanten zover te krijgen dat liften niet alleen met braille, maar ook met een sprekende stem worden uitgerust. Ik vind het heel belangrijk dat mensen de keuze hebben: dat ze informatie ofwel in braille, ofwel in gesproken vorm tot zich kunnen nemen.’’ Hahn is kritisch over een term als ‘de mythe van het braille’. “Braille is een manier voor mensen om informatie tot zich te kunnen nemen. Als zienden moeten wij ons geen oordeel vormen over de manier waarop mensen met een beperking informatie tot zich nemen.’’”[31] Balfoort’s standpunt stuitte op kritiek van de blinde Loek Meijer: voor hem kan een luisterboek – hoe goed ingelezen ook – het afgedrukte brailleboek niet vervangen en vormt tekst op een brailleleesregel een onoverzichtelijk geheel[32]. Een mogelijke vermindering van de subsidies voor omzettingen in braille betekent voor hem dan ook een ramp. Toch zien we langzamerhand meer en meer luisterboeken of digitale boeken die met de computer in braille worden omgezet, verschijnen. Of dit ooit zal leiden tot het uitbannen van gedrukte brailleboeken, zal de toekomst uitwijzen[33].

 

2.2. Secundaire metaliteratuur

 

Secundaire metaliteratuur is essayistischer van aard en bestaat uit tijdschriften, columns en essays. Van Mensen en Boeken is een mp3-tijdschrift waarin luisterboeken onder de aandacht worden gebracht. Hoewel dit tijdschrift niet erg verschilt van de periodieke pers, analyseren we het in dit onderdeel vanwege een gebrek aan meer wetenschappelijk materiaal. Eerst bespreken we de globale structuur van het tijdschrift. Vervolgens gaan we dieper in op de columns die hier gepubliceerd worden.

 

Tijdschriften als Boekmagazine[34] brengen we hier bewust niet onder de aandacht, omdat deze eerder publiciteit maken dan literatuur vanaf een kritische afstand bekijken. Desondanks moeten we aanstippen dat dit tijdschrift elk boek kort recenseert en één rubriek over luisterboeken telt. In deze recensies worden oordelen echter met veel minder argumenten onderbouwd.

 

2.2.1. Van Mensen en Boeken

 

Van Mensen en Boeken brengt zelf niet vaak nieuwe ideeën, maar gaat op zoek naar artikels waarin deze ideeën verankerd zijn. Het gaat hier dus eerder om het transport van ideeën dan om de creatie ervan. Dit tijdschrift geeft ons wat informatie over luisterboeken en over nieuwe publicaties van de bibliotheek zelf, meestal ingelezen door vrijwilligers of bibliotheekmedewerkers, maar het tijdschrift behandelt ook andere kwesties die personen met een handicap aangaan en gaat niet dikwijls in op de specificiteit van het luisterboek. Dit tijdschrift richt zich dus niet alleen op literatuur. Elk tijdschrift wil zich volgens Aerts[35] van andere onderscheiden en geeft daarom zelden een volledig beeld van de literatuur. Dit geldt ook voor Van Mensen en Boeken, omdat het tijdschrift zich beperkt tot de literatuur die zich in de bibliotheek bevindt. Een ander gevaar bestaat er volgens Aerts in één bepaalde figuur met het tijdschrift en de genres die erin besproken worden te identificeren, in dit geval ‘de gehandicapte’. Aerts’[36] stelling dat tijdschriften mensen met gemeenschappelijke kenmerken en interesses bij elkaar brengen en op hun doelpubliek inspelen, geldt dus ook voor dit tijdschrift. Hoewel Van Mensen en Boeken zich richt tot mensen met een leeshandicap, mogen de ideeën die erachter liggen, niet altijd met deze doelgroep in verband gebracht worden; vaak zijn de artikels voor een breder publiek geschreven. Verder moet dit tijdschrift ook in ideologisch kader bestudeerd worden: het doel bestaat erin literatuur voor mensen met een functiebeperking toegankelijk te maken en daarop ligt ook de nadruk in de keuze van artikels. Dat de redactie enkel deze doelgroep benadert en dat de bibliotheek aanstipt dat ook hun luisterboeken niet voor derden bestemd zijn, leidt tot de associatie van het luisterboek met een leeshandicap. Dit neemt niet weg dat in het tijdschrift dikwijls zeer interessante literaire opvattingen verankerd zijn. Literair en intellectueel gaan hier niet hand in hand; het tijdschrift is van een lage moeilijkheidsgraad, maar brengt literatuur en artikels onder de aandacht die de lezer anders misschien niet zou vinden of kennen.

 

De redactie bestaat uit de kern: zij die het tijdschrift hebben gesticht, inspreken, nieuwe boeken voorstellen, het tijdschrift gaande houden en artikels schrijven, als er niets anders is. Deze kern bestaat uit personeelsleden van de bibliotheek met als hoofdredacteur Mark De Haeck. De correspondenten zijn andere auteurs die bijdragen leveren aan het tijdschrift. Het kan hier gaan om schrijvers voor kranten, voor andere tijdschriften (als Taalschrift) of anderen wier artikels opgenomen worden. Dialogen tussen het tijdschrift en het lectoraat of de lezers ontstaan pas als het tijdschrift door voldoende mensen gelezen wordt. Dat het tijdschrift Van Mensen en Boeken gratis naar de bibliotheekleden verstuurd wordt, geeft geen informatie over het aantal lezers, omdat we niet weten wie leest en wie niet. Wat intern besproken wordt of privaat is, onderscheidt zich van wat het publiek in handen krijgt en is ons niet bekend. Het lijkt niet zo dat bibliotheekleden artikels insturen, omdat hiervan nooit melding wordt gemaakt. Op andere gebieden interageert de redactie dan weer wel met de lezers. Zo worden technische vragen van bibliotheekleden over Daisy-spelers[37] in het tijdschrift beantwoord of organiseert de bibliotheek een opendeurdag waar iedereen een kijkje kan nemen. Tevens krijgt het tijdschrift in september 2008 een nieuwe naam waarvoor de lezers suggesties mogen indienen.

 

2.2.2. Columns en essays

 

Over het luisterboek en de vereiste apparatuur vonden we twee columns in Van Mensen en Boeken: één van Jean-Paul Mulders uit Knack over de Ipod en één van Kaat Vrancken over het luisteren naar Arthur Japin waarvan we de originele bron niet kunnen opsporen[38].

 

Maar er zijn niet alleen columns over luisterboeken geschreven; sommige auteurs lezen hun columns eveneens voor. Zo hebben auteurs als Karel Van Het Reve en Charles Groenhuijsen[39] hun columns in luisterformaat uitgegeven.

 

2.3. Pedagogische instanties

 

Tertiaire metaliteratuur over het luisterboek zou luisterboeken bestuderen in een theoretisch, historisch en methodologisch kader. Deze vinden we nergens terug. In het beste geval wordt mondelinge literatuur met luisterboeken in verband gebracht, maar zelden wordt de specificiteit van dit genre geanalyseerd. De geschiedenis van het luisterboek in het Nederlandse taalgebied komt evenmin aan bod, omdat luisterboeken slechts vanaf de jaren ’90 voor het grote publiek in opmars kwamen. Hoewel we luisterboeken in bibliotheken terugvinden, bekleden ze geen plaats in het onderwijs. Toch worden ze in de bibliotheken wel uitgeleend en stijgt hun aantal luisteraars (met veertig procent in 2007 in de Gentse Openbare Bibliotheek)[40]. In dit onderdeel beschrijven we eerst voor welk doelpubliek de bibliotheken bepaalde soorten luisterboeken verspreiden. Daarna gaan we dieper in op het pedagogische nut van het luisterboek en tonen we hoe dit genre aansluit bij moderne pedagogische opvattingen. Hiermee willen we nagaan welke plaats luisterboeken in het onderwijs kunnen bekleden en waarom dit genre meer aandacht verdient.

 

2.3.1. Bibliotheken

 

In dit onderdeel vergelijken we een gewone stadsbibliotheek met Luisterpunt, een bibliotheek voor mensen met een leeshandicap. Met deze studie trachten we na te gaan in hoeverre het assortiment aan luisterboeken in beide bibliotheken verschilt.

 

2.3.1.1. Luisterpunt

 

Luisterpunt is de naam van de nieuwe Vlaamse Braille- en Luisterbibliotheek voor mensen met een leeshandicap. Vroeger bestond deze uit twee afzonderlijke bibliotheken: de Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek en de Vlaamse Luister- en Braillebibliotheek. Deze werken al geruime tijd samen, maar sinds juni 2008 zijn ze volledig gefusioneerd onder de naam Luisterpunt.

 

Deze bibliotheek beschikt doorgaans over dezelfde boeken als stadsbibliotheken in Daisy-, mp3- of brailleformaat. De collectie luisterboeken is veel omvangrijker, omdat hiermee meer mensen gebaat zijn, zoals ouderen wier zicht achteruit gaat en die het braille niet beheersen. “In 2007 werden om precies te zijn 101.079 Daisy-boeken ontleend aan 2.051 lezers en aan 85 openbare bibliotheken. Daarnaast ontleenden 228 braillelezers vorig jaar 10.200 braillebanden[41].” [42] Qua literatuuraanbod beschikt deze bibliotheek over hetzelfde soort boeken als een doorsnee stadsbibliotheek, maar recente boeken laten soms lang op zich wachten, hoe populair ook. Op 30 juni 2008 was Harry Potter en de Relieken van de Dood nog steeds niet in de catalogus[43] opgenomen. Van de vierentwintig recente en gerecenseerde boeken tijdens het vak ‘literaire institutionalisering’ is geen enkel in braille of in audiovorm in de bibliotheek beschikbaar. Wel vinden we in de bibliotheek een groot aantal oudere boeken van de gerecenseerde auteurs onder wie Kristien Hemmerechts, J.K. Rowling, Bart Moeyaert, Haruki Murakami, J. Bernlef, Saskia De Coster, Amélie Nothomb, Jeroen Brouwers, Ian McEwan, Paul Mennes, enz. De nieuwste boeken laten echter langer op zich wachten, omdat ze eerst in braille of in audiovorm omgezet moeten worden. Het omzet- en inspreekwerk vraagt tijd. Alvorens het boek om te zetten of in te spreken wordt dan ook eerst overwogen of deze investering wel de moeite loont voor de lezer.

 

Luisterboeken die ook voor het grote publiek in de boekhandel verkrijgbaar zijn, vinden we minder vaak bij Luisterpunt. Zo zullen Meng’s Harry Potter-luisterboeken daar niet uitgeleend worden, vermoedelijk omdat de uitgeverijen vrezen voor polycopiage en een daling van hun verkoop. Luisterpunt ontleent immers enkel boeken in mp3-formaat; deze kunnen zonder problemen gekopieerd worden.

 

Verder beschikt de bibliotheek volgens Van Mensen en Boeken over meer historische romans dan andere bibliotheken, omdat de bibliotheek veel oudere leden telt bij wie in de loop der tijd het zicht achteruit ging. Deze doelgroep interesseert zich meer in geschiedkundige informatie. Ook boeken over handicap en integratie worden vaker ontleend.

 

2.3.1.2. Stadsbibliotheken

 

Het zou ons te ver leiden alle stadsbibliotheken te bestuderen. Daarom gaan we enkel dieper in op de luisterboeken in de bibliotheek van Brasschaat, omdat we deze stadsbibliotheek vaak raadplegen en daarom beter kennen of kunnen beoordelen dan andere stadsbibliotheken; de catalogi geven immers niet altijd een volledig beeld. Tot slot toetsen we de besproken luisterboeken uit De Standaard aan de beschikbare boeken in de stadsbibliotheek. Op die manier gaan we na of de literaire kritiek een rol speelt bij de selectie.

 

In haar selectie houdt de bibliotheek weinig rekening met recensies. We lazen in De Standaard over vijfendertig luisterboeken, hetzij gerecenseerd, hetzij geciteerd. Hiervan waren op 24 juni 2008 dertien in de bibliotheek beschikbaar. Van de tien uitgebreid gerecenseerde luisterboeken uit onze artikels vinden we er in de bibliotheek twee. Ondanks het relatief grote assortiment aan luisterboeken wordt deze collectie niet beïnvloed door literaire kritiek. Misschien spelen verkoopcijfers of publiciteitscampagnes van uitgeverijen een belangrijkere rol in het bibliotheekwezen bij de selectie van nieuwe titels.

 

De bibliotheek beschikt over 381 ‘luisterboeken’ op cd. Wie op de term ‘luisterboek’ zoekt, krijgt slechts 142 resultaten. De meeste boeken zijn niet per genre opgedeeld. Zoeken we naar fantasieverhalen, verschijnt het luisterboek In de Ban van de Ring niet bij de zoekresultaten. Gaan we op zoek naar detectives, treffen we slechts één boek uit de reeks Baantjer aan terwijl de bibliotheek over drie titels uit die reeks op cd beschikt. Statistieken over de sterkst vertegenwoordigde genres kunnen dus onmogelijk opgesteld worden aan de hand van deze catalogus[44]. Ook worden sommige boeken als Harry Potter en de Vuurbeker gecategoriseerd onder de hoofding ‘gesproken woord’, waardoor ze in een zoektocht naar de term ‘luisterboeken’ niet teruggevonden kunnen worden. Dat de catalogus van Luisterpunt veel beter geordend is, ligt voor de hand: luisteraars en lezers bestellen immers via e-mail of telefonisch hun boeken, terwijl aan de stadsbibliotheek steeds een bezoek vereist is. Als we de statistieken van de bibliotheek echter mogen geloven, lijkt het ons dat thrillers en detectives zeer populair zijn en dat dichtbundels minder voorhanden zijn.

 

Alle boeken worden opgedeeld in boeken voor kinderen of volwassenen. Zowel luisterboeken voor kinderen als voor volwassenen staan in de Brasschaatse bibliotheekrekken, zodat alle leeftijdscategorieën er hun gading kunnen vinden. Met een vrij gevarieerd scala aan luisterboeken brengt de bibliotheek dit nieuwe genre onder de aandacht voor jong en oud, wat de populariteit van het luisterboek enkel ten goede kan komen. Verder valt het ons op dat deze bibliotheek heel recente luisterboeken bezit, waaronder twee boeken die tijdens ‘literaire institutionalisering’ gerecenseerd werden, namelijk Bezonken rood van Jeroen Brouwers en Harry Potter en de Relieken van de Dood van J.K. Rowling.

 

2.3.2. Onderwijs

 

In het onderwijs komen luisterboeken zelden aan bod. In het lager onderwijs worden nogal vaak korte verhalen beluisterd, maar zelden lange verhalen. Toch schrijft één lerares op de site van 123luisterboek dat ze de Harry Potter-luisterboeken in haar klas gebruikt: “Afwisselend lees ik Harry Potter voor en laat ik mijn leerlingen luisteren naar het boek. Ik ben net begonnen, maar ze lijken het erg leuk te vinden. Het boek is goed voorgelezen!” (mevrouw E.C. Zorgman)[45]

 

In het middelbaar komen luisterboeken helemaal niet aan de orde, terwijl de film en de strip wel bestudeerd worden; denk maar aan de talrijke striptekeningen in het Latijnse handboek Phoenix en aan de filmfora elk trimester op school.

 

Hieronder bekijken we van naderbij hoe in het middelbaar films tijdens de lessen esthetica geanalyseerd worden. Vervolgens gaan we na of dergelijke benaderingswijzen ook voor luisterboeken mogelijk zijn. Verder bekijken we hoe luisterboeken ook in de taallessen zouden passen en welke vaardigheden ze bevorderen. Tot slot gaan we dieper in op de nieuwe dimensies die het luisterboek binnen het onderwijs creëert.

 

Filmfora maken deel uit van de lessen esthetica. “In elke school waar esthetica wordt gegeven moet aan filmopvoeding worden gedaan[…]. Ze gebeurt het best door middel van een degelijk georganiseerd filmforum met voor- en/of nabespreking. Bij die bespreking beperkt men zich niet tot de inhoud, maar besteedt men zeker ook aandacht aan de belangrijkste componenten van de filmtaak (cf. infra).” Volgende aspecten kunnen aan bod komen in die filmtaak: “samenstelling en taken van de filmploeg; synopsis, scenario en draaiboek; camerabeweging en opnamehoek; beeldcompositie, -kadrering en plans; sfeer, belichting en klank; montage en verhaalstructuur.”[46] Ook bij luisterboeken kan de leerling een korte inhoud schrijven en de verhaalstructuur schetsen; klank kan evenzeer in al zijn dimensies tijdens een les besproken worden; aangezien de leerling enkel luistert, zal hij aan de klankkleur van de vertelstem(men) en aan andere achtergrondgeluiden veel meer aandacht besteden; meer nog, de leerling kan het luisterboek vergelijken met een geschreven tekst, met strips, met kunststromingen, met mogelijke verfilmingen of zelfs met kunstwerken uit de periode waarin het werk ontstond of waarmee het gelijkenissen vertoont, waardoor zijn culturele horizonten verbreden en associatievermogen groeit. Ook aan de interpretatie van de voorlezer en maatschappelijke problemen die in het werk verankerd zijn, kan aandacht besteed worden. Tevens wordt ook luistervaardigheid door dit alles getraind.

 

Het leerplan Nederlands[47] stelt dat luister-, lees-, spreek- en schrijfactiviteiten zoveel mogelijk met elkaar gecombineerd dienen te worden. Qua specifieke luistervaardigheid dienen de leerlingen een aantal luisterstrategieën toe te kunnen passen, namelijk: “het luister- en tekstdoel bepalen, zich op het luisteren oriënteren door zich gepaste vragen te stellen, gebruik maken van bijkomende informatie (bvb visuele informatie), zich aandachtig concentreren, gebruik maken van eigen voorkennis, goed het taalgebruik van de spreker inschatten, onderwerp en hoofdgedachte vaststellen, onbevooroordeeld luisteren, gericht belangrijke informatie selecteren en ordenen, inhoudelijke en functionele relaties tussen tekstonderdelen vaststellen en vragen stellen bij onduidelijkheid.”[48] De leerlingen moeten het beluisterde aan eigen ervaringen toetsen en daartegenover een persoonlijk standpunt innemen. Bij het luisteren leren de leerlingen ook hoe literaire teksten gelezen worden: trager en bedachtzamer, dan zakelijke teksten met aandacht voor suggestie en beeldtaal.[49] Ook om vreemde talen te leren vormen luisteroefeningen een nuttig hulpmiddel. Luisteroefeningen moeten dan ook aangepast zijn aan het niveau van de leerling en tot de vorming bijdragen.[50] Hoewel wel naar hoorspelen gerefereerd wordt, komt het luisterboek op zich niet expliciet aan bod in het leerplan. Leerlingen dienen vooral te kunnen luisteren naar bekende volwassenen of naar persuasieve teksten, activerende teksten als reclame, informatieve teksten en diverterende teksten zoals praatprogramma’s.[51]

 

Luisterboeken bieden een meerwaarde om al deze vaardigheden te trainen. Door een gebrek aan visuele structuur leert de leerling een verhaal louter door na te denken te structureren zonder zich hierbij te laten afleiden door andere gebeurtenissen in de klas; hierdoor verbetert zijn concentratievermogen eveneens. Verder kan de leerling beter onbevooroordeeld luisteren naar een geluidsfragment dan naar een film; uiterlijke kenmerken geven hem reeds de neiging personen in vakjes te categoriseren, terwijl het luisterboek hem leert zich van uiterlijke kenmerken te distantiëren. Door enkel geluid te horen kunnen leerlingen meer aandacht besteden aan bijkomende informatie als achtergrondlawaai en goed het taalgebruik en de stemnuances van de verteller analyseren. Bovendien combineren luisterboeken het literaire met het auditieve, waardoor meerdere vaardigheden tegelijkertijd getraind worden. Door de kracht van één vertelstem te bestuderen leren de leerlingen zichzelf ook expressief uitdrukken om hetzelfde resultaat te bereiken.

 

Daarnaast zouden de leerlingen ook tijdens de Nederlandse les luisterboeken kunnen maken: waarom alleen maar films en theater door de leerlingen laten opvoeren? Bij het luisterboek wordt de nadruk gelegd op articulatie en klankkleur, terwijl zeker bij film het beeld van primordiaal belang is. Een genre waarin louter op mondelinge expressiviteit geoefend wordt, heeft zeker zijn voordelen en sluit daarenboven aan bij het leerplan, want ook hierin wordt expressiviteit en correct taalgebruik aangemoedigd. Bovendien zouden in de klas voorgelezen teksten of luisterprojecten opgenomen kunnen worden. Door deze opnames (bvb via internet) aan derden ter beschikking te stellen, wordt literatuur als maar toegankelijker voor een breder publiek.

 

Voorts bevorderen luisterboeken de literaire competentie voor jong en oud; door de juiste accenten te leggen helpt de verteller bij de tekstinterpretatie. Daarnaast traint hij de taalvaardigheid van de luisteraar en moedigt hij zijn publiek aan zelf meer boeken te lezen uit liefde voor literatuur. Daarenboven stippen wetenschappers als Rita Ghesquière voortdurend aan dat literatuur aangepast dient te worden aan het type lezer (Lebenshilfe). Met het feit dat sommige lezers eens liever luisteren dan lezen, moeten we bij gevolg rekening houden.

 

Tot slot zou het luisterboek het leren van vreemde talen kunnen bevorderen. Door leerlingen bekende verhalen te laten beluisteren of verhalen waarin de betekenis van nieuwe woorden uit het verhaal duidelijk naar voren komt of wordt uitgelegd, vergroot hun woordenschat. Dit komt hun taalvaardigheid ten goede. Verhalen werken ontspannend en meeslepend; hierdoor zijn de leerlingen sneller geneigd aandachtig te luisteren dan bij informatieve teksten en kunnen ze gemakkelijker kennis over een vreemde taal opdoen of hun woordenschat uitbreiden zonder dit als inspanning te ervaren.

 

2.4. Evenementen

 

In dit onderdeel gaan we dieper in op evenementen waarmee het luisterboek (of het voorlezen) meer onder de aandacht wordt gebracht. Hierbij bespreken we de Week van het Luisterboek, de Nationale Voorleesdagen, de rubriek Mijn verhaal uit Libelle en nog een aantal andere gebeurtenissen.

 

2.4.1. Week van het Luisterboek

 

“In 2005 vond voor het eerst de Week van het Luisterboek plaats. Dit op initiatief van een aantal uitgeverijen, in samenwerking met een aantal boekhandelsgroepen en ondersteund door enkele externe partijen en media. Uiteraard bestaan luisterboeken al langer (langspeelplaat, later op cassette, tegenwoordig op cd en als MP3 bestand), maar 2005 was het jaar waarin echt heel Nederland kennismaakte met dit fenomeen. Veel mensen waren niet op de hoogte van het brede aanbod: voorgelezen romans, hoorcolleges, hoorspelen, kinderversjes, verhaaltjes, thrillers en zo voort.”[52] Vanwege het succes in 2005 werd ook de jaren daarna een Week van het Luisterboek georganiseerd. Sinds 2006 werd er een luistergeschenk, Luister Goed, gemaakt dat tijdens de Week van het Luisterboek bij elk luisterboek meegeleverd werd.

 

Sinds 2006 werd de Prijs voor het beste Luisterboek in het leven geroepen. Deze werd door Remco Campert gewonnen voor zijn voordracht van zijn eigen roman Het satijnen hart. In 2007 incasseerde Het Achterhuis van Anne Frank, ingelezen door Carice Van Houten, deze prijs. Waarom deze boeken de prijs wonnen, blijft ons een raadsel. De literaire kritiek speelt geen rol, want voor de prijsuitreiking genoten deze boeken weinig aandacht in de periodieke pers en daarbuiten. Misschien wil de jury het winnende luisterboek juist meer in aanzien doen stijgen of beter doen verkopen door het met deze prijs onder de aandacht te brengen.

 

In 2008 werd geen prijs aan het beste luisterboek toegekend. Verder wordt de Week van het Luisterboek meer gecommercialiseerd dan in andere jaren. Op de site[53] van de Week van het Luisterboek staan immers meer promotieacties dan informatieve nieuwtjes. Toef Jaeger van NRC Handelsblad ziet deze commercialisering met lede ogen aan: “De Week van het Luisterboek wil maar niet van de grond komen. Twee jaar lang vond deze aandachtsperiode voor het luisterboek nog plaats in het najaar en was er een prijs voor het beste luisterboek te vergeven. Dit jaar is de periode verplaatst naar vlak voor de vakantie omdat daarmee ‘het startschot wordt gegeven voor een heerlijk lange zomer’. Veel luisterboeken worden beluisterd in de auto en het verleggen van de Week van het Luisterboek is dan ook begrijpelijk, maar het komt toch ook wat knullig over. Om serieus genomen te worden – en dat wordt de Week van het Luisterboek nog steeds niet door bijvoorbeeld de CPNB – zal je toch moeten proberen een traditie te laten ontstaan.”

 

Toch wordt het luisterboek ook in de media meer onder de aandacht gebracht tijdens de Week van het Luisterboek. Op 27 juni kon op de Nederlandse Radio 1 een programma over luisterboeken beluisterd worden van twaalf uur tot één uur ’s nachts of later via podcast (zie dossier). Hierin bracht Dik Broekman nieuwe luisterboeken onder de aandacht en vertelde hij de luisteraar hoe het genre ontstaan en gegroeid is. Ook op 2 juli staat het programma Uitgelezen op de Nederlandse tv-zender ‘Het Gesprek’ volledig in het teken van het luisterboek. Dankzij deze extra media-aandacht raken meer mensen met dit nieuwe genre bekend en geniet het een steeds grotere populariteit.

 

2.4.2. Nationale Voorleesdagen

 

De CPNB, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, organiseert jaarlijks de Nationale Voorleesdagen. Tijdens die dagen lezen bekende Nederlanders voor in basisscholen, in boekhandels of tijdens radio- en televisieprogramma’s. Voorlezen leunt aan bij luisterboeken, omdat het in beide gevallen om auditieve literatuur gaat en om het levendig brengen van een verhaal waardoor het publiek tot lezen en een correcte tekstinterpretatie aangezet wordt. Toch bestaan er verschillen tussen voorgelezen worden en luisteren, want bij het voorlezen interageert de verteller met zijn publiek. Tijdens De Nationale Voorleesdagen wordt dit interactieve aspect benadrukt. Ouders en andere pedagogen worden aangemoedigd om tijdens het voorlezen met hun kinderen over het verhaal te praten en het kind zoveel mogelijk bij het verhaal te betrekken door bvb het kind toe te laten vragen te stellen, moeilijke woorden uit te leggen en het kind de afloop van het verhaal te doen voorspellen. Dit zou het probleemoplossend vermogen van de jonge lezer bevorderen[54], terwijl het in stilte luisteren naar een verhaal niet diezelfde pedagogische waarde zou bieden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze Stichting indruist tegen de verspreiding van luisterboeken, omdat bij luisterboeken het kind ertoe wordt aangemoedigd alleen (of in groep) rustig naar een vertelstem te luisteren en de tekst op basis daarvan te interpreteren zonder enige vorm van interactie met de verteller. Bovendien beoogt de CPNB met de Nationale Voorleesdagen dat de bevolking meer zal ‘lezen’ en luisteren naar literatuur biedt voor de organisatoren in geen enkel opzicht een waardevol alternatief.

 

Bij gevolg ziet de CPNB de groei van het luisterboek met lede ogen aan en probeert de Stichting alles in het werk te stellen om die groei tegen te gaan.

 

De Stichting meent dat de titel ‘Week van het Luisterboek’ niet voor luisterboeken van kracht mag zijn, omdat die aanleunt bij het ‘beschermde woord’ Boekenweek. Ook het ‘luistergeschenk’ zou niet naar analogie met de term ‘boekenweekgeschenk’ vernoemd mogen worden, omdat ‘boekenweekgeschenk’ eveneens een beschermd woord is. Volgens hen is een duidelijk onderscheid tussen lees- en luisterboeken vereist. Ze stellen dan ook alles in het werk om de promotie van luisterboeken tegen te gaan. Zo mocht het luisterboek De gelukkige klas van Theo Thijssen aanvankelijk niet onder dezelfde voorwaarden als het gedrukte boek uitgeleend worden in de Nederlandse stadsbibliotheken, zelfs niet aan personen met een leeshandicap, omdat dit niet als ‘boek’ kon beschouwd worden. Na lang wikken en wegen werd het luisterboek toch als valabel alternatief ter beschikking gesteld aan personen met een leeshandicap in de bibliotheek.[55] Kortom: bij sommige instanties heeft het luisterboek nog een lange weg te gaan….

 

2.4.3. ‘Mijn verhaal’ in Libelle

 

Bij Libelle verschijnt sinds april 2008 de rubriek ‘Mijn verhaal’ eveneens in audioformaat op het internet. Libelle associeert het luisterboek duidelijk met een visuele handicap: “Nieuwsgierig naar reacties lieten we Georgia, Adeline, Myriam en Marieke, die alle vier blind zijn, in avant-première luisteren naar het verhaal van Anne, die de liefde van haar leven liet gaan.” Wel vreemd dat hun site uiterst ontoegankelijk is voor deze doelgroep. Door de bewegende tekst kan een blinde de tekst amper lezen: de tekst op de brailleleesregel verspringt voortdurend naar een andere plaats op het scherm, waardoor de inhoud niet doorlopend gelezen kan worden en de site uiterst ontoegankelijk wordt. Daarnaast vroeg Libelle aan een aantal blinden hun mening over het nieuwe ‘blindvriendelijke’ luisterproject. Ik mailde hen op diplomatische wijze dat de voorlezer niet altijd even levendig vertelde, dat zijn mannenstem niet paste bij de vrouwelijke protagoniste uit het verhaal en dat het verhaal me niet aansprak vanwege zijn meligheid, maar dat ik het wel fantastisch vond dat ze luisterboeken onder de aandacht wilden brengen. Normaliter zouden alle reacties opgenomen worden, maar mijn mening werd niet gepubliceerd. Enkel uiterst positieve meningen van blinden staan op de site; meningen van een ander doelpubliek komen niet aan bod. Toch gaf één geïnterviewde persoon ook aan dat luisterboeken van mensen met een visuele functiebeperking gedissocieerd moeten worden en dat het luisterboek voor iedereen een verrijking vormt: “Georgia: “Dit initiatief brengt Libelle net iets dichter bij diegenen die het tijdschrift zelf niet kunnen lezen. Maar ook voor de gewone Libelle-lezeres is het een leuke bonus. Wat is er aangenamer dan even vijf minuten gezellig achterover in een makkelijke stoel en [sic] luisteren naar iemand die vlot vertelt en alle accenten en intonaties juist legt? En dat het om bekende vertellers gaat, is mooi meegenomen.””[56] Verder wordt de helft van de luisterverhalen momenteel door vrouwen ingelezen; Andrea Croonenberghs vertelt heel levendig. Misschien waren er toch nog mensen niet tevreden van Ben Van Ostade?

 

2.4.4. Andere gebeurtenissen die aanleiding geven tot promotie

 

De Maand van het Spannende Boek, namelijk juni 2008, kenmerkt zich ook door promoties op luisterboeken: “De (spannende) luisterboeken gaan ook steeds vaker virtueel over de toonbank, als mp3-download. […] En downloads worden steeds populairder. “Niet alleen omdat mp3-downloads goedkoper zijn dan cd’s, maar ook omdat je ze direct in huis hebt, ook buiten winkeltijden en op het laatste moment voor een reis.” Tijdens de Maand van het Spannende Boek heeft Luisterrijk enkele speciale acties. Zo verlaagt Luisterrijk de toch al lage prijzen. “Speciaal tijdens de Maand van het Spannende Boek zijn alle mp3-downloads van spannende luisterboeken 30% goedkoper dan de cd”, aldus Van Ittersum. “Van alle spannende luisterboeken is nu meer dan de helft als mp3-download verkrijgbaar. En voor wie spanning geen ontspanning vindt zijn er inmiddels vele honderden andere luisterboeken als mp3-download verkrijgbaar.””[57]

 

Daarnaast geven ook de seizoenen aan leiding tot promotie. Zo schreef De Standaard: “Is lezen op het strand wel een goed idee? Zolang je soezend op je rug een boek voor je ogen houdt, kan je niet bruinen, of slechts gedeeltelijk. En waarom gaat een mens anders naar het strand dan om overdag op natuurlijke wijze een kleurtje te krijgen en zich, als dat niet lukt, des avonds in te smeren met producten die je een natuurlijk bruine teint garanderen? Maar om kennis te nemen van goede literatuur hoef je niet noodzakelijk te lezen, je kan er ook naar luisteren.”[58] Uitgeverij Rubinstein speelt dan weer op de vakantie in door Het grote luisterboek voor op de achterbank uit te geven. Verder zal 123luisterboek luisterboeken met de winter associëren: “De winter staat voor de deur. De dagen worden weer korter en buiten wordt het kouder. Wat is er nu heerlijker dan languit op de bank genieten van een spannend of juist romantisch verhaal. Warme chocolademelk en marshmallows binnen handbereik, ogen dicht en luisteren maar!”[59]

 

Tot slot geven ook andere evenementen rond boeken aanleiding om het luisterboek te promoten. Zo zullen op de Antwerpse Boekenbeurs luisterboeken meer onder de aandacht gebracht worden: de Vlaamse Klank- en Luisterbibliotheek werd daar ook standhouder; er werd live voorgelezen. J. Slawinski’s[60] stelling over de promotie van een genre naar aanleiding van andere evenementen is dus ook op het luisterboek van toepassing.

 

2.5. Relatie tussen productie en receptie

 

In dit onderdeel bestuderen we in welke opzichten literatuurcritici de literaire productie beïnvloeden. Hierbij vertrekken we van een artikel waarin Verboord[61] de relatie tussen verscheidene instanties in het literaire veld schetst.

 

In de eerste plaats volgen boekverkopers de literaire kritiek en de verkoopcijfers om uit te maken of ze verdere werken binnen een genre of van een auteur of voorlezer zullen publiceren. Zo werden na de succesvolle verkoop van het luisterboek Nee heb je van Renate Rubinstein steeds meer luisterboeken op de markt gebracht; ook Dik Broekman stelt in een interview goede voorlezers en auteurs aan te schrijven voor nieuwe projecten, als hun werk positief ontvangen wordt.

 

Daarnaast spelen schrijvers op hun publiek in en proberen ze een zo groot mogelijk doelpubliek aan te spreken. Zo lezen we in een recensie hoe Dimitri Verhulst speciaal een boek over voetbal schrijft om de sympathisanten van extreem rechts te bereiken en ook deze doelgroep tegen de schenen te schoppen door de draak te steken met Vlaams nationalisme.

 

Tevens bepaalt de manier waarop schrijvers zelf hun werk onder de aandacht brengen (bvb in de pers of tijdens een interview), volgens Verboord hoe ze onthaald worden: hoe meer ze zichzelf in de kijker zetten, hoe meer aandacht ze genieten.

 

Tot slot bepaalt het profiel van de uitgever (in de literaire kritiek en elders) of een auteur zijn werk daar al dan niet uitgeeft. Zo zal Uitgeverij Rubinstein[62] vooral kinderboeken en hedendaagse luisterboeken publiceren, terwijl Uitgeverij Cossee[63] meer literaire werken uit de canon in verkorte vorm op cd brengt. Ongetwijfeld zullen auteurs de uitgeverij aanschrijven die qua productie het dichtst aanleunt bij hun soort literatuur.

 

Uit dit alles kunnen we concluderen dat de receptie en de productie van het luisterboek met elkaar verbonden zijn. Desondanks speelt bij de productie van luisterboeken – nog meer dan bij andere literatuur – de kritiek een kleine rol; vooral verkoopcijfers en een streven naar vernieuwing brengen uitgeverijen ertoe een luisterboek te produceren. Het luisterboek krijgt in de periodieke pers weinig aandacht. Hierdoor kunnen niet alleen producenten, maar ook andere instanties als openbare bibliotheken zich niet baseren op literaire kritiek bij de productie of de aanschaf van luisterboeken.


3. CONCLUSIE

 

Sinds zijn opkomst in de jaren ’90 groeide de populariteit van het luisterboek in het Nederlandse taalgebied dankzij het intrede van nieuwe media en het talent van de vertellers. Aanvankelijk beoogden auteurs die uit eigen werk voorlazen, eeuwig voortbestaan; bij vertaalde werken werden vertellers vanwege hun verteltalent geselecteerd. De populariteit van het luisterboek gaat echter hand in hand met commercialisering: de Week van het Luisterboek is eerder op publiciteit gericht dan op prestige en steeds meer bekende Nederlanders lezen een luisterboek in, ook al gaat hun bekendheid niet altijd met een verfijnde verteltechniek gepaard.

 

Ondanks deze commercialisering blijft het luisterboek avant-gardistisch binnen de literatuur, omdat nog altijd met de mogelijkheden van geluid geëxperimenteerd wordt en steeds nieuwe genres binnen het luisterboek zich ontwikkelen, variërend van hoorspel tot pure audiobeleving of van radioboek tot poëzie op muziek. Andere vertellers vernieuwen het genre dan weer door een geschreven tekst met tal van stemnuances te verrijken of door woordjes uit het mondelinge taalgebruik in de tekst te integreren zonder hierbij het verhaal uit het oog te verliezen. Tevens bestaan niet alle luisterboeken qua tekst in geschreven vorm; zo worden radioboekenscenario’s zelden in gedrukte vorm op de markt gebracht.

 

Net zoals andere genres binnen de literatuurgeschiedenis neemt het luisterboek ook thema’s en verhalen uit bestaande literatuur over, maar het luisterboek moderniseert de thematiek door deze met eigentijdse onderwerpen te associëren of door verhalen als thrillers of oude gecanoniseerde werken in te korten. Met dit alles brengt het genre vernieuwing binnen de literatuur.

 

Luisterboeken onderscheiden zich van andere literatuursoorten door hun auditieve vorm. Of auditieve literatuur ooit een plaats binnen de literatuurgeschiedenis zal bekleden, zal de toekomst uitwijzen. Momenteel komt het luisterboek in academische milieus en in het onderwijs zelden aan bod vanwege zijn recente opkomst. De groeiende aandacht voor andere media als film, strip en theater helpt het luisterboek toch langzaam maar zeker bij de verovering van een positie in academische kringen.

 

Het luisterboek moet zich nog steeds positioneren in het literaire veld. Zeker de Belgische pers stelt luisterboeken in een vaag daglicht. In vergelijking met andere literatuursoorten staat ook in Nederland het luisterboek weinig in de kijker. Niet de media, maar vooral de uitgeverijen zelf brengen hun luisterboeken onder de aandacht door evenementen als de Week van het Luisterboek te organiseren waarop de media kunnen inspelen.

 

Bij gebrek aan media-aandacht baseren de producenten zich – meer dan bij andere literatuursoorten – op verkoopcijfers dan op het oordeel van de literatuurkritiek bij de productie van nieuwe werken. Ook stadsbibliotheken worden bij de aanschaf van nieuwe boeken beïnvloed door verkoopcijfers of publiciteitscampagnes van uitgevers, maar niet door de literaire kritiek. Luisterpunt verschilt hierin van andere bibliotheken. Deze bibliotheek wacht langer met het scannen of inspreken van een werk, omdat de omzetting naar braille of gesproken vorm tijd vraagt en eerst overwogen wordt of die investering wel de moeite loont. Tevens beschikt Luisterpunt over minder professioneel voorleeswerk dan een doorsnee stadsbibliotheek; aangezien de uitgeverijen voor polycopiage vrezen en Luisterpunt enkel luisterboeken in mp3-formaat ontleent, willen uitgevers hun boeken liever niet aan Luisterpunt ter beschikking stellen en doet Luisterpunt beroep op vrijwilligers om boeken in te lezen.

 

Bij onze studie van de literaire kritiek valt het ons op dat in luisterboekrecensies dezelfde argumenten opgenomen zijn als in andere kritieken en dat deze recensies op gelijkaardige wijze opgebouwd zijn. Daarom kunnen we ons bij het onderzoek naar de receptie van luisterboeken op dezelfde theorieën baseren als bij de studie van andere literatuursoorten. Net zoals bij andere literatuur blijft ook in luisterboekrecensies objectiviteit een utopie, omdat achtergrondkennis, ideologie en levenswaarde een belangrijke rol spelen bij het recenseren; deze verschillen bij elke criticus, maar hebben toch een grote impact op gangbare opvattingen over literatuur. Ondanks hun subjectiviteit bepalen waardeoordelen immers het prestige van een literair werk.

 

Toch vertonen luisterboekrecensies ook verschilpunten met andere literaire kritieken. In eerste instantie zijn hierin veel meer afspiegelingsargumenten verankerd. In de veronderstelling dat het luisterboek een tekst tot leven zou moeten wekken, toetst de recensent de vertolking voortdurend aan de werkelijkheid. Tevens wordt informatie verstrekt over de voorlezer en over het luisterboek als nieuw medium. Inhoudelijke aanpassingen van de originele plot en ruimtelijke effecten worden onder woorden gebracht. Daarnaast wordt de verteller beoordeeld op basis van zijn verteltechniek, stemnuances, expressiviteit, inlevingsvermogen, de klankkleur van zijn stem en mogelijke taalfouten.

 

Vertellers die eenzelfde boek in een andere taal inlezen worden binnen de literatuurkritiek zelden met elkaar vergeleken. Besluiten we dan toch de literatuurkritiek met zo’n vergelijkende studie te vernieuwen, blijkt echter dat de vertellers zich niet op elkaar baseren.

 

Ondanks de weinige aandacht voor het genre wordt het fenomeen ‘luisterboek’ binnen de literatuurkritiek positief onthaald. Personen als Loek Meijer en instanties als de CPNB beschouwen het luisterboek echter als concurrentie en niet complementair aan de geschreven tekst. Ook in het onderwijs komt dit genre niet aan bod. Tot slot wordt het door tijdschriften als Libelle en instanties als de CPNB al te vaak als medium voor mensen met een leeshandicap beschouwd; door eigen luisterboeken enkel aan deze doelgroep te ontlenen gaat Luisterpunt hier evenmin tegenin. Om al die redenen heeft het luisterboek nog een lange weg te gaan om een plaats in de literatuurgeschiedenis te bemachtigen.

 

Om het luisterboek meer onder de aandacht te brengen, zouden de gewone stadsbibliotheken hun luisterboekencollectie kunnen vergroten. Tevens zouden specifieke, wetenschappelijke luistertijdschriften op internet, cd-rom of in mp3-formaat aan het luisterboek meer prestige toekennen en de lezer helpen zijn weg te vinden in de wereld van het luisterboek. In het web van internetbronnen of algemene tijdschriften over literatuur waarin slechts af en toe een relevant artikel over luisterboeken verschijnt, raakt de lezer nogal snel verstrikt.

 

Meer aandacht in academische milieus en binnen het onderwijs zou de integratie van het luisterboek in het literaire veld eveneens ten goede komen. Luisterboeken sluiten immers aan bij pedagogische idealen: ze zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij het leren van vreemde talen en tijdens vakken als Nederlands of esthetica. Het luisteren naar auditieve literatuur bevordert immers op ontspannende wijze het tekstbegrip, het associatievermogen, de expressiviteit en de literaire competentie van de leerling. Ook zijn taalvaardigheid, luistervaardigheid en concentratievermogen worden hiermee getraind. Door de afwezigheid van visuele informatie leert de leerling bovendien louter door na te denken informatie te structureren.

 

Tot slot zou ook de verkoop van luisterboeken stijgen, als ze i.p.v. op cd in mp3-formaat aangeboden worden aan goedkopere prijzen; zo beantwoordt Jan Meng de vraag hoe het luisterboek nog beter te promoten als volgt: “De grote verbetering zou zijn dat de boeken op mp3 verschijnen, dat je een Harry-Potter-boek op één schijfje kan zetten. Dat zou het veel goedkoper kunnen maken. Dan zouden de voorlezers en de technici meer betaald kunnen worden, maar de meeste mensen hebben nu nog niet de nodige hardware. […] Vanwege de huidige risico’s voor polycopiage bij het downloaden denk ik dat mp3-cd’s momenteel de beste oplossing vormen.” En de ‘vader van het luisterboek’ kan het weten! Wie over een Ipod of discman met mp3-software beschikt, kan mp3-bestanden op cd immers snel in het geheugen laden of meteen afspelen. Dankzij de compactheid van deze media kan literatuur overal beluisterd worden. Hierdoor kunnen activiteiten als sporten, eten, zonnebaden, koken, wandelen en reizen allemaal gepaard gaan met een goed boek. Op welke manier zou literatuur nog beter met andere activiteiten gecombineerd kunnen worden?

 

  1. BIBLIOGRAFIE

 

4.1. Wetenschappelijke artikels uit tijdschriften

 

Aerts Remieg, ‘Het tijdschrift als culturele factor en als historische bron’, Groniek, 30, 135 (1996), 170-182;

 

Boonstra, H.T., ‘Van waardeoordeel tot literatuuropvatting’ De Gids, 142, 4 (1979), 243-253;

 

Bourdieu Pierre, ‘Le marché des biens symboliques’, in: Idem, Les Règles de l’art. Genèse et structure du champ littéraire, (Paris, 1992), pp. 234-288;

 

Bourdieu Pierre, ‘Préface’, in: Idem, Les Règles de l’art. Genèse et structure du champ littéraire, (Paris, 1992), pp. 9-16;

 

Bourdieu Pierre, ‘Preface’, in: Idem, The Rules of Art. Genesis and Structure of the Literary Field, (Cambridge, 1996), pp. xiii – xviii;

 

Bourdieu Pierre, ‘The Market for Symbolic Goods’, in: Idem, Rules of Art. Genesis and Structure of the Literary Field (Cambridge, 1996), pp. 141-173;

 

De Haeck Mark, ‘Enkele diverse varia over luisterpunt’, Van Mensen en Boeken, 30, 6 (2008), track 6;

 

De Moor Wam, ‘de drieslag oordeel- adstructie- articulatie’, in: Idem, De kunst van het recenseren van kunst (Bussum, 1993), pp. 45-69;

 

Dubois Jacques, ‘Chapitre quatrième. Instances de production, instance de légitimation’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152;

 

Dubois Jacques, ‘Chapitre cinquième. Le statut de l’écrivain’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152;

 

Isenberg Arnold, ‘Critical Communication’, The philosophical Review, 58, 4 (1949), 330-344;

 

Marres René, ‘Voor en tegen ideologiekritiek’, Zogenaamde politieke incorrectheid in de Nederlandse literatuur (1997), 23-32;

 

Peeters Carel, ‘De criticus. Een schedellichting’, in: Idem, Conflictstof (1994), 131-151;

 

Segers R.T., ‘Understanding contemporary literature. Some characteristic reviewing procedures in newspapers and weeklies published in dutch language area’, Spiel, 8 (1989), 131-155;

 

Slawinski Joseph, ‘Funktionen der Literaturkritik’, in: Idem, Literatur als System und Prozeß (München, 1975), pp. 40-64;

 

Van Rees Cees J., ‘How a literary work becomes a masterpiece: on the threefold selection practised by literary criticism’, in: Poetics, 12 (1983), 397-417;

 

Van Rees Cees J., ‘The institutional foundation of a critic’s connoisseurship’, Poetics, 18 (1989), 179-198;

 

Verboord Marc et al., ‘Indicatoren voor classificatie in het culturele en literaire veld’, in: Dorleijn Gillis J. & Van Rees Cees J. (red.), De productie van literatuur. Het Nederlandse literaire veld 1800-2000 (Nijmegen, 2006), pp. 285-310.

 

4.2. Luisterboeken

 

Frank Anne, Het Achterhuis. Audioboek (Amsterdam, 2007);

Rowling J.K., Harry Potter and the Deathly Hallows. Audiobook (London, 2007);

Rowling J.K., Harry Potter and the Deathly Hallows. Audiobook (New York, 2007);

Rowling J.K. Harry Potter en de Halfbloed Prins. Audioboek (Amsterdam, 2006);

Rowling J.K., Harry Potter en de Relieken van de Dood. Audioboek (Amsterdam, 2007);

Rowling J.K., Harry Potter en de Vuurbeker. Audioboek (Amsterdam, 2001);

Rowling J.K., Harry Potter et la coupe de feu. Audiobook (Paris, 2007);

Rowling J.K., Harry Potter und der Halbblutprinz. Hörbuch (München, 2006).

 

4.3. Internetbronnen

 

http://www.123luisterboek.nl/

http://www.123luisterboek.nl/actie.html

http://www.123luisterboek.nl/index.php?action=recensies&id=273&wat=bekijken

http://www.amazon.co.uk/exec/obidos/tg/feature/-/49953/

http://blogs.nypost.com/potter/archives/2007/08/jim_dale_chats.html

http://www.boekmagazine.nl/

http://www.bookpage.com/0706bp/jim_dale.html

http://brasschaat.bibliotheek.be/

http://www.cossee.com/

http://www.cpnb.nl/nvd/2008/voorleestips.html

http://daisybraille.bibliotheek.be/

http://www.debezigebij.nl/boekboek/show/id=33871

http://www.deburen.eu/?language=nl&p=over_deburen&c=meer

http://www.harrypotter-xperts.de/rufusbeck/interview?part=1&sid=b1a7aba60c9ccea7299739d6c3dc79c0

http://www.inct.nl/index.php?page=nieuwsartikel&id=970

http://www.kimbols.be/artikels/lectuur/luisterboek_auto_strijk.php

http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/cultuur/luisterboeken/article3160924.ece/Prachtige_columns_van_een_observant_

http://www.libelle.be/cps/rde/xchg/lib/hs.xsl/liefenleed_mijn_verhaal_libelle_audio_fragmenten_ingelezen_door_andrea_croonenberghs_ben_van_ostade.html

http://luisterboek.web-log.nl/

http://luisterboeken.web-log.nl/

http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=6U1RJQ8I

http://www.nlbb.nl/index.php/id_pagina/36275/braille-is-een-mythe-werd-er-gezegd-ik-werd-er-stil-van-reactie-van-loek-meijer-voorzitter-gebruikersraad.html

http://www.nrc.nl/

http://www.nrcboeken.nl/

http://www.ochtenden.nl/artikelen/39601248/

http://www.ond.vlaanderen.be/DVO/secundair/3degraad/aso/eindtermen/nederlands.htm

http://www.ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc/Esthetica-1992-011.pdf

http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-1995-064.pdf

http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-2002-008.pdf

http://www.ouders.nl/mdiv2004-meng.htm

http://www.radioboeken.eu/radioboeken.php?lang=NL

http://www.rubinstein.nl/

http://www.standaard.be/

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=HA1EV88P&word=lezen+op+het+strand+wel+een+goed+idee

http://www.veritaserum.com/interviews/jkrowling/transcripts/bbcradio4-rowlingfry.shtml

http://www.vlbb.bib.vlaanderen.be/paginas/data/website_mei_2008.doc

http://weblogs.nrc.nl/weblog/bekend/2006/11/28/jan-meng-de-stem-van-de-harry-potter-luisterboeken/

http://www.weekvanhetluisterboek.nl/

http://www.weekvanhetluisterboek.nl/index.php?paginaid=8

http://en.wikipedia.org/wiki/Audiobook

http://www.woestenledig.com/woestenledig/2007/06/bij_het_benzine.html

 

[1] Dubois Jacques, ‘Chapitre quatrième. Instances de production, instance de légitimation’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152; Dubois Jacques, ‘Chapitre cinquième. Le statut de l’écrivain’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152.

[2] Verboord Marc et al., ‘Indicatoren voor classificatie in het culturele en literaire veld’, in: Dorleijn Gillis J. & Van Rees Cees J. (red.), De productie van literatuur. Het Nederlandse literaire veld 1800-2000 (Nijmegen, 2006), pp. 285-310.

[3] http://www.deburen.eu/?language=nl&p=over_deburen&c=meer

[4] http://www.radioboeken.eu/radioboeken.php?lang=NL

[5] http://www.radioboeken.eu/radioboeken.php?lang=NL

[6] http://www.kimbols.be/artikels/lectuur/luisterboek_auto_strijk.php

[7] http://www.debezigebij.nl/boekboek/show/id=33871

[8] Het interview staat op de cd-rom onder de naam ‘radioprogramma Casa Luna Dik Broekman luisterboek’.

[9] http://www.123luisterboek.nl/

[10] Bourdieu Pierre, ‘Preface’, in: Idem, The Rules of Art. Genesis and Structure of the Literary Field, (Cambridge, 1996), pp. xiii – xviii; Bourdieu Pierre, ‘The Market for Symbolic Goods’, in: Idem, Rules of Art. Genesis and Structure of the Literary Field (Cambridge, 1996), pp. 141-173.

[11] http://www.ouders.nl/mdiv2004-meng.htm

[12] Dubois Jacques, ‘Chapitre quatrième. Instances de production, instance de légitimation’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152; Dubois Jacques, ‘Chapitre cinquième. Le statut de l’écrivain’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152.

[13] Aldus: http://www.weekvanhetluisterboek.nl/index.php?paginaid=8

[14] Peeters Carel, ‘De criticus. Een schedellichting’, in: Idem, Conflictstof (1994), 131-151.

[15] Isenberg Arnold, ‘Critical Communication’, The philosophical Review, 58, 4 (1949), 330-344.

[16] Slawinski Joseph, ‘Funktionen der Literaturkritik’, in: Idem, Literatur als System und Prozeß (München, 1975), pp. 40-64.

[17] Boonstra, H.T., ‘Van waardeoordeel tot literatuuropvatting’ De Gids, 142, 4 (1979), 243-253.

[18] Van Rees Cees J., ‘The institutional foundation of a critic’s connoisseurship’, Poetics, 18 (1989), 179-198.

[19] Van Rees Cees J., ‘The institutional foundation of a critic’s connoisseurship’, in: Poetics, 18 (1989), pp. 179-198.

[20] Peeters Carel, ‘De criticus. Een schedellichting’, in: Idem, Conflictstof (1994), 131-151.

[21] Marres René, ‘Voor en tegen ideologiekritiek’, Zogenaamde politieke incorrectheid in de Nederlandse literatuur (1997), 23-32.

[22] De Moor Wam, ‘de drieslag oordeel- adstructie- articulatie’, in: Idem, De kunst van het recenseren van kunst (Bussum, 1993), pp. 45-69.

[23] Dubois Jacques, ‘Chapitre quatrième. Instances de production, instance de légitimation’, in: Idem, L’Institution de la littérature (Paris/Bruxelles, 1978), pp. 121-152.

[24] Peeters Carel, ‘De criticus. Een schedellichting’, in: Idem, Conflictstof (1994), 131-151.

[25] Verboord Marc et al., ‘Indicatoren voor classificatie in het culturele en literaire veld’, in: Dorleijn Gillis J. & Van Rees Cees J. (red.), De productie van literatuur. Het Nederlandse literaire veld 1800-2000 (Nijmegen, 2006), pp. 285-310.

[26] Geraadpleegde bronnen:

http://www.amazon.co.uk/exec/obidos/tg/feature/-/49953/

http://blogs.nypost.com/potter/archives/2007/08/jim_dale_chats.html

http://blogs.nypost.com/potter/photos/jimdale3.html

http://www.bookpage.com/0706bp/jim_dale.html

http://www.harrypotter-xperts.de/rufusbeck/interview?part=1&sid=b1a7aba60c9ccea7299739d6c3dc79c0

http://www.ouders.nl/mdiv2004-meng.htm

http://weblogs.nrc.nl/weblog/bekend/2006/11/28/jan-meng-de-stem-van-de-harry-potter-luisterboeken/

http://www.woestenledig.com/woestenledig/2007/06/bij_het_benzine.html

 

[27] http://www.veritaserum.com/interviews/jkrowling/transcripts/bbcradio4-rowlingfry.shtml

[28] Het interview met Jan Meng vindt u in appendix.

[29] Aerts Remieg, ‘Het tijdschrift als culturele factor en als historische bron’, Groniek, 30, 135 (1996), 170-182.

[30] http://luisterboek.web-log.nl/

http://luisterboeken.web-log.nl/

[31] http://www.ochtenden.nl/artikelen/39601248/

[32] http://www.nlbb.nl/index.php/id_pagina/36275/braille-is-een-mythe-werd-er-gezegd-ik-werd-er-stil-van-reactie-van-loek-meijer-voorzitter-gebruikersraad.html

[33] Ikzelf heb de voorbije drie academiejaren alles in digitale vorm laten omzetten: dit bespaart veel papier en ruimte – wat het milieu ten goede komt, want één gedrukte bladzijde bestaat al gauw uit vijf dikkere braillebladzijden, terwijl nu al mijn cursusmateriaal voor het hele jaar op één cd-rom past. Met mijn brailleleesregel kan ik de teksten regel per regel in braille lezen en de spelling van woorden nakijken. Soms is dit minder overzichtelijk, maar ik kan op die manier de teksten wel voortdurend aanpassen en van extra aantekeningen voorzien, wat niet geldt voor het gedrukte brailleboek. Bovendien kan ik elke tekst in het gewenste tempo via synthetische spraak laten voorlezen. Als boeken reeds in braille bestaan, zoals bvb voor mijn meesterproef, maak ik daar uiteraard gebruik van, maar ik laat zelden iets in braille afdrukken. Het luisterboek of digitale boek is veel compacter en minder volumineus dan het brailleboek. Het enige ongemak vormen problemen met apparatuur of computercrashes, maar door een sterk verbeterende technologie komen deze problemen zelden voor.

[34] http://www.boekmagazine.nl/

[35] Aerts Remieg, ‘Het tijdschrift als culturele factor en als historische bron’ Groniek, 30, 135 (1996), pp. 170-182.

[36] Aerts Remieg, ‘Het tijdschrift als culturele factor en als historische bron’ Groniek, 30, 135 (1996), pp. 170-182.

[37] Met Daisy-spelers kunnen luisterboeken op cd of in mp3 afgespeeld worden. In de mp3-boeken kunnen bladwijzers geplaatst worden en kan de luisteraar het verteltempo bepalen. Bij boeken na 2003 ingesproken bij deze bibliotheek kan de lezer eveneens op pagina of verteleenheid (bvb hoofdstuk of boekdeel) navigeren.

[38] vlbb.bib.vlaanderen.be/paginas/data/website_mei_2008.doc

[39]http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/cultuur/luisterboeken/article3160924.ece/Prachtige_columns_van_een_observant

[40] http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=6U1RJQ8I

[41] Eén boek bestaat vaak uit meerdere braillebanden. Zo bestaat De Reisgenoten van J.R.R. Tolkien uit 19 braillebanden; in gedrukte vorm telt deze 491 pagina’s.

[42] De Haeck Mark, ‘Enkele diverse varia over luisterpunt’, Van Mensen en Boeken, 30, 6 (2008), track 6.

[43] http://daisybraille.bibliotheek.be/

[44] http://brasschaat.bibliotheek.be/

[45] http://www.123luisterboek.nl/index.php?action=recensies&id=273&wat=bekijken

[46] http://www.ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc/Esthetica-1992-011.pdf

[47] Leerplan Nederlands:

http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-1995-064.pdf

http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-2002-008.pdf

[48] http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-2002-008.pdf

[49] http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-2002-008.pdf

[50] http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc//Nederlands-2002-008.pdf

[51] http://www.ond.vlaanderen.be/DVO/secundair/3degraad/aso/eindtermen/nederlands.htm

[52] http://www.weekvanhetluisterboek.nl/index.php?paginaid=7

[53] http://www.weekvanhetluisterboek.nl/

[54] http://www.cpnb.nl/nvd/2008/voorleestips.html

[55] http://www.nrcboeken.nl/

[56]http://www.libelle.be/cps/rde/xchg/lib/hs.xsl/liefenleed_mijn_verhaal_libelle_audio_fragmenten_ingelezen_door_andrea_croonenberghs_ben_van_ostade.html

[57] http://www.inct.nl/index.php?page=nieuwsartikel&id=970

[58] http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=HA1EV88P

[59] http://www.123luisterboek.nl/actie.html

[60] Slawinski Joseph, ‘Funktionen der Literaturkritik’, in: Idem, Literatur als System und Prozeß (München, 1975), pp. 40-64.

[61] Verboord Marc et al., ‘Indicatoren voor classificatie in het culturele en literaire veld’, in: Dorleijn Gillis J. & Van Rees Cees J. (red.), De productie van literatuur. Het Nederlandse literaire veld 1800-2000 (Nijmegen, 2006), pp. 285-310.

[62] http://www.rubinstein.nl/

[63] http://www.cossee.com/

Auteur: Ellen Kil

Ik ben met luisterboeken opgegroeid; hoe meer spanning en gruwel, hoe liever. Of het nu gaat om door acteurs voorgelezen verhalen of audiofilms vol geluidseffecten, ik vind het allemaal even boeiend. En wat is er leuker dan zelf een luisterboek te maken? Mijn debuut 'De ultieme smaaktest' ligt meteen ook als luisterverhaal in de rekken. Het maakt deel uit van een groter geheel waaraan ik nog volop aan het schrijven ben. Studies taal- en letterkunde maakten mij tot een weergaloze talenknobbel, allergisch voor taalfouten. Diverse boeken en concerten heb ik gerecenseerd, o.a. voor het KlaraFestival, Brussels Philharmonics, CJP, godeau, De Leeswelp en De Leeswolf. Als eindredacteur bij StampMedia coachte ik een jong redactieteam. Bij Radio 2 schreef ik bindteksten voor presentatoren, deed ik onderzoek naar audiodescriptie, bereidde ik interviews voor en zocht ik nieuws uit diverse invalshoeken. Schrijven zit in mijn bloed. Ik heb al één volledig manuscript geschreven dat nog wacht op een uitgever en aan nieuwe ideeën geen gebrek. De arbeidsmarkt kent voor mij weinig geheimen. Ik deed ervaring op in het onderwijs, bij diverse callcentra en in de verzekeringswereld. Momenteel werk ik als arbeidsbemiddelaar bij VDAB. Mijn werk is mijn passie. Het geeft enorme voldoening het verschil te maken, mensen op de arbeidsmarkt te motiveren en een glimlach op hun gezicht te toveren. Graag help ik werkzoekenden met sollicitatietips of een opleiding op maat. Ik heb fantastische collega's en wat is er mooier dan een job die mij ook nog eens tijd en ruimte geeft om te schrijven? Alles op deze website is van eigen makelij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: